Veganisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Groenten en fruit zijn een belangrijk onderdeel van een gezond veganistisch dieet (en van elk ander gezond dieet). "Veganistisch voedsel" is echter niet per definitie gezond. Ook chips, frisdrank en alcohol zijn vaak veganistisch

Veganisme is de levenshouding waarbij men afziet af van het toebrengen van leed of schade aan, of het doden van dieren. Daarom wordt op geen enkele wijze gebruik gemaakt van dieren en van producten die van dieren afkomstig zijn. Veganisten gaan hiermee een stap verder dan vegetariërs die alleen afzien van voedsel afkomstig van gedode dieren. Fruitariërs gaan weer een stap verder dan veganisten: zij eten ook geen delen van planten waarvoor de plant gedood moet worden.

Nederland telt ongeveer 16.000 veganisten.[1]

Inhoud

[bewerken] Veganistische leefregels

Men ziet af van het toebrengen van leed of schade aan, of het doden van dieren. Veganisten gebruiken geen

[bewerken] Veganisme in de praktijk

Het kan erg moeilijk en soms bijna onmogelijk zijn om altijd volgens de veganistische leefregels te handelen en soms moet men compromissen sluiten. Naar gelang de omstandigheden en het eigen karakter worden door verschillende veganisten verschillende keuzen gemaakt. Nadat men is overgestapt naar het veganisme doen sommige mensen direct alle dierlijke producten de deur uit maar anderen verslijten hun leren schoenen en wollen truien juist tot op de draad.

Over noodzakelijke levensbehoeften zoals kleding bestaan verschillende opvattingen. Veel veganisten maken hierbij evenmin gebruik van dierlijke producten maar er zijn ook veganisten die vinden dat onder bepaalde voorwaarden het gebruik van dierlijke producten wel is toegestaan. Zo kan wol bijvoorbeeld ook verkregen worden door de bij het wisselen van vacht afvallende haarplokken van vrije schapen te verzamelen en leer kan verkregen worden van dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven.

Aangezien dierlijke stoffen in veel alledaagse gebruiksartikelen verwerkt zijn, kunnen ook hier dilemma's ontstaan waardoor niet aan het sluiten van compromissen ontkomen kan worden. In bepaalde medicijnen, lijm, latex- en rubbersoorten, fietspompen en beeldschermen is dierlijk materiaal verwerkt; ook plantaardige margarine mag wettelijk smaakstoffen van dierlijke oorsprong bevatten. Drukwerk en fotografie waren voorheen vaak evenmin geschikt voor veganisten maar door de digitalisering verandert dat snel.

Groene stroom is voor veel veganisten problematisch. De opwekking daarvan gebeurt voor een groot deel in waterkrachtcentrales wat vaak sterk ten koste gaat van leven en/of welzijn van vissen en andere waterdieren.[bron?]

De afwijzing van dierproeven heeft in het uiterste geval als consequentie dat geen gebruik gemaakt kan worden van bepaalde (medicamenteuze en bestralings-)behandelingen binnen de gezondheidszorg omdat die eerst op dieren getest worden. Hoewel ook hier gekozen moet worden tussen principe en realiteit is dit geen puur veganistisch dilemma omdat dit door veel niet-veganisten eveneens zo gezien wordt.

Sommige veganisten houden uit principe geen huisdieren maar anderen nemen een kat uit een asiel en proberen die, hoewel dit van nature vleesetende dieren zijn, volgens veganistische principes te voeden.

Voor sommige veganisten is het werken met dierlijke mest in de land- en tuinbouw een probleem. Ook over het gebruik van pesticiden en over de vraag of dieren die schade aan de oogst toebrengen ontzien moeten worden, bestaan verschillende meningen. Ecologische landbouw hoort volgens sommigen bij het veganisme, volgens anderen echter niet. Experimenten met veganistische landbouw lijken echter veelbelovend[bron?]

[bewerken] Motieven van veganisten

Het belangrijkste motief van veganisten is dat men het niet ethisch vindt dieren leed of schade toe te brengen of te doden. Het houden van dieren of het gebruiken van dierlijke producten zonder de dieren te doden rangschikt men onder het toebrengen van leed of schade.

Alle andere motieven staan hiermee in verband of zijn hier in meer of mindere mate van afgeleid:

  • Gezondheid. De overtuiging dat naleving van het vegetarisme gemiddeld leidt tot minder ziekte en een langere levensduur.
  • Milieu. Bezorgdheid over de schade die het verondersteld onnodige gebruik van dierlijke producten voor de Aarde heeft. Bij vervanging van dierlijke producten door plantaardige met gelijke voedingswaarde is tussen twee- en twintigmaal minder landbouwgrond nodig.[bron?]
  • wereldvoedselprobleem. Het voedseltekort in bepaalde tropische landen wordt mede veroorzaakt, doordat veel landbouwgrond daar gebruikt wordt om veevoer te verbouwen ten behoeve van andere landen, waardoor er geen voedsel voor de lokale bevolking op geproduceerd kan worden.[bron?] Bovendien treedt er een immense verspilling op bij de omzetting van plantaardige naar dierlijke voeding; slachtdieren eten in hun leven veel meer voedsel, dan zij ooit opleveren.[bron?]
  • Religie. Bijvoorbeeld in de Bijbel staat geschreven: "De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed." (Spreuken 12:10) Dit zou kunnen worden opgevat als een stimulans, om zich (de facto) veganistisch te gedragen. Volgens een islamitische traditie, gebaseerd op de Hadith, schijnt Mohammed ooit uitgesproken te hebben: "Wie goed is voor de dieren, is goed voor zichzelf".[2][3] Deze laatste uitspraak is echter voor tweeërlei uitleg vatbaar: 'goed zijn' kan opgevat worden in de zin van 'geen leed of schade toebrengen of doden', het kan echter ook een aanwijzing zijn voor het besef dat goed verzorgd vee een kwalitatief en kwantitatief hogere opbrengst voor de eigenaar oplevert wat in die zin dus goed voor die eigenaar is.

[bewerken] Veganisme en vitamine B12

Vitamine B12 is nodig bij onder meer de opbouw van zenuwcellen; dagelijks is maar zeer weinig B12 nodig, enkele microgrammen. Vitamine B12 komt in de natuur voor in microben en dierlijke producten, maar in planten is voor de mens bruikbare vitamine B12 afwezig. (Met uitzondering van wortelknolletjes van sommige vlinderbloemigen, maar die worden niet als voedsel gebruikt.) De overstap naar een veganistisch voedingspatroon leidt na een aantal jaren dan ook tot een gebrek aan B12 (wanneer B12 niet via supplematie of via verrijkte producten toegevoegd is binnen het voedingspatroon). Wanneer deze vitamine niet meer via de voeding of via een voedingssupplement wordt aangevoerd, zijn de eigen voorraden in de lever nog twee à vijf jaar toereikend.

B12 kan in het begin van het darmstelsel uit voeding worden opgenomen, maar niet in het eind, terwijl juist daar in de darmflora bacteriën voorkomen, die volop B12 produceren. Dit verklaart waarom mensen een gebrek aan B12 kunnen hebben, terwijl tegelijkertijd hun eigen uitwerpselen veel B12 bevatten. Er wordt door sommige veganisten geclaimd dat ze nooit een gebrek aan B12 hebben gekregen, maar er is geen onderzoek naar gedaan. (In theorie zou het misschien kunnen dat bij sommigen de darmflora B12 produceert in een deel van de darm waar B12 wel opgenomen kan worden.) De medisch veilige weg is om veganisme altijd te combineren met suppletie van B12. Vitamine B12 in voedingssupplementen wordt geproduceerd door bacteriën en is dus voor veganisten acceptabel.

Een tekort aan vitamine B12 kan zich onder meer uiten in cognitieve stoornissen (o.a. geheugenverlies), neurologische problemen (o.a. tintelingen, coördinatiestoornissen, ataxie) en via een verhoogd homocysteïnegehalte in een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Dit kan een langzaam en sluipend proces zijn, waardoor de symptomen eerst niet opvallen. Een aantal van de gevolgen van B12-tekort is van zeer ernstige aard en onomkeerbaar.[4]

[bewerken] Analogen

In oudere onderzoeksrapporten werd nogal eens beweerd, dat sommige plantaardige voedingsmiddelen B12 bevatten, (vooral tempeh en zeewier werden vaak genoemd), maar deze producten bevatten in werkelijkheid zogeheten analogen. Dat zijn stoffen die chemisch vrijwel gelijk zijn aan B12, maar die in het lichaam niet werkzaam zijn als vitamine. Door hun gelijkenis met B12 werden ze bij chemische tests dan voor B12 aangezien, waardoor het leek, alsof die vitamine in de betreffende groente aanwezig was.

Ook sommige medische tests onderscheiden echt B12 niet van analogen, waardoor een B12-tekort onopgemerkt kan blijven.

In ander recenter onderzoek zijn tot nu toe evenmin plantaardige bronnen van echt B12 gevonden

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe link

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Schatting NVV
  2. Encyclopedia of Religion and Nature, Islam, Animals, and Vegetarianism
  3. Encyclopaedia of Islam, vol.3, Haywan-artikel, p.308
  4. Literatuurstudie over vitamine B12 (1993)
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken