Verjaring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Verjaring betekent dat door verloop van de tijd een bepaalde vordering niet langer in rechte afdwingbaar is.

Daarnaast kan door verjaring een erfdienstbaarheid ontstaan: iets dat lang geduld is moet men blijven dulden.

Verjaring in België[bewerken]

Burgerlijk recht[bewerken]

In het burgerlijk recht of het handelsrecht heeft de schuldenaar geen afdwingbare schuld of geen afdwingbare verbintenis meer; de schuldeiser heeft dan geen vordering meer. De verbintenis zelf blijft overigens wel bestaan en wordt aangeduid als een natuurlijke verbintenis. Dat impliceert dat als de schuldenaar de verbintenis nakomt, omdat hij zich er niet van bewust is dat de vordering is verjaard, hij zijn prestatie uit onverschuldigde betaling niet kan terugvorderen.

In het fiscaal recht betekent dit dat men niet meer kan belast worden; de termijn waarbinnen de belasting kan geheven of ingevorderd worden, is verstreken.

Dit alles zijn vormen van bevrijdende verjaring.

Het burgerlijk recht kent ook de verkrijgende verjaring. De bezitter van een zaak die geen eigenaar is kan na verloop van een bepaalde tijd (10 jaar, 30 jaar) volledig en rechtmatig eigenaar worden. Het onderscheid tussen bevrijdend en verkrijgend is enigszins misleidend. De bezitter "verkrijgt" door verjaring maar wordt "bevrijd" van de teruggaveplicht aan de eigenaar. Bezit voor rekening van een ander, zoals in geval van huur, zaakwaarneming of vruchtgebruik doet echter de termijn voor deze verjaring niet lopen. Anderzijds komt zelfs aan de mogelijkheid om van de dief of zijn erfgenamen een zaak terug te vorderen ooit een einde.

Ten slotte kent men ook nog de kwijtende verjaringen. Deze laatste berusten op een vermoeden van betaling, en zijn enkel toepasbaar op de bijzondere gevallen die zich bevinden in de afdeling van het B.W. die gewijd is aan “enige bijzondere verjaringen”. Hij die beweert betaald te hebben draagt hiervan de bewijslast. Nochtans zou het onredelijk zijn om onbeperkt de bewijsstukken van een betaling bij te houden. De schuldenaar kan in die situaties louter door het inroepen van het verstrijken van de aangegeven korte verjaringstermijn, aan een concrete veroordeling tot betaling ontkomen. Hierin schuilt het kwijtend karakter van de verjaring). De kwijtende verjaring impliceert evenwel niet meer dan een louter vermoeden van betaling. Dit vermoeden kan in sommige omstandigheden buiten spel worden gezet (art. 2274 B.W.) of kan in de loop van een procedure door andere bewijsmiddelen worden overtroefd (art. 2275 B.W.).

Strafrecht[bewerken]

Men moet het onderscheid maken tussen de verjaring van de strafvordering (belet de vervolging of uitspreken van de straf) en de verjaring van de straf (belet de uitvoering van de straf).

Verjaringstermijnen[bewerken]

Burgerlijk recht[bewerken]

  • Zakelijke aanspraken : (blijft) 30 jaar (ook na de wijzigingswet van 1998)
  • Schuldvorderingen : in beginsel 10 jaar, behalve in bepaalde gevallen

Strafrecht[bewerken]

Soort misdrijf Verjaring strafvordering Verjaring straf
Overtreding 6 maanden 1 jaar
Verkeersovertreding 3 jaar 1 jaar
Gecontraventionaliseerd wanbedrijf 1 jaar 5 jaar
Wanbedrijf (< 3 jaar) 5 jaar 5 jaar
Wanbedrijf (+ 3 jaar) 5 jaar 10 jaar
Gecorrectionaliseerde misdaden 5 jaar (uitzondering: zedenmisdrijven 10 jaar) 20 jaar
Misdaden 10 jaar 20 jaar
Niet-correctionaliseerbare misdaden 15 jaar 20 jaar
Uitzonderingen (bijvoorbeeld genocidewet) onverjaarbaar

Stuiting en schorsing[bewerken]

Verjaring kan gestuit of geschorst worden. Stuiten betekent dat de verjaringstermijn helemaal van nul af aan opnieuw begint te lopen; schorsen betekent dat de termijn voor een zekere tijd onderbroken wordt en na de schorsing verder loopt voor het resterende gedeelte.

Verjaring in Nederland[bewerken]

Vervolgingsverjaring[bewerken]

In het strafrecht betekent dit dat men voor een daad niet meer kan gestraft worden; de termijn waarbinnen de strafvordering kan gesteld worden, of waarbinnen de straf kan uitgevoerd worden, is verstreken.

De verjaringstermijn bedraagt:

Straf Verjaring Europees Nederland
art. 70 Sr
Verjaring Caribisch Nederland
art. 72 Sr BES
Overtredingen 3 jaar 2 jaar
Geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van drie jaar of minder 6 jaar 6 jaar
Tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaar 12 jaar 12 jaar
Tijdelijke gevangenisstraf van meer dan acht jaar 20 jaar
Twaalf jaar of meer gevangenisstraf geen verjaring* 18 jaar
*De regeling geldt voor nieuwe misdrijven en voor zaken waarvan op 1 januari 2006 de verjaringstermijn nog niet was verlopen.

Aanhangig is een verlenging van enkele verjaringstermijnen.

De termijn van verjaring begint op de dag nadat het strafbare feit is gepleegd, of in sommige gevallen later. Zo begint bijvoorbeeld de termijn bij een zedendelict met een minderjarig slachtoffer bij het meerderjarig worden van het slachtoffer.

Bij wetswijzigingen waarbij de verjaringstermijn verlengd wordt is steeds bepaald dat deze ook geldt voor zaken die al hebben plaatsgevonden, behalve zaken die al verjaard waren.

Verjaring in het vermogensrecht[bewerken]

Verjaring in het vermogensrecht is geregeld in Burgerlijk Wetboek Boek 3, art. 99 - 106 en art. 306 - 326.

Artikel 310 bepaalt dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart 5 jaar nadat de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval 20 jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt of de boete opeisbaar is geworden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]