Verbondsleer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De verbondsleer neemt een belangrijke plaats in binnen de gereformeerde theologie. De verbondsleer beschrijft de verbondsmatige verhoudingen tussen God en mens.

Een verbond bestaat in de Bijbel uit verplichtende afspraken, die bevestigd worden met een eed en gepaard gaan met een symbolisch teken. Op het verbreken van het verbond staan zware straffen.

Voorwaardelijk en onvoorwaardelijk[bewerken]

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een voorwaardelijk en een onvoorwaardelijk verbond.

  • Bij een voorwaardelijk verbond schenkt God Zijn beloften op voorwaarde dat de mens de verplichtingen van het verbond volbrengt.
  • Bij een onvoorwaardelijk verbond gaat God als het ware een verplichting met Zichzelf aan, de belofte wordt aan de mens geschonken uit genade.

Werkverbond en genadeverbond[bewerken]

Binnen de gereformeerde theologie wordt onderscheid gemaakt tussen het werkverbond en het genadeverbond.

Het werkverbond werd ingesteld vóór de zondeval. Het was een voorwaardelijk verbond: als de mens zich aan al Gods geboden zou houden, dan zou God hem het eeuwige leven schenken. De Boom van de kennis van goed en kwaad was het symbolische teken bij dit verbond. De straf op het verbreken van het verbond was de dood.

Het werkverbond werd verbroken tijdens de zondeval: de mens at van de Boom van de kennis van goed en kwaad. Daarom werden de mensen onderworpen aan de dood. God heeft toen echter het genadeverbond geopenbaard aan de mens.

Het genadeverbond kan deels worden beschouwd als een onvoorwaardelijk verbond, en deels als een voorwaardelijk verbond: God zou uit genade de mens het eeuwige leven schenken, zonder verdienste aan de kant van de mens. De voorwaarde was echter, dat iemand, namelijk Jezus Christus in plaats van de mens de straf op het verbreken van het verbond zou dragen. De sacramenten (besnijdenis en Pascha in het Oude Testament, doop en Avondmaal in het Nieuwe Testament) worden beschouwd als de symbolische tekenen bij het genadeverbond.

Bedelingen van het genadeverbond[bewerken]

De openbaring van het genadeverbond zou verschillende zogenaamde bedélingen hebben gehad.

  • Persoonlijke bedeling: Van Adam tot Abraham. Individuele personen
  • Patriarchale bedeling: van Abraham tot Mozes. Binnen de gezinnen van de aartsvaders
  • Nationale bedeling: van Mozes tot de Nieuw-Testamentische periode. Binnen het volk Israël
  • Mondiale bedeling: Vanaf de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest tot aan de wederkomst van Jezus Christus. Verspreiding van het evangelie onder de heidenen.

Verbonden in de Bijbelse geschiedenis[bewerken]

  1. Het Verbond met Adam in de hof van Eden (Eng.: Edenic Covenant) (Gen. 1:28-30 en 2:16-17, Hos. 6:7)
  2. Verbond met Adam na de zondeval (Eng.: Adamic Covenant) (Gen. 3:15)
  3. Noachs Verbond (Gen. 8 en 9)
  4. Abrahams Verbond (Gen. 12, 15, 17, 22)
  5. Mozaïtische Verbond (Ex. 19-24; Deut. 4-5)
  6. Het Israëls Verbond (Deut. 29-30)
  7. Het Davidische Verbond (2 Sam. 7:8-17; Ps. 89:20-38; 132:11-12; Jer. 33:17-22)
  8. Het Nieuwe Verbond (Nieuwe Testament)



Deut.29 Vernieuwing van Gods verbond

1 Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israëls, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.

Zie ook[bewerken]