Vasten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vasten is het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten of drinken voor een bepaalde periode.

De beweegredenen om te vasten zijn divers. Het kan een middel zijn tot bezinning, onder andere in een periode van rouw. In de vorm van een hongerstaking is het een manier om anderen iets af te dwingen. Vasten kan ook noodzakelijk zijn op medisch voorschrift. In de natuurgeneeskunde wordt vasten gebruikt als reinigingsmiddel.

Religieus vasten[bewerken]

Vasten is een praktijk die in verschillende religies beoefend wordt. Zowel het jodendom, het christendom, de islam, het bahá'í-geloof, het hindoeïsme als het boeddhisme kennen vastenrituelen. Wanneer men in het Nederlands spreekt over de vasten duidt men op de vastentijd tussen Aswoensdag en Pasen waarin sommige christenen vasten. Islamieten kennen een vastenperiode gedurende de maand ramadan.

Bahá’í-geloof[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bahá'í-vasten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De vastenperiode voor de bahá’ís beslaat de laatste periode van negentien dagen (2 - 21 maart) voor het begin van het nieuwe jaar op de lentedag (Naw-Rúz). Vasten houdt in dat men van zonsopkomst tot zonsondergang niet eet, drinkt of rookt. In de bahá'í-geschriften staat: “Vasten is een symbool. Vasten betekent het zich onthouden van zinnelijke lusten. Het fysieke vasten is een symbool voor die onthouding en zet ons tot nadenken, hetgeen betekent dat wanneer iemand zich van fysieke begeerten onthoudt, hij zich ook van zelfzuchtige begeerten en lusten onthoudt. Maar onthouding van voedsel op zichzelf heeft geen invloed op de geest. Het is alleen maar een symbool, een waarschuwing. Anders heeft het geen betekenis.” De wet geldt voor alle bahá’ís van 15 tot 70 jaar oud. Ontheffing geldt voor mensen die reizen, ziek zijn, zwanger, een kind zogen of tijdens de menstruatie, en mensen die zware arbeid verrichten.[1]

Christendom[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vastentijd voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De vastentijd begint op Aswoensdag en dient ter voorbereiding op het Paasfeest. Deze zogenoemde veertigdagentijd is een periode van bezinning op de feitelijke christelijke levenspraktijk door zich meer open te stellen voor het Woord en/of om solidair te zijn met hen die het moeilijk hebben. Alhoewel er zesenveertig dagen verlopen tussen Aswoensdag en Pasen (einde van de vastentijd), wordt er traditioneel niet gevast op de zes zondagen tijdens die periode, waardoor men op veertig dagen uitkomt. Binnen het protestantisme is er geen gezamenlijke kerkelijke traditie van vasten. Wel zijn er individuele protestanten die vasten in de veertig dagen voor pasen.

De precieze inhoud van het vasten gedurende de veertigdagentijd is niet helder gedefinieerd. De Rooms-katholieke Kerk heeft in de loop der eeuwen de regels omtrent het vasten versoepeld. Er zijn mensen die meerdere dagen achter elkaar in het geheel niet eten, terwijl anderen zich onthouden van een bepaalde luxe of gewoonte, zoals roken, televisie kijken, snoep of alcohol nuttigen. Vaak wordt geld dat zo wordt uitgespaard, bestemd voor een goed doel.

Islam[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ramadan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De belangrijkste vastenperiode in de islam is de negende maand van de islamitische kalender ramadan, tijdens welke gelovigen tussen dageraad, dus voor de feitelijke zonsopgang, en zonsondergang niet mogen eten, drinken, kwaadspreken, roken en geslachtsgemeenschap hebben. Het beginmoment van de vastendag wordt normaal gesproken bepaald als het moment dat men in natuurlijk licht een witte draad garen van een zwarte draad garen kan onderscheiden. De maaltijd vóór het vasten wordt 'sahoor' genoemd, de maaltijd die het vasten breekt heet 'iftar'.

Buiten de verplichte periode waarin gevast moet worden (de maand ramadan), zijn er tevens dagen waarin het extra wordt aanbevolen om te vasten, zoals:

  • iedere maandag;
  • iedere donderdag;
  • de witte nachten, de 13de, 14de en 15de dag van iedere islamitische maand, als het volle maan is;
  • in de maand sha'abaan (achtste maand), de maand voorafgaand aan ramadan, met name 15 sha'abaan;
  • 6 dagen in de maand sjawwal (tiende maand), onmiddellijk na de maand ramadan;
  • 9 dhul hidja (twaalfde maand), de dag voorafgaand aan het Offerfeest.

Gezondheidsvasten[bewerken]

Mensen kunnen ook om redenen van gezondheid vasten. Dit wordt vooral in de natuurgeneeskunde gepraktiseerd, maar ook in de reguliere geneeskunde wordt vasten gebruikt. Een reden ervoor kan zijn het leegmaken van de darmen ter voorbereiding op een chirurgische ingreep, of ter voorbereiding op een medische procedure waarbij anesthesie nodig is. Omdat de aanwezigheid van voedsel in het lichaam complicaties kan veroorzaken tijdens anesthesie, adviseren medici vaak om voorafgaand minimaal enkele uren te vasten.

In de natuurgeneeskunde wordt vasten gezien als een manier om het lichaam te zuiveren van gifstoffen, van dood of ziek weefsel, en een manier om het maagdarmstelsel enige tijd rust te geven. Dergelijke vastenkuren duren vaak een week of langer en maken deel uit van een zuiveringskuur, waarbij de darmen ook gespoeld worden door het innemen van bitterzout of door het uitvoeren van klysma's. Er bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs dat vasten invloed heeft op het verwijderen van gifstoffen en dood of ziek weefsel. Volgens onderzoek aan de University of Southern California kan een defect of slecht werkend immuunsysteem geregenereerd worden door het aanmaken van compleet nieuwe witte bloedlichaampjes hetgeen een vastgesteld effect is van vasten.[2]

Vasten in de natuurgeneeskunde[bewerken]

De natuurgeneeskunde kent verschillende vormen van vasten:

Theevasten[bewerken]

Bij theevasten wordt niets gegeten en niets anders gedronken dan dagelijks enkele liters thee van verschillende kruiden, gedurende meestal één week. De kruiden waarvan thee getrokken wordt, stimuleren de uitscheidingsfuncties van het lichaam. Dit is een van de strengste vormen van vasten, die het beste onder deskundige begeleiding kan worden gedaan.

Sapvasten[bewerken]

Sapvasten is de meest toegepaste vorm van natuurgeneeskundig vasten in Nederland. In een sapvastenkuur wordt circa een liter groentesap per dag gedronken, met daarnaast vaak ook vruchtensap. De sappen kunnen worden verkregen door middel van een sapcentrifuge, maar kunnen ook kant-en-klaar gekocht worden. Groentesappen die een melkzuurfermentatie hebben ondergaan, hebben de voorkeur gezien de positieve invloed op de darmflora.

Fruitvasten[bewerken]

Tijdens een fruitvastenkuur wordt driemaal daags een portie van 200-300 gram fruit gegeten, tussendoor wordt kruidenthee of water gedronken. Extra aandacht is er voor het goed kauwen en langzaam eten van het fruit. Doordat er toch enig gevoel van verzadiging optreedt, is deze vorm van vasten gemakkelijker vol te houden.

Rijstvasten[bewerken]

Deze vorm van vasten komt oorspronkelijk uit China en Japan, en is een onderdeel van de macrobiotiek, een systeem dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw in het westen werd geïntroduceerd door de Japanner Nyoichi Sakurazawa (Georges Ohsawa). In de oorspronkelijke versie wordt daarbij één kopje zilvervliesrijst met twee kopjes water gaargekookt met toevoeging van ongeraffineerd zeezout, en eventueel verdeeld over de dag gegeten worden (in principe zoveel als men lust). Iedere rijstkorrel moet lang gekauwd worden tot deze vloeibaar wordt. Voor de vochtbehoefte wordt Bancha (Japanse driejarenthee, gemaakt van drie jaar oude blaadjes) genomen. In de aangepaste versie gebruikt men één kop rijst per dag en mag ook water of kruidenthee worden genomen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. (nl) Esslemont, J.E., Bahá'u'lláh en het Nieuwe Tijdperk, Stichting Bahá'í Literatuur, Den Haag, 2010
  2. (en) Conclusie universiteit Southern California na studie over vasten en het positieve effect op het immuunsysteem