Victoria and Albert Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdingang V&A Museum, Londen
Detail hoofdingang V&A Museum, Londen
Glazen kunstwerk van Dale Chihuly in de centrale ontvangsthal, V&A Museum, Londen
Interventieve conservatie van een wandtapijt (detail)
Interventieve conservatie van een hoed

Het Victoria and Albert Museum (afgekort als V&A) is gelegen langs de Cromwell Gardens en de Exhibition Road in South Kensington, Londen.

Het museum beheert een zeer omvangrijke verzameling toegepaste kunst, zoals (al of niet antieke) gebruiksvoorwerpen, industriële vormgeving, historische en vrij recente kledij tot een uitgebreide verzameling korsetten toe in de Dress Collection.
Jaarlijks zijn er verschillende thematische tentoonstellingen, begeleid door degelijke catalogi. Er was een tentoonstelling over "Art Deco" (2003), "Gothic Art for England" (2004), "34 Years in Fashion", een overzichtstentoonstelling van het werk van Vivienne Westwood (2004), "Encounters The Meeting of Asia and Europe 1500-1800" (2004), "International Arts and Crafts" (2005) en "Modernism Designing a New World" (2006).

Het museum beschikt over een uitgebreide staf die instaat voor het deskundig onderzoek en de zorgvuldige conservering van de collectie. Hieruit volgen ook belangwekkende publicaties.[1] De medewerkers zijn actieve leden van professionele verenigingen als ICON.[2] Er is een goed uitgebouwde educatieve dienst ten behoeve van bezoekers en schoolgroepen. Er zijn onderzoeksfaciliteiten voor studenten met toegang tot databanken en de collectie zelf.

Sinds 2001 is de toegang gratis. In 2006 bezochten 2.400.000 mensen het museum. Er is een directe ondergrondse verbinding tussen het museum en het metrostation South Kensington. V&A organiseert elke zondag een brunch met jazzmuziek van 11 uur tot 15 uur.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

De stichting van het museum[bewerken]

Het huidige V&A werd opgericht in 1852 als het South Kensington Museum onder de vleugels van het Britse Ministerie van Wetenschappen en Kunst. Het museum was deels ook een bijproduct van het succes van de Great Exhibition van 1851 met Joseph Paxtons creatie van het Crystal Palace. De stichtende directeur en geboren organisator, Henry Cole, verwierf een aantal tentoongestelde producten die dan als basis dienden voor de aan te leggen collectie. Het tot nu toe nog altijd geldende didactisch museumconcept zelf, namelijk het aantonen van het verband tussen kunst (Art en Design) en kunstnijverheid (Craft en Technology) ter lering van het Britse volk, was een vinding van de prins-gemaal Albert.

Door de jaren heen breidde de collectie aanzienlijk uit met zowel kunst als gebruiksartikelen, mede dankzij schenkingen en legaten zoals de verzameling Sheepshanks met Britse schilderkunst, de verzameling Bandinel met porselein en keramiek, en de verzameling Gherardini met sculpturen.

Het museum kon als eerste uitpakken met een aantal innovaties, zoals een toegevoegd restaurant (1857) en de bezichtiging van de collectie bij avond met kunstlicht via gaslampen. In die jaren benadrukte men vooral de nuttige gebruikswaarde van het geheel in tegenstelling tot het vrije en "hogere" kunstbezit van de National Gallery en het British Museum.

In 1899 werd het South Kensington Museum hernoemd tot Victoria and Albert Museum, ter ere van Koningin Victoria en prins-gemaal Albert. De eerste steenlegging van de uitbreiding aan de linkerzijde van het Aston Webb-gebouw in 1899 was het laatste publieke optreden van Koningin Victoria.

De periode van 1900 tot 1950[bewerken]

De openingsceremonie van het Aston Webb-gebouw door koning Eduard VII en koningin Alexandra vond plaats op 26 juni 1909. De wetenschappelijke collectie van het museum verhuisde in 1913 naar het Science Museum en het V&A behield de uitgebreide collectie sierkunsten en toegepaste kunst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de collectie tijdelijk ondergebracht in het ongebruikte ondergronds Aldwych metrostation in het gezelschap van de Elgin Marbles uit het British Museum. Het gebouw benutte men dan als school voor geëvacueerde kinderen uit Gibraltar. Vanaf 1948, onder directeur Sir Leigh Ashton, werd de presentatie van de collectie grondig aangepast en gegroepeerd naar de aard van het materiaal.

Periode na 1950[bewerken]

Om jonge mensen te winnen voor het museum vond in juli 1973 een concert plaats door de folk-rock band Gryphon. In 1980 hernoemde directeur Roy Strong het museum in "V&A Museum, the National Museum of Art and Design". Strongs opvolger Elizabeth Esteve-Coll stond voor de zware uitdaging het museum toegankelijker te maken. In 2001 werd een "Toekomstplan" voorgesteld dat inhield alle galerijen inbegrepen de publieke voorzieningen aan te passen en opnieuw in te richten teneinde de presentatie te verbeteren en het publiek beter te kunnen informeren.

Museumarchitectuur[bewerken]

Het gebouw weerspiegelt 150 jaar bouwkunstgeschiedenis. Gestart met victoriaanse en edwardiaanse stijl tot aan de verbouwingen en aanbouw in de 20e eeuw. De laatste uitbreiding was een betwist ontwerp van de hand van Daniel Libeskind, genoemd "de spiraal", sterk contrasterend met het oorspronkelijk gebouw.

Opdracht van het museum[bewerken]

De belangrijkste opdracht van het museum bestaat uit wetenschappelijk onderzoek naar de collectie en de conservering ervan.

  • Onderzoek houdt identificatie en interpretatie van de verschillende voorwerpen in en sinds 1990 verspreiding van de resultaten via publicaties.
  • Conservering van de artefacten is essentieel voor de bewaring op lange termijn van de collectie en is specialistenwerk. Men maakt in deze materie onderscheid tussen preventieve en interventieve conservatie. Bij preventieve conservatie hoort het scheppen van een ideale museumomgeving m.a.w. aangepaste temperatuur, luchtvochtigheid en lichtintensiteit. Onder interventieve conservatie verstaat men reiniging van kwetsbare voorwerpen, zo goed als mogelijk herstellen van de oorspronkelijke toestand en restaureren van de vormen. Deze vorm van conservatie maakt het voorwerp stabieler, maar ook aantrekkelijker en begrijpbaarder voor de toeschouwer als het wordt tentoongesteld op zaal.

Verschillende departementen, geordend per materiaal[bewerken]

  • Keramiek en glas: porselein, glaswaren, terracotta en glas in lood
  • Meubelafdeling (westerse meubels)
  • Metaalwerk: ook edele metalen (sieraden)
  • Textiel en kleding: westerse kleding, wandtapijten en stoffen

Nationale verzamelingen[bewerken]

Het museum huisvest een aantal nationale verzamelingen zoals:

  • De sculptuurverzameling tot 1914, met onder meer Bernini's Neptunusfontein en Canova's "Drie gratiën".
  • De fotografieverzameling
  • De verzameling van miniaturen
  • De verzameling metaalwaren inbegrepen zilverwerk
  • De verzameling keramiek en glas
  • De verzameling van architectuurtekeningen
  • De verzameling van aquarellen en tekeningen
  • De verzameling juwelen
  • De verzameling stoffen
  • De verzameling van behangpapier

Galerijen[bewerken]

Verder bevat het museum thematisch ingedeelde galerijen met een enorme verzameling aan voorwerpen:

  • architectuur
  • Azië
  • 15 Britse galerijen bevatten 4000 onderwerpen
  • Keramiek: 75.000 voorwerpen
  • Hedendaags design en mode
  • Mode en juwelen: 14 000 modeartikelen (Dressing collection) en 6000 juwelen
  • Meubels en huisraad: 14.000 objecten
  • Glaswerk: 6000 glaswerken
  • Galerij in een bepaalde stijl
  • Metaalwerk: 45.000 voorwerpen
  • Schilderijen en tekeningen: 10.000 objecten
  • Fotografieverzameling: 500.000 foto's
  • Drukwerk en boeken: 750.000 boeken
  • Beeldhouwwerk: 17.000 werken

Museumdirecteuren[bewerken]

Director Served
Henry Cole 1852 – 1873
Philip Cunliffe Owen 1874 – 1893
John Henry Middleton 1893 – 1896
Caspar Purdon Clarke 1896 – 1905
Arthur Banks Skinner 1905 – 1909
Cecil Harcourt Smith 1909 – 1924
Eric MacLagan 1924 – 1945
Leigh Ashton 1945 – 1955
Trenchard Cox 1956 – 1966
John Pope-Hennessy 1967 – 1973
Roy Strong 1973 – 1987
Elizabeth Esteve-Coll 1987 – 1995
Alan Borg 1995 – 2001
Mark Jones 2001 – -

Externe links[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties