Vedanta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vedanta (Sanskriet वेदान्त, Vedānta uitgesproken als [/ˈʋeː.dαːn.tə/]?), letterlijk: het eind van de Vedas, het 'wetenseind', is de oorspronkelijke tak van Hindoe-filosofie en wordt naast Samkhya gezien als de belangrijkste, omdat alle andere erop steunen. Deze filosofie is gericht op het kennen van de essentie of het culminatiepunt van de originele Veda.

Een voorbeeld van de hierbij horende praxis is de jnana yoga. Doel van de Vedanta is iemand zo gericht mogelijk naar verlichting te begeleiden. En dat gebeurt door middel van zowel kennis als eigen ervaring.

Literatuur[bewerken]

De Vedanta litteratuur wordt samengesteld uit drie groepen tekstverzamelingen:

  • De Upanishads vormen het hoofdbestanddeel.
  • De Brahmana's (Brahma sutras).
  • De Aranyakas (letterlijk woudgeschriften, genoemd naar alwaar zij ontstaan zijn).
  • De commentaren van Sankara op belangrijke van bovenstaande geschriften.

Historisch werd een goeroe als acharya erkend of als grootmeester in een filosofische school van Vedanta, als hij commentaar (bashya) had geschreven over drie belangrijke teksten: de Upanishads, de Bhagavad gita en de Brahma Sutras. Adi Sankara, Ramanuja en Shri Madhvacharya hebben elk hun commentaren geschreven over alle drie deze canonieke teksten. De drie filosofische scholen die zij hebben opgericht zijn dan ook de belangrijkste, maar voorstanders van andere Vedantische scholen gaan eveneens door met hun eigen ideeën neer te schrijven en te ontwikkelen, al is hun werk niet zo bekend buiten India.

Oorsprong en rol[bewerken]

De Indiase wijze Badarayana wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van deze filosofie en als de auteur van de Brahma Sutras die op de Upanishads zijn gebaseerd.

Alle vormen van Vedanta komen aanvankelijk uit de Upanishads, een stel filosofische en instructieve Vedische geschriften die vooral met vormen van meditatie te maken hebben, maar tegelijk ook inzicht verschaffen in de kennis van de diepste realiteit. De Upanishads geven de grondessentie van alle Veda's weer. Al worden ze als de ruggengraat van de Veda's beschouwd, toch zijn ook delen van het Vedantisch denken uit de Aranyakas (geschriften en bevindingen van de 'woudacademies') afkomstig.

De Vedanta filosofie kreeg tenslotte de hoofdrol als gemeenschappelijk fundament voor de latere ontwikkeling van de talloze Hindoeïstische strekkingen.

Transitie van Vedische naar Vedantische religie[bewerken]

Nederzettingen in het gebied van de Indusbeschaving

In het Oosten heeft men nooit de aspecten filosofie, religie en leefwijze zo sterk uit elkaar getrokken zoals wij in het westen gewend zijn geraakt.
Terwijl de traditionele 'karma kanda' of de ritualistische componenten van de religie verder werden toegepast door de Brahmanen als meditatieve en verzoeningsriten om de samenleving te leiden tot zelfkennis, begonnen meer Jnana of kennisgerichte opvattingen op te komen. Het waren mystieke stromingen van de Vedische religie die op meditatie focusten, en op zelfdiscipline en spirituele verbondenheid, eerder dan op rituelen.

In vroege geschriften refereert het Sanskriet 'Vedānta' eenvoudig naar de Upanishads, de meest speculatieve en filosofische Vedische teksten. Maar in de middeleeuwse periode van het Hindoeïsme kreeg het woord Vedanta de betekenis van filosofische school voor interpretatie van de Upanishads.

Traditionele Vedanta beschouwde de revelatie van de teksten of 'shabda pramana' als het meest authentieke middel tot kennis, daar waar perceptie of 'pratyakasa' en logische inferentie of 'anumana' onderschikt werden beschouwd, maar nog steeds waardevol.

Kernidee[bewerken]

De kernfilosofie die in de Upanishads wordt aangegeven, namelijk rond het begrip van een enkele absolute realiteit, het brahman genoemd, vormt het hoofdprincipe van de Vedanta.

Het concept van het brahman - de Supreme Geest of de tijdloze zelfexistente, immanente en transcendente supreme en ultieme realiteit als universele oerstof voor alle Zijn - staat centraal in de Vedanta. Ook het goddelijk concept is er en wordt met de term Ishvara aangeduid. De manier waarop de Vedantische onderscholen van elkaar verschillen ligt voornamelijk in de wijze waarop zij God theoretisch met het Brahman trachten in overeenstemming te brengen.

Formalisering[bewerken]

De systematisering van Vedantische inzichten in een coherente verhandeling werd ondernomen door Badarayana in de Vedanta Sutra (Brahma Sutra). De gevatte en voor buitenstaanders cryptische aforismen laten ruimte voor interpretatie, hetgeen resulteerde in de formatie van talloze Vedanta scholen, die elk de teksten op een eigen manier interpreteerden en hun eigen subcommentaren opleverden die zich conform tot het origineel verklaarden. Constant gegeven in de Vedanta is de uitleg dat het ritueel geschuwd moet worden ten gunste van het individuele zoeken naar waarheid door middel van meditatie, geleid door liefdevolle moraliteit, gerust in het weten dat eindeloze zaligheidservaring (ananda) de zoeker wacht.
Bijna alle Hindoeïstische sekten zijn direct of indirect beïnvloed door de gedachtenstelsels die door Vedantische zoekers zijn ontwikkeld. Het Hindoeïsme dankt zijn voortbestaan voor een groot deel aan de formatie van een coherente en logisch geavanceerde systemen van Vedanta.

Subscholen van Vedanta[bewerken]

De drie takken van Vedanta die in het westen de meeste bekendheid hebben gekregen zijn:

Laat 19e eeuw en begin 20e eeuw werd Vedanta fervent in het Westen binnengebracht door Swami Vivekananda. Hij werd door meerdere andere Indiase wijzen en yogis gevolgd, zoals Yogananda en Maharishi Mahesh Yogi die er de principes van verklaarden voor grote groepen geïnteresseerde aanhangers in talloze landen.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Yoga

Externe link[bewerken]