Vervoerbewijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Treinkaartje, met niet bestaand vertrekstation, van de Nederlandse Spoorwegen (oud model)

Een vervoerbewijs (vaak kaartje of ticket genoemd) is een bewijs van betaling voor betaald vervoer, in het bijzonder openbaar vervoer. Vaak moet men vóór het instappen betalen, soms direct na het instappen, soms in de loop van de rit en soms bij het uitstappen. Vervoerbewijzen worden soms systematisch bij het instappen gecontroleerd, soms alleen steekproefsgewijs tijdens de reis.

Vervoerbewijzen kunnen geldig zijn voor een enkele reis, voor een heen- en een terugreis (retour), maar ook voor een langere tijd (abonnement).

Een van de taken van de conducteur is het controleren van vervoerbewijzen. Het gebruikmaken van openbaar vervoer zonder in het bezit te zijn van een geldig vervoerbewijs dat men op eigen initiatief had moeten aanschaffen wordt zwartrijden genoemd. Er komt dan een boete bij.

In een groeiend aantal landen, waaronder Nederland, wordt geleidelijk het papieren vervoersbewijs vervangen door een elektronische variant. In Nederland kan met één OV-chipkaart van al het openbaar vervoer gebruik gemaakt worden. De kaart heeft de strippenkaart vervangen en vervangt geleidelijk ook het treinkaartje, met een overgang van het reisconcept van 'vooraf specificeren' naar 'reizend specificeren' door in- en uitchecken.

In sommige gevallen dient men wel te betalen maar krijgt men geen vervoerbewijs.In bijvoorbeeld de tram van Hong Kong dient men bij het verlaten van de tram het juiste bedrag in een betaalbus te werpen en krijgt men geen kaartje. Ook destijds op tramlijn 22 in Amsterdam kreeg men geen kaartje maar moest men 1 cent in een betaalbus naast de bestuurder werpen welke er op toezag dat dat gebeurde.

Inhoud

[bewerken] Plaatskaartenapparatuur

Bij de trein waren vroeger (tot ongeveer 1980) bij het loket van de grotere stations kartonnen kaartjes op voorraad aanwezig voor alle mogelijke relaties zowel 2e als 1e klas inclusief prijsopdruk.De lokettist beschikte over een groot apparaat die de kaartjes sorteerde en beschikbaar maakte voor de lokettist. Tot de invoering van de strippenkaart in 1980 hadden de meeste streekbussen (en vroeger ook de conducteurs van de streektrams en bussen)) een zogenaamd Becksonapparaat waarmee eenvoudig vanaf een blanco rol kaartjes in alle mogelijke relaties konden worden verkocht.

[bewerken] Soorten vervoersbewijzen

[bewerken] Algemene vervoerbewijzen

[bewerken] Bijzondere vervoerbewijzen

[bewerken] Trivia

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen