Verduistering (oorlog)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Verduistering en de bijbehorende verduisteringsmaatregelen zijn de regels en de uitvoering van het donker maken van voornamelijk gebouwen, straatverlichting en voertuigen. Deze dienen om tijdens een oorlog een bombardement of directe beschieting te voorkomen van het gebouw, voertuig of straat en hun directe omgeving, bijvoorbeeld een stad of een legerbasis. Ook het bemoeilijken van luchtverkenning of plaatsbepaling kan een reden zijn voor verduistering.

Verduisteringsmaatregelen in Nederland tijdens bezetting[bewerken]

Verplichte verduisteringsmaatregelen werden gedurende de bezetting in Nederland in de Tweede Wereldoorlog doorgevoerd. De bedoeling van deze verduisteringsmaatregelen in de oorlog was om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers hun doelen zouden vinden. Natuurlijk werd de navigatie hierdoor bemoeilijkt, maar zeker niet onmogelijk gemaakt.

In de praktijk betekende dit, dat de burgers verplicht waren om hun ramen af te plakken, zodat er geen licht naar buiten kon schijnen. De luchtbeschermingsdienst zag erop toe dat de verduistering ook werd toegepast. Was er licht buiten te zien, dan werd de bewoner van het pand gesommeerd om de ramen te blinderen. Dit blinderen gebeurde niet met conventionele gordijnen, maar met zwarte verf of zwart papier. Hierdoor lekte er nauwelijks een straaltje licht naar buiten.

Maar bij de verduistering van de huizen bleef het niet. Ook straatverlichting werd niet ontstoken nadat de zon ondergegaan was. Koplampen van auto's en fietsen mochten maar heel weinig licht uitstralen. Hierdoor werd het pikdonker op straat zodat je zelfs in je eigen straat kon verdwalen. Hierdoor zijn mensen verongelukt. Om te voet de weg te vinden gebruikte men in die dagen vaak een knijpkat.

In Amsterdam zijn nog steeds huizen te zien waarop enorme huisnummers staan geverfd. Hierdoor was het terugvinden van je huis in het donker makkelijker.