Verloskundige epiduraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

De verloskundige epiduraal is een vorm van pijnbestrijding tijdens de bevalling. Het wordt ook wel ruggenprik genoemd. Bij een verloskundige epiduraal wordt een slangetje (katheter) in de rug ingebracht na lokale verdoving van de huid met behulp van een holle naald, waar het slangetje doorheen kan. Door het slangetje worden medicamenten toegdiend, waarbij met name plaatselijk verdovende middelen (lokaal anesthetica) en opiaten gebruikt worden. Deze middelen zoals ropivacaïne en bupivacaïne worden met een continu lopende pomp toegediend.

Het inbrengen van een epiduraal katheter is niet altijd mogelijk bijvoorbeeld bij iemand met een rugoperatie in de voorgeschiedenis, iemand met een gestoorde stolling of iemand die bijvoorbeeld te dik is. Het inbrengen van een epiduraal katheter in de rug kan complicaties geven: infectie, bloeding, bloeddrukdaling, koorts/verhoging en hoofdpijn. Er zijn verschillende meningen over het toenemen van de kans op kunstverlossingen zoals een vacuüm. Als de epidurale pijnbestrijding goed werkt kan bij het nodig zijn van een keizersnede de epiduraal meestal gebruikt worden voor de operatie. Tijdens het persen wordt de epiduraal pomp met medicatie gestopt om de spierkracht zo goed mogelijk intact te houden. Een epiduraal katheter kan namelijk naast het gevoel ook de kracht iets verminderen. Boven een ontsluiting van 5-6 cm is er eigenlijk geen indicatie voor een epiduraal katheter meer.

Alternatieven zijn injecties met pethidine met tussenpozen of een door de zwangere zelf te bedienen pijnpomp (PCA-pomp) die dan meestal remifentanil (een ultrakortwerkend opiaat) bevat en vrijwel continu te gebruiken is.