Verzoekschriftprocedure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een verzoekschriftprocedure is een onderdeel van het civiele recht. Men begint de procedure met het indienen van een verzoekschrift bij een rechtbank.

Bij deze procedure zal vervolgens de rechtbank de andere partij laten weten dat er een verzoek is ingediend. De rechtbank stelt die andere partij, aangeduid als verweerder, in de gelegenheid om op het verzoekschrift te reageren met een verweerschrift.

Nadat het verzoekschrift is ingediend zal de rechtbank een datum bepalen voor een zitting. Partijen worden voor die zitting uitgenodigd, maar zijn niet verplicht om te verschijnen. Een verweerder kan afzien van het indienen van een verweerschrift en alleen op de zitting mondeling verweer voeren. Tevens kunnen zaken in een verzoekschriftenprocedure schriftelijk afgehandeld worden, afhankelijk van de omstandigheden.

[bewerken] Nederland

Een verzoekschriftprocedure verschilt van een dagvaardingsprocedure. In plaats van aan de tegenpartij, richt het verzoekschrift zich tot de rechter, die eventuele belanghebbende kopieën doet toekomen en/of hen in de gelegenheid stelt te reageren. Er bestaat dus wel een "wederpartij" of "gedaagde", die in rechte kan opkomen en de meeste rechten heeft die een normale tegenpartij ook heeft. Deze heet nu echter "belanghebbende", terwijl de eiser als "verzoeker" wordt aangeduid. In tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure wordt bij niet-verschijnen van de tegenpartij (als die er überhaupt is) geen verstek verleend. Hoger beroep bij het Gerechtshof is overigens wel mogelijk, en cassatie uiteraard ook. Ook in de verzoekschriftprocedure hebben de partijen in beginsel recht op een schriftelijke en een mondelinge behandeling.

De procedure is vaak minder formeel, goedkoper, en verloopt veel sneller dan de dagvaardingsprocedure. Een aantal gevallen lenen zich dan ook bij uitstek voor de verzoekschriftprocedure:

  • Een verzoek tot echtscheiding en andere personen- en familierechtelijke kwesties (de dagvaardingsprocedure zou de zaak alleen maar pijnlijker en langduriger maken);
  • Een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst (ook hier moet dit snel, informeel en goedkoop geschieden, aangezien de rechterlijke macht tienduizenden ontbindingsverzoeken per jaar moet afhandelen);
  • Een verzoek tot conservatoir beslaglegging (dit moet snel geschieden, zelfs zonder de wederpartij te horen, opdat deze niet stiekem de te beslagen goederen "wegmaakt").

De hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de verzoeker bevoegd is te oordelen: dit is de rechtbank, onder welk arrondissement of ressort deze woonplaats valt. Deze bevoegdheid heet de relatieve bevoegdheid. Verder gelden nog een aantal bijzondere regels hierbij:

  • zaken betreffende de burgerlijke stand (het gerechtsgebouw waaronder de betreffende gemeente valt).
  • huurzaken (het gerechtsgebouw waaronder de plaats van het gehuurde valt).
  • kinderzaken (het gerechtsgebouw waaronder de woonplaats van de minderjarige valt).
  • curatele en bewind (het gerechtsgebouw waaronder de woonplaats van de onder curatele of onder bewind gestelde valt).
  • vermissingszaken (het gerechtsgebouw waaronder de plaats van vermissing valt).
  • vaststelling van overlijden (Rechtbank Den Haag).
  • nalatenschappen (het gerechtsgebouw waaronder de plaats van overlijden valt).

Leidt het bovenstaande niet tot de aanwijzing van de "relatief bevoegde" rechter, dan is de rechtbank in Den Haag bevoegd.

De verzoekers en andere belanghebbenden worden door de griffier met een gewone (dus geen aangetekende) brief opgeroepen voor de zitting en personen die niet in de procedure zijn betrokken, worden echter wel met een aangetekende brief door de griffier opgeroepen.

De tegenpartij van de verzoeker kan nog tot de aanvang van de zitting een verweerschrift indienen, en eventueel nog tijdens de zitting (als de rechter dit toestaat).

Ten slotte zal de rechter een beslissing afgeven, die, in tegenstelling tot bij de dagvaardingsprocedure, geen vonnis maar een beschikking is.

Als de procedure speelt bij de sector kanton dan mag de partij zelf reageren, als het een procedure is bij de rechtbank dan moet de verwerende partij een advocaat inschakelen.

Een aparte regeling geldt in Nederland voor het éénzijdig verzoek tot echtscheiding. Bij zo'n verzoek moet de verzoeker zelf middels een gerechtsdeurwaarder aan de wederpartij kenbaar maken dat hij een echtscheidingsverzoek bij de rechtbank heeft ingediend. Deze regeling is in Nederland in 1992 ingevoerd toen de echtscheidingsprocedure als verzoekschriftprocedure werd geregeld. Voor die tijd was de echtscheidingsprocedure een dagvaardingsprocedure.

Overigens hoeft een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding niet betekend te worden.

[bewerken] België

In België wordt de verzoekschriftprocedure geregeld door het Gerechtelijk Wetboek, Deel IV, Boek II, "Geding", Titel V "Inleiding en behandeling van de vordering op eenzijdig verzoekschrift" (vanaf artikel 1023).

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren