Veenkade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veenkade in Berkel en Rodenrijs in Zuid-Holland

Een veenkade of veendijk is een waterkering die geheel of gedeeltelijk opgebouwd is uit veen. Het gaat meestal om oudere, kleinere, secundaire waterkeringen. Het bijzondere van deze kades is dat ze niet door mensenhanden neergelegd zijn, maar dat ze zijn ontstaan doordat de naastliggende gronden ingezakt of afgegraven zijn. Moderne waterkeringen worden niet van veen, maar van zand en klei gemaakt.

[bewerken] Ontstaan

Een veenkade is vaak ontstaan door het vanwege ontginning ontwateren van het aanliggende veengebied. In boezemwaters werd het water verzameld en vervolgens door de veenrivieren afgevoerd. Dit ontwateren had tot gevolg dat de veengrond die in cultuur gebracht was inklonk. Direct langs de boezemwateren droogde de veengrond niet in, doordat het grondwaterpeil hier hoog bleef. Zo ontstonden hoger gelegen kades in het landschap.

Een tweede ontstaanswijze is wanneer de veengrond werd afgegraven en weggebaggerd om turf te winnen. Hierdoor ontstonden uitgestrekte veenplassen, waarvan de meeste later weer zijn drooggelegd. De wegen naast kanalen en veenrivieren die bij de ontginning werden gebruikt zijn niet afgegraven en bestaan nog uit het oorspronkelijke veen. Ook dit zijn veenkades.

De vele kilometers veendijk die Nederland telt hebben ook nu nog een belangrijke waterkerende functie. Dat wordt soms duidelijk als bij een verzakking het achterliggende gebied, dat inmiddels vaak intensief in gebruikt is, dreigt te overstromen.

[bewerken] Kadebreuken

Uitgedroogd veen is aanmerkelijk lichter van gewicht en neemt ook niet meer in gewicht toe omdat het geen water meer kan absorberen. Het is waterafstotend geworden. Barsten en scheuren kunnen het gevolg zijn. De meeste kadebreuken ontstaan door 'afschuiving', water uit de naastliggende watergang zoekt zich een weg door en onder het verdroogde veen door en spoelt het zand waarop dit rust weg. Het gevolg kan zijn dat een kadedeel wegschuift en een gat ontstaat dat door de stroming snel groter wordt. Het nabije gelegen gebied kan hierdoor met grote wateroverlast te maken krijgen. Kadebeheerders letten daarom, vooral na de breuk bij Wilnis in 2003, scherp op dreigende uitdroging en zullen zonodig regelmatig de veenkade beregenen met water uit sloot of kanaal.

In Nederland hebben na 1950 de volgende veenkadebreuken plaatsgevonden:

Naar aanleiding van de kadebreuk te Tuindorp Oostzaan is de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen in het leven geroepen om te onderzoeken hoe het met de Nederlandse dijken was gesteld. Na 2003 hebben waterschappen en andere beheerders de opdracht extra alert te zijn als een droge periode dreigt.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren