Vervoermiddel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Amerikaanse president Theodore Roosevelt op een kameel.

Een vervoermiddel, vervoersmodaliteit of transportmiddel is een technische constructie of inrichting dat vooral dient om personen of goederen (juridisch zijn dat 'zaken') te verplaatsen, veelal in het verkeer.

De term voertuig wordt over het algemeen gebruikt voor vervoermiddelen die over land gaan. Vervoermiddelen over of door water, lucht en ruimte worden vaartuigen genoemd.

Mogelijkheden[bewerken]

Rij- of lastdier[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook rij- of lastdier

Op menskracht[bewerken]

Met trekdier[bewerken]

Met motor[bewerken]

Overig[bewerken]

Een persoon die iemand op zijn rug of nek vervoert zonder hulpmiddel is zelf een "vervoermiddel". Andere vervoermiddelen zijn bijvoorbeeld pijpleidingen, kabels, lift en rollenbanen, die niet deelnemen aan het wegverkeer. Buizenpost is een systeem voor het transport van kleine voorwerpen in buizen met perslucht of onderdruk.

Stoelopstellingen[bewerken]

Bus[bewerken]

In een busopstelling (koets- of coach-opstelling) van stoelen en banken in een voertuig staan de stoelen allemaal in één richting. Men ziet dus een rugleuning voor zich, behalve als men vooraan zit. Deze richting kan de rij-/vaar-/vliegrichting zijn, maar bij voertuigen die niet een vaste voor- en achterkant hebben, zoals veel spoorrijtuigen, is het voor een deel omgekeerd. In sommige historische trams werden de stoelleuningen bij het eindpunt omgeklapt door de conducteur, zodat men altijd vooruit reed.

Vis-à-vis[bewerken]

Bij de vis-à-vis opstelling staan de banken of stoelen om en om in de verplaatsingsrichting en in omgekeerde richting, zodat men tegenover elkaar zit. Tussen de rug-aan-rug staande banken of stoelen is soms plaats voor bagage. Soms staan er enkele (of, minder vaak: vele) stoelen (vaak klapstoelen) dwars op de verplaatsingsrichting. Dat is dan meestal bij de zijkant, met de rug naar het raam. Als het aan beide zijden is is het dus ook een soort vis-à-vis opstelling.

Schema[bewerken]

Coach: [ [ [ [ [ [, bij spoorrijtuigen [ [ [ ] ] ].

Vis-à-vis: [ ][ ][ ]; als dat zo uitkomt met de beschikbare ruimte is het ook wel [ [ ][ ][ ].

Soms worden coach en vis-à-vis afgewisseld afhankelijk van hoe het uitkomt met wielkasten, verschillen in vloerhoogte en dergelijke.

Looppad[bewerken]

Een ander aspect van de opstelling is hoeveel plaatsen er naast elkaar zijn in de breedte van het voertuig, en waar het looppad is. In Nederland is het in de tram vaak 2+1, in bus, lightrail en metro 2+2, in de trein 2e klas 2+2 (soms 4 met het gangpad aan de zijkant), en in de 1e klas 2+1 (soms 3, soms 2+2). Bij de Velios treinen is het in de 2e klas 3+2, en in de 1e klas 2+2. Soms is er minder ruimte wegens een kast, toilet of deur, en is het bijvoorbeeld 1+1 of 2.

Vaak is de stand van de stoelen aan weerszijden van het looppad per rij gelijk, maar soms is er coach-opstelling met de stoelen aan de andere kant van het looppad in tegengestelde richting. Als het gangpad aan de zijkant is zijn er vaak coupés met twee banken (of twee rijen van 3 of 4 stoelen) tegenover elkaar. Het rijtuig bestaat soms geheel uit coupés met een gang ernaast (en twee balkons); ook zijn er in Nederland vaak twee van dergelijke coupés, met de rest van het rijtuig ingedeeld met een looppad tussen de banken/stoelen. Als er twee zijn wordt tegenwoordig ook vaak de wand ertussen weggelaten. Dit verschilt van een twee maal zo grote coupé doordat men alleen via het erbuiten gelegen gangpad van het ene naar het andere deel kan gaan.