Verzuiling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zuilen in allerlei gedaante

Verzuiling is een sociologisch begrip, waarmee gedoeld wordt op de verticale structuur in de samenleving, gebaseerd op één of meer levensbeschouwelijke karakteristieken. Bij verzuiling is de bevolking in meer of mindere mate opgedeeld onder ideologisch gefundeerde maatschappijsegmenten, elk met eigen scholen, verenigingen, partijen, vakbonden, omroeporganisaties, kranten, ziekenhuizen, enz.

'Verzuiling' is een begrip dat onder andere in Nederland en België gebruikt wordt, maar het model kan ook worden toegepast op een land als Libanon, waar verschillende rollen in het staatsbestel zijn toebedeeld aan functionarissen van verschillende bevolkingsgroepen.

De term heeft doorgaans een negatieve bijklank en wordt dan gebruikt door diegenen die de organisatie van maatschappelijke structuren op basis van levensbeschouwing minder wenselijk achten.

Inhoud

Zuilen in de samenleving [bewerken]

Motieven [bewerken]

Het doel van de verzuiling is om een sterk verdeelde samenleving, zoals die van Nederland in, ruwweg, het eerste deel van de 20e eeuw, bijeen te houden.[bron?]

Een ideologische onderbouwing van de verzuiling werd geleverd door de leer van de soevereiniteit in eigen kring van de neocalvinist Abraham Kuyper. Hij stelde dat elke levenskring zijn eigen onafhankelijk gezag heeft en niet onder dat van een andere levenskring staat. Zo zijn het gezin, de economie, de kerk en het onderwijs soeverein in eigen kring en daarin dient de overheid niet in te grijpen.

Historicus Hans Righart vergeleek in 1986 achteraf de opkomst van de katholieke zuilen in Nederland, België, Oostenrijk en Zwitserland eind 19e en begin 20e eeuw met elkaar. Hij testte drie hypothesen over de oorzaken van de verzuiling in alle vier landen, namelijk politieke mobilisatie, emancipatie en bescherming tegen secularisering, en kwam tot de ontdekking dat de eerste twee motieven niet opgingen voor alle landen (mobilisatie alleen voor Oostenrijk, emancipatie alleen voor Nederland en Zwitserland), maar de laatste wel en veel duidelijker. Righart concludeerde dat de katholieke verzuiling hoofdzakelijk een strategie was om de eigen geloofsgemeenschap te beschermen tegen de secularisering.[1]

Praktijk [bewerken]

Verzuiling gebeurde enerzijds door een zekere vorm van scheiding tussen de bevolkingsgroepen, anderzijds door middel van samenwerking van de elites aan de top. De scheiding werd vormgegeven doordat iedere zuil zijn eigen kerk, omroep, krant, standsorganisatie, vakbond, politieke partij, woningbouwvereniging, scoutinggroep, scholen, ziekenhuis, sportverenigingen en zelfs winkels en bedrijven had. Voor het midden van de 20e eeuw was deze situatie zelfs zo frappant, dat bijvoorbeeld bepaalde Nederlandse winkelbedrijven bij voorkeur personeelsleden aanstelden die lid waren van een bepaald kerkgenootschap. Dit leidde tot grote culturele verschillen, niet alleen in de steden, maar ook op delen van het platteland, met als resultaat dat hele bevolkingsgroepen naast elkaar leefden zonder veel contact te hebben. Tegelijkertijd werden door het systeem van verzuiling enerzijds en samenwerking aan de top anderzijds veel maatschappelijke spanningen afgewenteld.[bron?]

Nederlandse situatie [bewerken]

Het is niet altijd mogelijk zuilen strikt te definiëren. In elk geval kunnen een protestants-christelijke, een rooms-katholieke en een socialistische zuil onderscheiden worden. Ook kan men de 'liberale' of 'algemene zuil' waarnemen, hoewel sommige liberalen claimen dat er nooit een liberale zuil is geweest; de liberalen waren namelijk tegen de verzuiling.[2] In de 19e eeuw deed zich door de emancipatie van de katholieken en de gereformeerden al een ontwikkeling in de richting van verzuiling voor. Een hoogtepunt werd bereikt bij de discussies rond het algemeen kiesrecht enerzijds en de zogenaamde schoolstrijd anderzijds, welke hun beslag kregen in de jaren rond 1917. Begin 20e eeuw verliep ook de ontwikkeling van een moderne gezondheidszorg en de sociale woningbouw voor het overgrote deel langs verzuilde lijnen.[bron?]

De eerste tekenen van afbrokkeling (ontzuiling) zijn achteraf al zichtbaar geweest in de jaren 1950, maar met name vanaf de tweede helft van de jaren 1960 zette deze door. Anno 2006 is de verzuiling zo goed als verdwenen, hoewel een aantal 'restanten' van de verzuiling nog steeds bestaan, bijvoorbeeld de verscheidenheid aan publieke omroepen, en het bestaan van streng reformatorische dorpen. Sommigen[bron?] menen dat bepaalde Nederlandse moslims er bewust voor kiezen om zich terug te trekken in een eigen zuil. Door sommigen[bron?] wordt dit zelfs gezien als een stap naar emancipatie, terwijl anderen[bron?] minder heil zien in deze weg.

De volgende tabel toont de belangrijkste organen van elke zuil.

  Protestants Rooms-Katholiek Socialistisch Liberaal/neutraal
Voormalige politieke partij ARP (1879-1977; gereformeerd)

CHU (1908-1977; hervormd)

RPF (1977-2000; protestants)

GPV (1948-2000; gereformeerd vrijgemaakt)

RKSP (1926-1945)

KVP (1945-1977

SDAP (tot 1945) VDB (tot 1946; links-liberaal)

LU (tot 1921; klassiek liberaal)

Vrije Liberalen (tot 1921; conservatief liberaal)

LSP/Vrijheidsbond (1921-1945)

PvdV (1946-1948)

Huidige politieke partij SGP (vanaf 1918) (bevindelijk gereformeerd)

CDA (vanaf 1977) (oecumenisch)*

ChristenUnie (vanaf 2000) (orthodox-protestants / evangelisch)

CDA (vanaf 1977) (oecumenisch) PvdA (vanaf 1945)

SP

VVD (vanaf 1948)

D66 (progressief liberaal)

Omroep NCRV (orthodox-gereformeerd)

EO

KRO VARA AVRO

VPRO (vrijzinnig-protestants)

Vakbond CNV

NWV Patrimonium (gereformeerd)

NKV (tot 1976; FNV) NVV (tot 1976; FNV) ANWV
Krant De Standaard (1872-1944) (gereformeerd).
Trouw (1943-nu) (gereformeerd)
Friesch Dagblad (gereformeerd)
Kwartetbladen (in 1971 gefuseerd met Trouw; gereformeerd): De Rotterdammer, de Nieuwe Haagsche Courant, de Nieuwe Leidsche Courant en het Dordtsch Dagblad
De Maasbode (opgegaan in De Tijd).
De Tijd (samengegaan met de Haagse Post in HP/De Tijd).
Katholiek Nieuwsblad (1983-nu).
De Volkskrant (1919-nu).
regionale RK kranten
Het Vrije Volk (1945-1991).
Het Parool
Nieuwe Rotterdamsche Courant (liberaal) en Algemeen Handelsblad (liberaal) (samengegaan in NRC Handelsblad).
Algemeen Dagblad (liberaal).
Het Vaderland (liberaal).
De Telegraaf (neutraal).
De Courant Nieuws van de Dag (neutraal).
Kruisvereniging Oranje-Groene Kruis Wit-Gele Kruis Groene Kruis
Onderwijs School met den Bijbel /

protestants-christelijk onderwijs

Rooms-Katholiek onderwijs Openbaar onderwijs
Universiteit Vrije Universiteit
Protestantse Theologische Universiteit vestiging Kampen(gereformeerd)
KUN (nu Radboud Universiteit Nijmegen)

Katholieke Hogeschool Tilburg (nu Universiteit van Tilburg)

Openbare universiteiten
Studentenkoepels Societas Studiosorum Reformatorum (SSR 1905-1969; 1886-1905 "GSV Hendrik de Cock". Meeste lokale afdelingen bestaan nog) Aller Heiligen Convent (AHC 1971-heden; 1908-1970 UKSV/UKSN, daarvoor losse KSV's) Algemene Senaten Vergadering (ASV 1892-heden, daarvoor losse corpora)
Federatie van Unitates en Bonden (FUB 1948-heden; 1913-1927 UNS, daarvoor losse unitates en bonden)
Jeugdbeweging NJV KAJ AJC NPV

* Oecumenisch wil hier zeggen: streven naar meer eenheid tussen rooms-katholieken en protestanten.

Direct na de Tweede Wereldoorlog ontstonden, zowel in liberale, als sociaaldemocratische, communistische, katholieke en protestants-christelijke kringen, sterke twijfels over de verzuiling. Deze twijfel kwam o.a. voort uit de tijden van het verzet tegen de Duitse bezetting, waar vaak over de grenzen van de zuil met elkaar werd samengewerkt. Er werd een eenheidspartij opgericht, de Nederlandse Volksbeweging, waarin progressieven uit iedere politieke partij, ongeacht of het om confessionele of om een niet-confessionele partij ging, zich kon aansluiten. De Nederlandse Volksbeweging baseerde zich op het personalistisch-socialisme, dat sterk gekant was tegen autoritaire ideeën. Dit noemt men de Doorbraak-gedachte. Onder andere door sterke tegendruk van de Nederlandse bisschoppen werd deze doorbraak uiteindelijk echter geen succes en de Volksbeweging bleek een doodgeboren kind. Wel gingen enkele katholieken op persoonlijk initiatief, alsmede de kleine, progressieve en pacifistische Christen Democratische Unie en de liberale partij VDB, de fusie aan met de SDAP en vormden zo samen de PvdA. De PvdA is dus in haar kern een echte doorbraak-partij. Ook hiertegen verzetten de bisschoppen van Nederland zich middels het Mandement van 1954. Gezien echter de sterke overhand van de oude SDAP binnen de PvdA door het ontbreken van een sterk contingent confessionelen, zag men echter ook dààr een neiging tot terugvallen op de idealen van de oude SDAP.

Situatie in België [bewerken]

De verzuiling was en is in België in beide landsdelen te merken, hoewel het belang van de verschillende zuilen verschilde. In Vlaanderen is de katholieke zuil de belangrijkste en in Wallonië de socialistische zuil. De meeste organisaties waren echter onafhankelijk van het landsdeel omdat ze net zoals de toenmalige politieke partijen nog niet gesplitst waren naar taal. De landbouw hangt in België sterk samen met de katholieke zuil.

De volgende tabel toont de belangrijkste huidige en historische organen van elke zuil in Vlaanderen.

  Katholiek Socialistisch Liberaal Neutraal
Partij CD&V (voorheen Katholieke Partij / CVP) sp.a (voorheen Belgische Werkliedenpartij en BSP / SP) Open Vld (voorheen Liberale Partij / PVV) Geen
Vakvereniging ACV, Boerenbond ABVV ACLVB Onafhankelijke Vakbond voor Spoorwegpersoneel, Neutr-On
Ziekteverzekeringsfonds Christelijke Mutualiteit Socialistische Mutualiteiten Liberale Mutualiteit Vlaams & Neutraal Ziekenfonds, Onafhankelijk ziekenfonds
Gezondheidszorg Wit-Gele Kruis Centrum voor Thuiszorg Solidariteit voor het Gezin
Hulporganisaties Caritas FOS Socialistische Solidariteit
Kranten De Standaard, Gazet van Antwerpen, Het Volk, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad De Morgen Het Laatste Nieuws, De Tijd (België)
Onderwijs Katholiek basis- en secundair onderwijs, Vlaams Verbond van Katholieke Hogescholen, Katholieke Universiteit Leuven, Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen, Katholieke Universiteit Brussel officieel onderwijs (gemeenschapsonderwijs), Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent
Cultureel Davidsfonds Vermeylenfonds Willemsfonds
Jeugdbeweging Scouts en Gidsen Vlaanderen, Chiro, KSJ-KSA-VKSJ, KLJ, KAJ Rode Valken Federatie Open Scoutisme Jeugdbond voor Natuur en Milieu
Sportverenigingen Sporta
Vrouwenvereniging KAV, nu FEMMA Zij-kant
Banken Dexia, vanuit vroegere bank BAC

Zie ook [bewerken]

Literatuur [bewerken]

  • Dam, Peter van: Staat van verzuiling: over een Nederlandse mythe. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2011. ISBN 978-90-284-2419-7
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hans Righart, De katholieke zuil in Europa. Het ontstaan van verzuiling onder katholieken in Oostenrijk, Zwitserland, België en Nederland (Meppel, Amsterdam 1986) 273-274.
  2. K.J. Dijkstra, Verborgen verhoudingen. Relaties tussen de liberale politiek en journalistiek ten tijde van de verzuiling, Jaarboek Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNNP) 1998, p. 258-276. Online beschikbaar: Artikel Dijkstra. In dit artikel wordt verwezen naar: A. Lijphart, Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek, Haarlem, 1980 (8ste druk), p. 74. Hier sprak Lijphart van zuilvorming door de liberalen "niet zozeer omdat ze het zelf wensten, maar omdat ze er door de andere zuilen toe werden gedwongen". Volgens Dijkstra ontkennen andere ’verzuilingsspecialisten’ zelfs geheel het bestaan van een aparte liberale zuil.