Verdrag van Athis-sur-Orge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Na de onbesliste Slag bij Pevelenberg van 18 augustus 1304 werd op 23 juni 1305 het Verdrag van Athis-sur-Orge gesloten tussen graaf Robrecht III van Béthune en de Franse koning Filips IV de Schone.

Het verdrag voorzag in een algehele amnestie, de vrijlating van alle gevangenen en het herstel van Vlaanderen als vorstendom met erkenning van de graaf als hoogste gezag; maar tevens voorzag het verdrag ook een boete van 20.000 pond en een herstelbetaling van 400.000 pond, te betalen door de Vlamingen, alsook het recht van de Franse koning om in geval van oorlog Vlaamse krijgers op te eisen. Als waarborg werden de kasselrijen van Dowaai, Orchies en Rijsel naar het Franse kroondomein overgeheveld. Na de ondertekening werd Robrecht vrijgelaten uit Franse gevangenschap, waarna hij zich officieel met de koning verzoende.

De financiële bedingingen van het verdrag waren echter dermate hard voor de landbouwers en middenklasse in het graafschap Vlaanderen dat de Opstand van Kust-Vlaanderen uitbrak. Die werd neergeslagen met de Slag bij Kassel. Jacob van Artevelde verkreeg van koning Filips VI van Frankrijk de nietigverklaring van het verdrag.

De plaats waar het verdrag werd gesloten ligt in Frankrijk, vlak bij Parijs, en heet nu Athis-Mons. De Seine en de Orge vloeien hier samen.