Veganisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Veel van de informatie op dit lemma lijkt op een pamflet. Veel stellingen zijn slecht of niet onderbouwd.
Dit sjabloon is geplaatst op 21 april 2014.
Vraagteken
Zo wil de veganist het zien: volkomen vrije dieren, die door de mens met rust gelaten worden.

Veganisme is een levenswijze waarbij gestreefd wordt naar het vermijden van het gebruik van dierlijke producten.[1] Dit betreft zowel delen van dieren als door dieren vervaardigde producten. Vaak worden alternatieven gevonden in het gebruik van plantaardige voedingsmiddelen en materialen.

Etymologie en geschiedenis[bewerken]

De term veganisme is ontleend aan het Engelse woord veganism.[2] De term vegan werd in 1944 in het Engels voor het eerst voorgesteld door Donald Watson die toentertijd, samen met anderen, doende was in Engeland de Vegan Society op te richten. Met de door hem voorgestelde term doelde hij aanvankelijk op "een vegetariër die ook geen zuivel consumeert". Later omschreef hij veganism als: "the doctrine that man should live without exploiting animals" (de doctrine dat de mens zou moeten leven zonder het uitbuiten van dieren)."[3]

Het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal definieert veganisme sinds 1999 als de "leer, levenswijze van vegetariërs die geen dierlijke voedingsmiddelen consumeren en ook andere dierlijke producten (als leer, wol, zijde e.d.), voor zover praktisch haalbaar, niet gebruiken."[1]

In de eenentwintigste eeuw is de belangstelling voor het veganisme geleidelijk aan verder toegenomen, hetgeen onder andere blijkt uit een ruimer aanbod van veganistische voedingsmiddelen in supermarkten en een toegenomen verkrijgbaarheid van veganistische gerechten in restaurants in vele landen.[4][5]

Levenswijze[bewerken]

Veganisme beïnvloedt voornamelijk de keuze voor een voedings- en kledingwijze, in die zin dat noch dieren[a 1] zelf, noch dierlijke melk en eieren als voedsel gebruikt worden, terwijl op het gebied van kleding het gebruik van materialen waarvoor een dier gedood moet worden (zoals leer, bont, dons en ivoor) zoveel mogelijk vermeden wordt. Materialen die ook verkregen kunnen worden zonder dat het dier gedood hoeft te worden (zoals scheerwol en angorawol) worden in principe eveneens afgewezen omdat ze samenhangen met het (in gevangenschap) houden van de desbetreffende dieren, terwijl het weghalen ervan dierlijk leed veroorzaakt, doordat het op een onnatuurlijke en vaak pijnlijke wijze gebeurt.

Daarnaast kan de levenswijze ook van invloed zijn op keuzes met betrekking tot vervoermiddelen, werkkrachten, sportattributen, amusementsattracties en huisdieren. In al deze gevallen wordt het gebruik van dieren als zodanig (bijvoorbeeld als postduif, rijpaard, trekpaard, trekos, sportvis, sportduif, circusdier, dansende beer, enzovoort) door "veganisten" (zoals de volgers van deze levenswijze genoemd worden) in principe afgewezen. Bij de keuze tussen meerdere verkrijgbare merken van bepaalde consumentenartikelen (waaronder vooral ook cosmetica) speelt voor veganisten een belangrijke rol of het merk al dan niet erom bekend staat dat zijn producten "Dierproefvrij" zijn, oftewel vervaardigd zonder dat er verminkende en/of dodelijke testen zijn uitgevoerd op dieren.

Veganisme komt meestal voort uit een diervriendelijke ideologie. Wat het veganisme betreft behoren dieren op geen enkele manier door mensen geëxploiteerd te worden,[6] hetgeen erop neerkomt dat ze hun natuurlijke vrijheid houden of (terug) krijgen.

Veganistisch dieet[bewerken]

Het dieet van een veganist bestaat volledig uit voedsel dat niet van dieren afkomstig is. Het sluit daarbij naast vleesproducten ook vis, gevogelte, schaaldieren (zoals garnalen), weekdieren (zoals mosselen) en insecten uit van het menu. Verder worden evenmin producten genuttigd die iets bevatten dat een dierlijke afkomst heeft, zoals zuivel, eieren, honing, dierlijke gelatine, dierlijk stremsel, en levertraan. In medisch opzicht bevat het dieet geen dierlijke eiwitten.[7] Vaak worden de uitgesloten dierlijke voedingsmiddelen vervangen door plantaardige alternatieven. Koemelk door sojamelk, amandelmelk, havermelk, of rijstmelk en eieren door tofoe of egg-replacerpoeder.

Het gebruikelijke assortiment aan plantaardige voedingsmiddelen (voornamelijk alle soorten fruit, noten, granen en groente) wordt in veel gevallen verbreed met bijvoorbeeld sojabonen en andere minder gebruikelijke peulen, maar ook met meerdere soorten zaden (zoals "chia-zaad", dat onder andere veel calcium bevat, waardoor een gebrek aan dit mineraal, dat zich kan voordoen bij het niet gebruiken van dierlijke melk, volledig voorkomen kan worden).

Inspiratie voor veganistische maaltijdrecepten wordt ook wel opgedaan bij exotische keukens uit landen waar gewoonlijk minder vlees gegeten wordt (bijvoorbeeld de Indische keuken).

Typische gerechten[bewerken]

Gezondheid[bewerken]

Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Veganistische voeding blijkt de belangrijkste parameters die samenhangen met diabetes en hart- en vaatziekten in gunstige zin te beïnvloeden; en dan met name de bloedsuikerspiegel, lipiden in het bloed (waaronder cholesterol), de bloeddruk en het lichaamsgewicht.[8] Dit is ook het geval wanneer diabetes zich al heeft ontwikkeld.[8]

Bij een Amerikaanse enquête naar voedselinname, gepubliceerd in 2014, bleek een veganistisch dieet het hoogste te scoren op de gezondheidsindexen "Healthy Eating Index 2010" en "Mediterranean Diet Score". Het dieet scoorde voornamelijk goed vanwege zijn lagere energiegehalte, een betere samenstelling van de vetten, het geringste aantal proteïnen en het grootste aantal vezels.[9] Door de lage calorische waarde is de kans op obesitas kleiner.

Vergeleken met vegetarische diëten, blijkt een veganistisch dieet minder verzadigd vet en cholesterol te bevatten en meer vezels. Veganisten zijn over het algemeen slanker, hebben een lager cholesterolgehalte in het serum, een lagere bloeddruk en een verminderde kans op een hartziekte.[10]

De met obesitas gerelateerde welvaartsziekten, zoals diabetes en hart- en vaataandoeningen komen minder vaak voor. Zowel de bloeddruk als de inname van LDL cholesterol is lager bij personen die een plantaardig dieet volgen.[bron?] Voor de kans op de meeste kankers is er vermoedelijk een positief effect merkbaar, zeker in vergelijking met personen die een gemiddeld westers dieet volgen.[bron?] Wanneer men het veganistisch dieet vergelijkt met een ovo-lacto-vegetarisch menu, of zelfs met een uitgebalanceerd menu met beperkte vleesconsumptie, zijn de gezondheidsvoordelen minder duidelijk en is verder onderzoek noodzakelijk.[bron?]

Risico's[bewerken]

Ondanks diverse gezondheidsvoordelen kan een veganistisch voedingspatroon tekortschieten in de voorziening van diverse belangrijke nutriënten oftewel voedingsstoffen waaronder proteïnen, calcium en vitamine B12, vitamine D en omega-3 vetzuren. In sommige gevallen kan ook een tekort aan ijzer of zink ontstaan.[9][10]

Jodiumtekort

Aangezien dierlijke producten rijk zijn aan jodium, lopen veganisten in principe het risico op een jodiumtekort. In de praktijk blijkt een veganistische voeding echter geen verhoogd risico te geven op hypothyreoïdie, een met jodiumtekort samenhangende aandoening.[11]

Vitamine B12-probleem

Vitamine B12 is nodig bij onder meer de opbouw van zenuwcellen; dagelijks is maar zeer weinig B12 nodig, enkele microgrammen. Vitamine B12 komt in de natuur voor in microben en dierlijke producten, maar is afwezig in voedzame planten voor de mens. De overstap naar een veganistisch voedingspatroon leidt na een aantal jaren dan ook tot een gebrek aan B12 (wanneer B12 niet via suppletie of via verrijkte producten toegevoegd is binnen het voedingspatroon). Wanneer deze vitamine niet meer via de voeding of via een voedingssupplement wordt aangevoerd, zijn de eigen voorraden in de lever nog twee à vijf jaar toereikend.

B12 kan in het begin van het darmstelsel uit voeding worden opgenomen, maar niet in het eind, terwijl juist daar in de darmflora bacteriën voorkomen, die volop B12 produceren. Dit verklaart waarom mensen een gebrek aan B12 kunnen hebben, terwijl tegelijkertijd hun eigen uitwerpselen veel B12 bevatten. Er wordt door sommige veganisten geclaimd dat ze nooit een gebrek aan B12 hebben gekregen, maar er is geen onderzoek naar gedaan. (In theorie zou het misschien kunnen dat bij sommigen de darmflora B12 produceert in een deel van de darm waar B12 wel opgenomen kan worden.[bron?])

Een tekort aan vitamine B12 kan zich onder meer uiten in cognitieve stoornissen (o.a. geheugenverlies), neurologische problemen (o.a. tintelingen, coördinatiestoornissen, ataxie) en via een verhoogd homocysteïnegehalte in een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Dit kan een langzaam en sluipend proces zijn, waardoor de symptomen niet meteen opvallen. Een aantal van de gevolgen van B12-tekort zijn van zeer ernstige aard en onomkeerbaar.[12] De medisch veilige weg is dan ook om veganisme altijd te combineren met suppletie van B12. Vitamine B12 in voedingssupplementen wordt geproduceerd door bacteriën en is derhalve niet strijdig met het veganistische principe.

Praktische overwegingen[bewerken]

Veganistische keuzes kunnen tegendraads werken. Zo is biologische landbouw diervriendelijker, maar wordt er gebruik gemaakt van mest uit de vleesteelt. Leer is afkomstig van gedode dieren, maar de productie van kunstleer is veelal milieubelastend. In bepaalde medicijnen, lijm, latex- en rubbersoorten, fietspompen is vaak dierlijk materiaal verwerkt; ook plantaardige margarine mag wettelijk smaakstoffen van dierlijke oorsprong bevatten. Drukwerk en fotografie waren voorheen vaak evenmin geschikt voor veganisten, maar door de digitalisering veranderde dat. Aangezien de aanschaf van dergelijke producten ook voor de veganist in menig geval onvermijdelijk is, zal ook hier voor de meest veganistische optie gekozen worden, waar de 100% optie niet aanwezig is. Zo ook ingeval de afwijzing van dierproeven tot consequentie zou hebben, dat geen gebruik gemaakt zou kunnen worden van bepaalde (medicamenteuze en bestralings-)behandelingen binnen de gezondheidszorg, omdat die eerst op dieren worden getest. Sommige veganisten houden uit principe geen huisdieren. Anderen nemen een kat of een hond uit een asiel, omdat dat al bij al toch nog diervriendelijker kan zijn.

Motieven voor veganisme[bewerken]

Er zijn meerdere beweegredenen die mensen tot veganisme brengen. De meest genoemde redenen zijn dierenwelzijn en gezondheid. Minder vaak worden de wereldvoedselsituatie en het milieu genoemd.[13]

  • Dierenwelzijn is de meest genoemde reden voor veganisme. Hierbij wil men voorkomen dat dieren wordt gedood of leed of schade wordt toe gebracht.
  • Gezondheid.
  • Wereldvoedselprobleem. Hierbij wordt aangenomen dat er sprake is van voedselschaarste door gebrek aan goede landbouwgrond en dat veeteelt proportioneel veel landbouwgrond in gebruik neemt.
  • Milieu. Bij vervanging van dierlijke producten door plantaardige met gelijke voedingswaarde is tussen twee en twintig maal minder landbouwgrond nodig, afhankelijk van het product. Met daarbij de kanttekening dat sommige gronden zo marginaal zijn dat ze voor tuinbouw niet geschikt zijn maar wel voor veeteelt. Bij de berekening van de ecologische voetafdruk leidt dierlijke voeding dus tot een grote voetafdruk en veganisme tot een kleine.[bron?]

Verwante levenswijzen[bewerken]

Veganisme is vegetarisch. Het fruitarisme kent een veganistisch dieet waarbij tevens geen plantmateriaal wordt gegeten, behalve plantvruchten.

Veganisme in religie[bewerken]

Enkele godsdiensten hebben verwantschap aan het veganisme.

  • Zo predikt het boeddhisme om al wat leeft zo voorkomend mogelijk te bejegenen. In wezen impliceert een consequente naleving hiervan een veganistische houding ten opzichte van dieren.
  • Ongeveer hetzelfde doet zich voor bij het jaïnisme uit India
  • Volgens een islamitische traditie schijnt Mohammed gezegd te hebben: "Wie goed is voor de dieren, is goed voor zichzelf".[14][15] Niettemin plegen de aanhangers van dit geloof zich met name ook op voedingsgebied verre van volledig veganistisch te gedragen. Het ritueel slachten van dieren sluit zelfs uit dat de desbetreffende dieren eerst verdoofd worden.
  • Aanhangers van andere godsdiensten zullen ter staving van hun persoonlijke keus voor het veganisme in hun geloofsleer teksten zoeken zoals de Bijbeltekst Spreuken 12:10: "De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed."

Veganisten in Nederland[bewerken]

Nederland telt ongeveer 16.000 veganisten.[16] De belangen van veganisten wordt in Nederland ondersteund door de Nederlandse Vereniging voor Veganisme. Bekende Nederlandse veganisten zijn Floris van den Berg en Lisette Kreischer.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Met "dieren" wordt niet perse alle organismen uit het dierenrijk bedoeld; voornamelijk gaat het om de voelende organismen.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Jan Hendrik van Dale, Guido Geerts, Ton Den Boon, Van Dale Groot Woordenboek Der Nederlandse Taal (1999). Library Binding, 13de, herz. uitg., Van Dale Lexicografie. ISBN: 9789066484214
  2. Sijs, Nicoline van der, Veganisme (streng vegetarisme). etymologiebank.nl, bekeken op 4 augustus 2014
  3. Donald Watson, Vegan News, No. 1, November 1944; "Interview with Donald Watson", Vegetarians in Paradise, 11 August 2004; Leslie Cross, "Veganism Defined", The Vegetarian World Forum, 5(1), Spring 1951.
  4. Rynn Berry, "Veganism," The Oxford Companion to American Food and Drink, Oxford University Press, 2007, pp. 604–605
  5. "Vegan Diets Become More Popular, More Mainstream", Associated Press, 5 January 2011
  6. (Engelstalige) definitie van Veganisme op de site van The Vegan Society
  7. Medica Press, Medisch woordenboek. Vior Webmedia, 2013. ISBN 9789082088038
  8. a b (en) Trepanowski JF, Kabir MM, Alleman RJ, Bloomer RJ. A 21-day Daniel fast with or without krill oil supplementation improves anthropometric parameters and the cardiometabolic profile in men and women. Nutrition & metabolism. 2012;9(1):82. PMID 22971786. DOI:10.1186/1743-7075-9-82. PMC 3517900. Dit is een open access artikel, beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY; versie 2.0).
  9. a b (en) Clarys P, Deliens T, Huybrechts I, Deriemaeker P, Vanaelst B, De Keyzer W, et al. Comparison of nutritional quality of the vegan, vegetarian, semi-vegetarian, pesco-vegetarian and omnivorous diet. Nutrients. 2014;6(3):1318–32. PMID 24667136. DOI:10.3390/nu6031318. PMC 3967195. Dit is een open access artikel, beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY; versie 3.0).
  10. a b (en) Craig WJ. Health effects of vegan diets. American Journal of Clinical Nutrition. 2009 May;89(5):1627S–1633S. PMID 19279075. DOI:10.3945/ajcn.2009.26736N. Dit artikel is door de uitgever gratis toegankelijk gemaakt.
  11. (en) Tonstad S, Nathan E, Oda K, Fraser G. Vegan diets and hypothyroidism. Nutrients. 2013 Nov;5(11):4642–52. PMID 24264226. DOI:10.3390/nu5114642. PMC 3847753. Dit is een open access artikel, beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY; versie 3.0).
  12. Literatuurstudie over vitamine B12 (1993)
  13. Enquête-Resultaten. lekkerplantaardig.net, d.d.
  14. Encyclopedia of Religion and Nature, Islam, Animals, and Vegetarianism
  15. Encyclopaedia of Islam, vol.3, Haywan-artikel, p.308
  16. VEGANISME : een plantaardige manier van leven Nederlandse Vereniging voor Veganisme