Verklärte Nacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verklärte Nacht
Componist Arnold Schönberg
Soort compositie symfonisch gedicht
Gecomponeerd voor strijksextet
Opusnummer 4
Compositiedatum 1899 rev. in 1917 en 1943
Première 18 maart 1902
Duur ca. 30 minuten
Oeuvre Oeuvre van Arnold Schönberg
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Verklärte Nacht is een symfonisch gedicht voor strijksextet, gecomponeerd in 1899 door Arnold Schönberg, en bewerkt voor strijkorkest in 1917. Schönberg reviseerde deze versie nogmaals in 1943. Het werk is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Richard Dehmel.

Geschiedenis[bewerken]

Richard Dehmel 1905

De gedichtenverzameling ‘Weib und Welt’ van Dehmel heeft de jonge componist Schönberg sterk beïnvloed. In 1897 componeerde hij het lied ’Mädchenfrühling’ op tekst van Dehmel. Met behulp van de inspiratie van zijn leraar Alexander von Zemlinsky keerde Schönberg zich van het strenge pad als volgeling van Johannes Brahms af in de richting van een gloedvolle bewondering voor alles wat met Richard Wagner te maken had. In die tijd woedde in Wenen de discussie wie van deze twee componisten het meest vooruitstrevend waren. De Brahmse esthetiek van een pure, absolute en abstracte muziek stond tegenover de Wagneriaanse esthetiek van buitenmuzikale programmatische elementen in de muziek.

Schönberg en Zemlinsky brachten met elkaar de zomervakantie door in Payerbach am Semmering (Oostenrijk) en daar werd Schönberg verliefd op Zemlinsky’s zuster Mathilde. (Zij trouwden in 1901.) Mede onder invloed van deze verliefdheid ontstond het strijksextet Verklärte Nacht op.4, het eerste symfonisch gedicht voor kamerensemble. In deze compositie doet Schönberg afstand van zijn Brahms-periode en stapt de programmamuziek van Wagner binnen. (Overigens orkestreerde Schoenberg in 1937 nog Brahms’ 1ste pianokwartet voor orkest. Dat werk wordt gekscherend Brahms’ 5de symfonie genoemd.)[1]

Een gedicht uit Dehmel’s genoemde werk is als basis genomen voor de muziek: een gesprek tussen twee verliefde mensen waarbij de vrouw in verwachting is van een kind van een andere man. Waarom Schönberg dit gedicht nam – Mathilde was in ieder geval niet zwanger van een andere man – is niet duidelijk. Net als de Tsjechische componist Smetana in zijn 1ste strijkkwartet (Z mého života, ‘Uit mijn leven’, 1876) had gedaan, verbond Schönberg programmamuziek met kamermuziek.[2]

Dehmel’s gedicht en Verklärte Nacht hebben vijf in elkaar overlopende delen. De compositie geeft de vorm van het gedicht weer. Het tweede deel is de bekentenis van de vrouw over haar zwangerschap en het vierde de begripvolle reactie van de man. De gewaagde harmonie van het werk, de fantasie van de klankcombinaties en de aan Tristan en Isolde herinnerende chromatiek staan in dit werk ver van de toen gebruikelijke klanktaal. De première, door het Rosé Quartet in januari 1902, in Wenen, veroorzaakte onbegrip bij het publiek. De première in Berlijn, in oktober 1902, kreeg hevige negatieve kritiek.

Schönberg, die zijn vertrouwen in het werk nooit verloor, arrangeerde het in 1917 voor strijkorkest. Zelfs toen hij al jaren in de Verenigde Staten woonde, en zich bezig hield met een volstrekt andere muziek, reviseerde hij deze versie nog (in 1943). Op 8 april 1942 heeft de muziek nog de basis gevormd voor een ballet The pillar of fire, uitgevoerd in de Metropolitan Opera in New York.

Analyse[bewerken]

De totale vorm van Dehmel’s gedicht en Schönberg’s muziek is een ABACA-structuur.

  • ‘A’ is het refrein, hierin beschrijft een ‘verteller’ twee wandelende mensen in de natuur.
  • ‘B’ is de bekentenis van de vrouw’s zwangerschap van een andere man en
  • ‘C’ de respons van de man met wie ze op dat moment – verliefd – door het donkere bos loopt.

Het conflict in de tekst (schuld > vergeving) wordt niet opgelost, maar zoals de titel suggereert ‘verlost’. Het gedicht doet dit door de twee mensen naar een hoger niveau van elkaar begrijpen op te tillen. Een agressieve of afstotende reactie van de man ligt meer voor de hand. De twee tillen elkaar echter naar wederzijds begrip en compassie en ‘bevruchten’ elkaar met humane warmte. De man zegt namelijk: ’…eine eigne Wärme flimmert von Dir in mich, von mir in Dich. Die wird das fremde Kind verklären.’ ([de] gloed van een innerlijke warmte van jou naar mij, van mij naar jou. Die warmte zal het kind [van de vreemde man] verklaeren.) De ‘verklärung’ in het gedicht wordt ook in de muziek bereikt. De eerste regel luidt: ’Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain’;twee mensen lopen door een kaal, koud woud – een depressief, pessimistisch begin. En de ‘verklärung’ wordt in de laatste zin bereikt met: ’Zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.’ Twee mensen lopen door een frisse, heldere nacht – een positief, optimistisch einde.

Referenties[bewerken]

  1. Essay bij de CD-uitgave van dit werk: City of Birmingham symphony orchestra, Simon Rattle, EMI records 747 301, 1986.
  2. H. H. Stuckenschmidt’s essay in bij de CD-uitgave op Deutsche Grammophon 415 326, 1985.