Verdrag van Athis-sur-Orge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het Verdrag van Athis-sur-Orge werd op 23 juni 1305, na de onbesliste Slag bij Pevelenberg, gesloten tussen graaf Robrecht III van Béthune en de Franse koning Filips IV de Schone.

De Vrede voorzag in een algehele amnestie, de vrijlating van alle gevangenen en het herstel van Vlaanderen als vorstendom met erkenning van de graaf als hoogste gezag; maar ook een boete van 20.000 pond en een herstelbetaling van 400.000 pond, te betalen door de Vlamingen, en het recht van de Franse koning om in geval van oorlog Vlaamse krijgers op te eisen. Als waarborg werden de kasselrijen van Dowaai, Orchies en Rijsel naar Frankrijk overgeheveld. Na de ondertekening werd Robrecht vrijgelaten uit Franse gevangenschap, waarna hij zich officieel met de Franse koning verzoende. De financiële bedingingen van het verdrag waren echter dermate hard voor de landbouwers en middenklasse in het graafschap Vlaanderen dat er vanaf 1322 openlijk verzet rees.

In 1324 en 1326 werden de rebellieën onderdrukt; in 1328 leidde het verzet tot de Slag bij Kassel, waar het Vlaamse kerelsleger onder Nicolaas Zannekin verslagen werd.

Jacob van Artevelde verkreeg van koning Filips VI van Frankrijk de nietigverklaring van het verdrag.

De plaats waar het werd gesloten ligt in Frankrijk, vlakbij Parijs, en heet nu Athis-Mons. De Seine en de Orge vloeien hier samen.

 
Persoonlijke instellingen
in andere talen