Veiligheidsverdrag tussen Japan en de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Op 8 september 1951 tekende Japan het Veiligheidsverdrag met de Verenigde Staten van Amerika. Voornaamste aanleiding was het feit dat Japan tot ontwapening gedwongen werd, waardoor het weerloos werd tegen aanvallen van buitenaf. Het Veiligheidsverdrag verleende aan de V.S. de macht om Japan te verdedigen in geval van nood. Amerika garandeerde echter geen verdediging in het Verdrag, maar verzekerde Japan ervan. Het werd met andere woorden niet in het Verdrag ingeschreven dat de V.S. daadwerkelijk Japan zou verdedigen. Het gevolg hiervan was permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid in Japan, dat tot op de dag van vandaag nog animositeit opwekt bij velen.

Het Veiligheidsverdrag[bewerken]

Het oorspronkelijk Veiligheidsverdrag telt 5 artikels. Artikel 1 bevat de eigenlijke inhoud van het Verdrag. De gerevisioneerde versie bevat 10 artikels. Amerika verwerft het recht van militaire aanwezigheid in Japan om zodoende internationale vrede in het Verre Oosten te behouden en om Japan te verdedigen van aanvallen van buitenlandse oorsprong. De V.S. kan ook, mits expliciete aanvraag van de Japanse regering, interne rellen neerslaan. De Amerikaanse troepen bestonden uit lucht- en zeemacht, en infanterie. Het Verdrag rekende echter erop dat Japan zou herbewapenen, en mettertijd voor eigen verdediging zou instaan. Door losse interpretatie van artikel 9 van de naoorlogse grondwet, kon Japan een Zelf-Verdedigingsleger oprichten.

Hedendaagse situatie van het Verdrag[bewerken]

Het Verdrag heeft recentelijk moeten inboeten aan populariteit. Steeds meer artikels worden geschreven dat het nut ervan in twijfel trekken. Door de verkrachting van Japanse meisjes (1995) door Amerikaanse militairen heeft het Verdrag enorm moeten inboeten aan geloofwaardigheid en betrouwbaarheid bij het volk. Door de oorlogen in het Midden-Oosten (Afghanistan, Irak), en Eerste Minister Koizumi's ogenschijnlijke onvoorwaardelijke trouw aan de Bush-administratie, is het volk in opspraak gekomen. Het Koizumi-kabinet heeft verschillende wetten doorgevoerd die de integriteit van het Verdrag aantasten. De mogelijkheid om het Verdedigingsleger in te zetten in preventieve aanvallen op mogendheden die de vrede in het Midden-Oosten bedreigen heeft bij het volk een wrang gevoel doen ontstaan. Voorheen kon slechts 1% van het Bruto Nationaal Product worden ingezet ten voordele van het Verdedigingsleger. Japan laat vandaag ogenschijnlijk zelfs Groot-Brittannië achter zich op grond van Defensie-budget. Indien men naar uitgaven vs. purchasing power parity (PPP), staat Japan echter 7de of lager. Mede dankzij de media, en beslissingen van de regering zelf, wordt Japans militaire uitgaven schromelijk overdreven. De 1% grens werd reeds geruime tijd overschreden. Het volk was er niet voor te spreken dat de grens werd overschreden, nochtans wees een opiniepeiling aan, ten tijde van de Golf-Oorlog, dat het volk de overschrijding kon aanvaarden, mits het slechts om 1,004% ging. Ironisch genoeg was het volk voorstander van het voorstel dat het Japanse leger net zo snel als de economie moet groeien. Ook bleek na een opiniepeiling enkele jaren terug dat het volk grotendeels achter het Veiligheidsverdrag staat.

Herbewapening[bewerken]

Ondanks de grote druk door de V.S. uitgeoefend op Japan, hebben verscheidene premiers zich staande weten te houden. Meermaals kon aan de eis dat Japan moet herbewapenen worden weerstaan. Argumenten in de trend van 'Japan is grondwettelijk een pacifistische staat', of 'Door het Verdrag hebben we geen legermacht nodig, de grondwet verbiedt dat trouwens', e.a. kon de regering het volk voor zich winnen, en aan de eisen van buiten komaf maken. Desondanks heeft Japan een zeer modern militair apparaat, maar wordt het zo niet genoemd. Termen zoals mobiele verdedigingsunit voor tanks worden gebruikt opdat Japan geen echt leger zou bezitten. Ondanks een formidabele verdedigingsmacht heeft Japan tot op heden geen leger uitgebouwd. Recente beslissingen en uitspraken hebben geleid tot discussies. Op de 50e verjaardag van de Defense Agency werd geopperd om het agentschap als volwaardig ministerie in te stellen, tot grote verontwaardiging van China en andere landen. Op de 50e verjaardag van het SDF dan weer, sprak Koizumi zich openlijk uit over de wens Japan een normaal land te laten worden, zijnde een land met een volwaardig leger, grondwettelijk toegestaan. Dit wekt bij velen de vrees van hermilitarisering op. Vele landen zijn de conflicten (redelijk zacht uitgedrukt) tijdens de Tweede Wereldoorlog nog lang niet vergeten.

Herziening van 1960[bewerken]

In 1960 kon Nobusuke Kishi het Verdrag herzien. De herziening leverde van buitenlands perspectief weinig op, maar Kishi had met succes de Amerikaanse militaire aanwezigheid ingetoomd. Kishi gebruikte echter zeer grove middelen om zijn politiek agenda door te drijven, en droeg de politie op in het Parlement alle oppositie leden met geweld te ontruimen. Hij bekoopte deze stunt echter met zijn carrière. In 1960 trad hij af. Kishi was een zogenaamde 'Kamikaze' Eerste Minister. Hij zette alles op alles om één welbepaald doel te bereiken, desnoods geloofde zelfs zijn carrière eraan.

Een extraatje in het herziene Verdrag was het recht van beide landen af te zien van het Verdrag na een periode van 10 jaar. Tot op heden heeft geen van beide landen het Verdrag afgezworen.

Zelf-verdedigingsmacht van Japan[bewerken]

Alhoewel Japan initieel op de Amerikaanse verdediging moest vertrouwen, kon door ingenieuze interpretatie van de grondwet een Verdedigingsmacht worden opgericht. Japan was dus niet langer enkel en alleen afhankelijk van het Amerikaanse leger, maar kon zichzelf verdedigen. Een belangrijke tekortkoming is echter dat het Verdedigingsleger op buitenlands vlak uitsluitend mag handelen indien Japan wordt aangevallen door een andere mogendheid. Vandaag de dag heeft Japan een groot militair stelsel, met een van de modernste uitrustingen. Inzake uitgaven met betrekking tot defensie stond het in 1987 op de zesde plaats in de wereld, derde in 1989, en momenteel op de tweede plaats. Desalniettemin heeft Japan een bescheiden aantal manschappen, vergeleken met diens territorium.

Verwante documenten[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties