Viaduct
Een viaduct is een verkeersbrug die twee punten van gelijke hoogte met elkaar verbindt. Men onderscheidt onder andere een viaduct voor wegverkeer en een spoorviaduct, al naar gelang van het soort verkeer dat over de brug gaat.
Een viaduct kan bijvoorbeeld gaan over een verkeersweg, spoorweg, water of ravijn. Een viaduct waarover alleen fietsverkeer gaat wordt gewoonlijk fietsbrug genoemd.
Het woord viaduct is een moderne afleiding van de Latijnse woorden via (weg) en ducere (voltooid deelwoord: ductum; leiden), analoog aan het Latijnse woord aquaduct. De eerste viaducten waren vaak op eenzelfde wijze geconstrueerd als de Romeinse aquaducten, de overspanning bestaand uit een aantal bogen van min of meer gelijke breedte.
[bewerken] Beperkte hoogte
Een belangrijk kenmerk van viaducten is de hoogte van de overspanning. Een hoogte van minimaal 4 meter geldt voor het wegverkeer als voldoende, op snelwegen worden viaducten meestal gebouwd op een hoogte van 5,60 meter. Bij lagere viaducten worden verbodsborden geplaatst en worden extra maatregelen genomen om te voorkomen dat een onderlangs passerend voertuig het viaduct beschadigt.
-
Romeins aquaduct, de Pont du Gard, bij Nîmes
-
Een viaduct in Sint Anthonis, Nederland
-
De Nieuwe Hezelpoort in Nijmegen
[bewerken] Zie ook
| Zie de categorie Viaducts van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |