Verdrag van Versailles (1757)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Tweede Verdrag van Versailles werd afgesloten te Versailles op 1 mei 1757 tussen Koninkrijk Frankrijk en Oostenrijk. Het veranderde het eerste in een uitdrukkelijk bondgenootschap, en Frankrijk beloofde toen Oostenrijk zijn hulp tegen Pruisen. Zelf verwierf het soevereiniteit over Chimay, Beaumont, Bergen, Ieper, Veurne, Oostende en Nieuwpoort, welke (met uitzondering van beide laatste, die dadelijk moesten worden overgeleverd) zouden afgegeven worden zodra keizerin Maria Theresia weer in het bezit van Silezië zou zijn. De rest van Belgium Austriacum zou in ruil voor de hertogdommen Parma, Piacenza en Guastalla, die het erf van de keizerin zouden vergroten, aan don Filips worden afgestaan. Maar Silezië werd niet veroverd en dus bleef België onder Oostenrijks bestuur.

Het was sedert het einde van de 17e eeuw al voor de tweede keer, dat de Europese politiek België tot een onafhankelijke staat wilde maken. Het kortstondig Belgisch koningschap van Maximiliaan Emanuel was daarvan een eerste voorteken geweest.

Een derde poging hiertoe, die eveneens mislukte, deed zich voor in 1783-84. Keizer Jozef II bereikte toen de toestemming van de kinderloze hertog Karel-Theodoor, wiens erfdeel aan hertog Karel II van Zweibrücken zou ten deel vallen, om diens Staten van Beieren te ruilen tegen België, dat tot koninkrijk zou verheven worden. Hij was zeker van de instemming van Rusland, en Frankrijk beloofde hij het Naamse en Luxemburg af te staan. Maar door zijn ongeduld en plotse breuk met Holland in 1784 haalde hij zich het ongenoegen van Versailles op de hals, en de Pruisen handelden dusdanig dat de hertog van Zweibrücken zijn woord brak. Ook deze derde poging sedert begin 18e eeuw, om België tot soevereine staat te maken, mislukte bijgevolg, maar toont aan hoe die idee in Europa leefde.

Zie ook[bewerken]