Vendelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vendelzwaaien tijdens het schuttersfeest in Bredevoort, Schutterij Wilhelmina

Vendelen, beter bekend onder de term vaandelzwaaien of vendelzwaaien, is een sport waarbij behendigheid en lenigheid centraal staan. Vaandrig is de naam voor de vendelier, diegene die met de vlag zwaait.

Vendelzwaaien tijdens festivalavond in Dendermonde door Volkskunstgroep Reynout

Ontstaan[bewerken]

Over het ontstaan van de sport bestaan grote discussies: sommige folkloristen beweren dat er al in de tijden vóór Christus gevendeld werd, andere zeggen dat het rond de 15e eeuw is ontstaan. Ook de plaats waar het ontstaan is, is niet bekend. Feit is dat de vaandel in Europa terechtgekomen is door de kruistochten naar het Heilige Land.

Bij vendelen heeft sierlijkheid de bovenhand in de bewegingen; de figuren vloeien als het ware in elkaar over.

Het vendelen wordt vaak gezien als een uiting van het gebed tussen goed en kwaad. Elke regio/vereniging heeft zo zijn eigen vendelgebed.

Voorkomen[bewerken]

Het vendelen wordt beoefend in een groot gedeelte van het Europese vaste land, voornamelijk Italië, Duitsland, Zwitserland, België en Nederland.

In Nederland zijn het vooral schutterijen en gilden uit Gelderland, Noord-Brabant en Limburg die zich hiermee bezighouden. In België is het de KLJ die zich veel bezighoudt met vendelen door elk jaar sportfeesten te organiseren en om de twee jaar het landjuweel. Hier komen alle KLJ-afdelingen samen. Ook wordt het vendelzwaaien beoefend door volkskunstgroepen in Vlaanderen en wordt dit vaak gecombineerd met de Vlaamse volksdansactiviteiten.

Kledij[bewerken]

Het kledij zelf is ook traditioneel . Het kledij hangt ook af van de groep of vereniging waar je vendelt.

Vroeger werd er gewoon volkskledij gedragen een wit hemd , een grijze broek en voor de volwassenen een overhemd en een riem.

Betekenis[bewerken]

Betekenis van het vendelzwaaien


Vendelhulde: een uitbeelding van een strijd tussen goed en kwaad


Er zijn folkloristen geweest, die in de vendeldemonstratie van schutterijen niets anders zagen dan louter eerbetoon aan de Pastoor, Burgemeester enz. Sommigen beweren ook dat het ontstaan van dit imposante vlagvertoon te zoeken is in de Middeleeuwse Meigilden of oud Germaanse bloedbroederschappen. De betekenis van het vendelen zoals dit tegenwoordig gekend wordt heeft een andere intentie. De vendelhulde zelf wordt een gebed en strijd genoemd, terwijl de vendeliers er steeds aan worden herinnerd, dat ze met gewijde vaandels vendelen. Het vendelzwaaien bestaat traditioneel uit drie ronden.


Eerste ronde: Hierbij wordt tot de vendeliers gesproken.


01. Het rondzwaaien boven het hoofd betekent: houd je kloek en sterk in de strijd die komen gaat.

02. Als de vlag wordt rond gegooid om de hals betekent dit: weer je geducht al zal dit ook je hoofd moeten kosten.

03. De vlag draait om de lendenen: geef aan dit werk je kracht, je lichaam, desnoods je leven.

04. De vlag draait om de knieën: houd je leden lenig en kunt ook knielen.

05. De vlag draait om de enkels: laat de vlag steeds draaien, maar zorg dat ze schoon en rein blijft, zoals de lelie, het symbool hiervan (de vendelier mag nimmer met het vaandel de grond raken).


Tweede ronde: De vlag begint weer boven het hoofd. Na enkele slagen die een kort gebed vormen, wordt dan de strijd tussen goed en kwaad, tussen God en de duivel uitgebeeld.


06. De vlag wordt boven het hoofd rond gezwaaid in de hand: patroon van de Gilde, U wil ik verheerlijken en ik wil al het mogelijke doen, want hoog zijt Gij verheven.

07. Als de knop in de hals wordt gelegd en het gezicht schuin opwaarts is gericht: ik zie naar de Hemel, o Heer, want ik wil U verheerlijken.

08. Nu begint de vlag schuin over de schouder te draaien: de vijand komt.

09. In machtige slagen wordt de vlag achter de rug doorgehaald: van alle kanten word ik nu aangevallen.

10. De vlag wordt achter de knieën doorgehaald: de vijand probeert me op de knieën te krijgen.

11. De vlag draait door de enkels door. De vijand drukt me diep te neer.

12. De vlag draait nu achter en vervolgens om een been, knie en enkel: maar ik zal me staand houden, als is het maar op een been.

13. De vlag wordt vast geklemd in de knieholte: ik maak mijn handen vrij en ga voor niets opzij.

14. De vlag balanceert op de voet: bijna liet ik de vlag vallen, maar mijn voet kon haar nog net grijpen.

15. De vendelier treedt over de vlag: de vijand probeert haar af te nemen.

16. De vendelier treedt over de vlag en werpt haar omhoog: de vijand sloeg bijna de vlag weg, maar ik kon ze nog juist opvangen.


De derde ronde: Weer gaat de vlag boven het hoofd: bijna overmoedig staat men in de strijd tegen het kwaad. Maar ook daar wordt de strijd wanhopig, zodat het gebed om hulp tot de patroonheilige begint om dan te eindigen in de overwinning van het GOEDE over het KWADE met de hulp uit de Hemel.


17. Overmoedig gooit de vendelier zijn vlag over het hoofd: nooit zal hij wijken, hoe het ook moge gaan. Ik zal blijven strijden, zolang ik leef.

18. De slagen worden steeds zwaarder en moeilijker, de vlag om de lendenen gezwaaid en weer opgevangen, de strijd wordt nog zwaarder.

19. De vlag wordt rond beide benen gedraaid en opgevangen, al zwaarder wordt de strijd, ik heb hulp nodig.

20. De vlag draait om ieder been afzonderlijk, de strijd wordt hopeloos, ik val van vermoeidheid haast te neer.

21. Nu volgt de knieslag, het vendelen wordt een smeekbede. Patroonheilige helpt mij, sta mij bij, ik kan haast niet meer, ik wil mijn leven geven.

22. De vendelier valt op de knieën, Mijn Heer en mijn God, geef mij Uw zegen en kracht.

23. Nu staat de vendelier weer rechtop, de vlag wordt op de vuist gelegd, de vlag wordt opgegooid, ten teken der overwinning en van grote blijdschap: God en Patroonheilige, met Uw steun heb ik overwonnen.

24. De vlag wordt opgerold. De strijd heeft gestreden. Het werk is gedaan. De zege is ons.

Bronnen, noten en/of referenties