Verdringing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Verdringing (Duits: Verdrängung) is een term uit de psychologie, die voor het eerst werd gebruikt door Sigmund Freud als een van de afweermechanismen van het bewuste Ich.

Als bepaalde wensen of behoeften zouden worden uitgeleefd, zou dit aanleiding geven tot conflicten met de buitenwereld of met het Über-ich. Het Ich kan dit voorkomen door ervoor te zorgen dat die wensen of behoeften niet worden omgezet in handelingen. Dit is een onbewust proces.

Tussen behoefte en handelen blijft een zekere spanning bestaan. Het Ich zal trachten deze spanning te verminderen door te zorgen dat de behoefte niet bewust wordt. Het Ich kan daarbij proberen de wens of behoefte in het voorbewuste te houden. De persoon is zich nog wel bewust van de behoefte als hij zijn aandacht hierop richt, maar tracht dit laatste te vermijden. Dit heet onderdrukking.

Een langer durende onderdrukking blijft echter steeds energie kosten. Het Ich kan derhalve nog een stap verder gaan door de wens of behoefte niet eens bewust te laten worden en naar het onbewuste terug te dringen. Deze is aanvankelijk bewust geweest maar wordt nu onbewust. Dat heet verdringing. De verdringing treedt onbewust in werking. Is de verdringing geslaagd dan weet de persoon niets meer van zijn verdrongen behoefte. Het niet aanwezig zijn in het bewuste betekent niet dat deze behoefte niet meer leeft, integendeel, deze werkt door in het onbewuste en hoe langer hoe sterker. Vanuit het onbewuste beïnvloeden de verdrongen verlangens het gedrag van het individu. Niet de drift zelf maar bepaalde externe doelstellingen worden gecensureerd. Bijvoorbeeld niet de seksuele drift is vernietigd bij een bepaalde persoon, maar wel heteroseksueel contact als bevredigingsmogelijkheid.

Welke gevolgen de verdringing van een conflict zal hebben hangt af van de betekenis welke dit conflict voor de persoonlijke ontplooiing van de mens en voor zijn inschakeling in de omgeving had. De verdringing betekent niets anders dan een uitstellen van het conflict. Op een dag kunnen eigenaardigheden in de gedragingen en in het handelen van de mens zichtbaar worden die niet meer zonder meer begrijpelijk zijn.

Deze verdrongen behoeften kunnen een soort complex vormen. Complexen op grond van verdringing ontstaan vaak in de vroege kinderjaren. Het is de volwassene absoluut onmogelijk zich de oorsprong ervan te herinneren. De in het onbewuste opgekropte verdrongen complexen kunnen zich ook langs sluikwegen en in allerlei vermommingen uiten. Dit om de weerstanden te omzeilen.

De belangrijkste vermommingen zijn:

Kritiek[bewerken]

Het bezwaar van verdringing als concept is dat de zorgverlener zelf kan bepalen of er sprake is van verdringing, en ook zelf kan bepalen wat er dan verdrongen zou worden.

Het komt voor dat een hulpverlener seksueel misbruik als verdrongen herinnering aanpraat. Volgens sommigen is het echter nauwelijks mogelijk dat een patiënt iets dergelijks door middel van verdringing zou kunnen vergeten.

Zie ook[bewerken]