Vestzakslagschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Admiral Scheer in Gibraltar tijdens de Spaanse Burgeroorlog

Vestzakslagschip is de populaire aanduiding voor de drie pantserschepen van de Duitse marine van de Deutschlandklasse, die eind jaren twintig begin jaren dertig zijn gebouwd. De benaming (pocket battleship) is voor het eerst gebruikt door een Britse journalist, die waarschijnlijk onder de indruk was van de zware bewapening en is daarna snel gemeengoed geworden. De Duitsers zelf spraken echter van Panzerschiffe en later herklasseerden ze de schepen tot Schwere Kreuzer.

In feite waren de schepen dan ook geen slagschepen, maar grote zware kruisers met een zwaardere hoofdbewapening dan kruisers van andere landen.

De Vrede van Versailles had aan Duitsland de beperking opgelegd dat het geen schepen mocht bouwen groter dan 10.000 ton. Als gevolg daarvan werden zo veel mogelijk gewichtsbesparende maatregelen genomen: het gebruik van twee drieling- in plaats van drie tweelingtorens voor het geschut was daar één van; verder waren de schepen geheel gelast in plaats van geklonken en werd de bepantsering tot een minimum beperkt. Desondanks bleek na de Tweede Wereldoorlog dat de Duitsers de limiet van 10.000 ton met bijna 20% overschreden hadden.

De limiet van 10.000 ton gold ook voor de kruisers van partijen die gebonden waren aan het Verdrag van Washington (1922). Deze kruisers mochten echter bewapend worden met kanons van maximaal 8 inch (203 mm). Aangezien Duitsland hierin geen partner was was het ook niet gehouden aan die beperking voor het geschut. De vestzakslagschepen hadden 6 kanons van 28 cm in twee drielingtorens. Theoretisch konden ze het dus opnemen tegen elke kruiser die ze zouden tegengekomen, terwijl ze tegelijk sneller waren dan de meeste toenmalige slagschepen.

Het gebruik van dieselmotoren voor de voortstuwing leverde geen gewichtsvoordeel op. Wel namen ze minder ruimte in dan stoomturbines, hadden ze minder bemanning nodig en maakten ze een grote actieradius mogelijk.

De snelheid van ca. 26 knopen werd aanvankelijk voldoende geacht om (Britse) slagschepen te ontlopen, maar door de bouw van de King George V klasse, die ruim 28 knopen haalde, waren ze ook op dat punt verouderd.

De bepantsering was een zwak punt, zoals bleek in de Slag op de Rio de la Plata, waar de Admiral Graf Spee forse schade opliep in een gevecht met drie lichter bewapende Engelse kruisers.

Schepen in de klasse[bewerken]

  • Deutschland (pantserschip) (later Lützow), het eerste schip van de Deutschlandklasse. Vocht mee in de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog, maar heeft, afgezien van Operatie Weserübung, slechts deel aan kleinere operaties en werd vaak zwaar beschadigd. In 1944 gaf het ondersteuning aan terugtrekkende Duitse troepen bij de Oostzee. Op 4 mei 1945 bracht de eigen bemanning het schip tot zinken. Na de oorlog werd het schip door de Sovjet-Unie geborgen, maar het schip zonk opnieuw in 1949.
  • Admiral Scheer, vernoemd naar admiraal Reinhard Scheer. Het schip vocht mee in de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog. Op 14 oktober 1940 viel het schip een Brits konvooi aan, dat werd verdedigd door slechts één schip (dat het al snel aflegde tegen de Admiral Scheer). Er volgden spoedig meer schepen, en verder deed de Scheer dienst als bevoorradingsschip en als transportschip, voornamelijk voor krijgsgevangenen. Na de terugkeer van een plundertocht op de Indische Oceaan, in Kiel, op 1 april 1941 voer het schip pas op 2 juli 1942 weer kortstondig uit. Toen admiraal Karl Dönitz het bevel kreeg over de Kriegsmarine verliet het schip nauwelijks nog de haven; in 1944 bood de Scheer ondersteuning aan de troepen bij de Oostzee, en in de nacht van 9 op 10 april zonk het schip, na een aanval van de RAF.
  • Admiral Graf Spee (ook kortweg bekend als de Graf Spee), vernoemd naar admiraal Maximilian von Spee. vocht mee in de Spaanse Burgeroorlog en was tot 1938 het vlaggenschip van de Duitse vloot. Op 21 augustus 1939 voer het schip naar het zuidelijk deel van de Atlantische Oceaan en wist vanaf 30 september verschillende Britse koopvaardijschepen tot zinken te brengen. Daarom vormden de geallieerden zeven jachtgroepen om de Graf Spee op te sporen. Dat lukte op 13 december 1939, door Jachtgroep G (Jachtgroep G bestond uit de kruiser HMS Exeter en de twee lichte kruisers HMS Ajax en HMNZS Achilles), waarop de Slag bij de Río de la Plata plaatsvond. De Britse schepen werden zwaar beschadigd terwijl de Graf Spee slechts licht beschadigd was. Desondanks trok het schip zich terug in de haven van Montevideo (Uruguay), vanwege munitiegebrek. Daar de Britse schepen bleven wachten bij de monding van de rivier en het schip opdracht kreeg om de haven binnen 72 uur te verlaten (Uruguay was neutraal) besloot de kapitein om het schip tot zinken te brengen om de bemanning te sparen. Dat gebeurde op 17 december 1939.