Verklaring van Potsdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De overgave van de Japanners.

De verklaring van Potsdam (Let op: is niet het akkoord van Potsdam) werd onderschreven op de conferentie van Potsdam op 26 juli 1945 door Harry S. Truman, Winston Churchill en Chiang Kai-Shek. De verklaring omschreef de Japanse voorwaarden tot overgave, dat op dat ogenblik nog steeds in oorlog was met de geallieerde naties. Truman meldde op de conferentie van Potsdam aan Stalin dat hij een nieuw en krachtig wapen tot zijn beschikking had. Stalin, die ironisch genoeg reeds lang voor Truman wist dat het om een atoomwapen ging, moedigde Truman aan om alle mogelijke wapens te gebruiken om de oorlog zo snel mogelijk te beëindigen. Truman besliste op deze conferentie, met de indirecte aanmoediging van Stalin, om het atoomwapen te gebruiken. Japan kreeg met de verklaring van Potsdam een ultimatum voorgeschoteld waarbij het bij een weigering direct en totaal zou worden verwoest. Het woord atoombom werd nooit gebruikt. Japan legde het ultimatum naast zich neer, waarna de Amerikanen op respectievelijk 6 augustus en 9 augustus 1945 twee atoombommen lieten exploderen boven Hiroshima en Nagasaki. Japan ging na deze atoomaanvallen akkoord met de voorwaarden.