Victory Boogie Woogie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Victory Boogie Woogie is een schilderij van de Nederlandse kunstschilder Piet Mondriaan (1872-1944), vervaardigd te New York tussen juni 1942 en januari 1944.

Situering[bewerken]

Victory Boogie Woogie is geschilderd in olieverf en papier op canvas met afmetingen 127 bij 127 cm en met een verticale as van 179 cm. Het werk is geschilderd voornamelijk in de drie primaire kleuren blauw, geel en rood met verder wit, grijs en zwart, dansend door elkaar heen, opgesplitst in vlakken, vlakjes en blokjes. Het wit wordt afgewisseld door grijzen, het blauw door donkerblauwe blokjes die bijna zwarte accenten lijken, en het geel op een paar markante plaatsen door gebroken gelen. Ook het rood, hoewel minder in het oog springend, wordt gevarieerd. De door elkaar dansende kleuren en de dynamiek van het opengebroken netwerk van de lijnen verwijzen volgens sommige beschouwingen naar het dynamische tempo en het bruisende levensritme van de grote stad New York.

De naam Victory Boogie Woogie is niet van Mondriaan zelf. Wel is bekend dat hij dit werk zag als een tweede Boogie Woogie (na het eerdere werk Broadway Boogie Woogie) en dat hij ook wel sprak over een Victory. De naam is waarschijnlijk postuum aan het werk gegeven door Mondriaans erfgenaam, Harry Holtzman.[1]

De aankoop[bewerken]

Victory Boogie Woogie werd in 1997 door de Nederlandse Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit voor 82 miljoen gulden[2] (€ 37 miljoen) gekocht van eigenaar S. Newhouse uit New York. Het werk is aangekocht door een schenking van De Nederlandsche Bank aan de genoemde stichting, waarbij het schilderij eigendom werd van de Staat der Nederlanden (in beheer bij het Instituut Collectie Nederland en in langdurig bruikleen aan het Gemeentemuseum Den Haag). De Nederlandsche Bank wilde met dit gebaar afscheid nemen van de Nederlandse gulden, omdat het besluit om de euro in te voeren genomen was.

Door velen in Nederland werd hiertegen geprotesteerd, vooral tegen het ongekend hoge bedrag voor een onvoltooid schilderij, voorstellende een aantal kleurenvakjes, waarop de papieren plakstroken nog aanwezig waren. In de Tweede Kamer werden vragen gesteld over de geheime handelwijze door De Nederlandsche Bank en minister Gerrit Zalm, die zich hiermee aan de wettelijke controle door de Kamer leek te onttrekken. Anderen vonden het een briljante actie, omdat door de geheime handelwijze prijsopdrijving werd voorkomen.

Onderzoek[bewerken]

Tussen 4 en 8 september 2006 werd Victory Boogie Woogie uit zijn lijst gehaald voor onderzoek. Met moderne onderzoektechnieken zoals infrarood, UV-fluorescentie en röntgenstralen gingen Maarten van Bommel (ICN) en Hans Janssen (Gemeentemuseum Den Haag) aan de slag en trachtte men de ontstaansgeschiedenis van het werk te achterhalen. Het hele proces was te volgen in een weblog bij de Volkskrant, geschreven door Hans Janssen. Onderzoekers drongen voor het eerst door tot het materiaalgebruik (zelfgeverfd cellofaan), de onderlagen en kregen zicht op tot voorheen voor het blote oog onzichtbare details.

Deskundig onderzoek door o.a. het Instituut Collectie Nederland te Rijswijk, wees uit dat het werk veel onsystematischer tot stand kwam dan tot nu toe gedacht. Met name heeft Mondriaan veel gesleuteld aan de compositie van het werk en heeft hij regelmatig verf van het doek geschraapt. Hij zou daarbij het doek hebben losgemaakt van het houten raamwerk en opnieuw vastgespijkerd.

Onderzoek, tweede fase[bewerken]

Van 12 maart t/m 23 maart 2007 vond in het Gemeentemuseum Den Haag het onderzoek naar de Victory Boogie Woogie Tweede fase: infrarood- en röntgentechniek plaats.[3]

In augustus 2008 stelden onderzoekers van het Gemeentemuseum Den Haag dat de compositie van de grote vlakken in één keer is opgezet. Mondriaan zou echter veelvuldig wijzigingen in met tape afgebakende kleinere vlakken hebben aangebracht.[2]

Victory Boogie Woogie en Mondriaans tien laatste dagen[bewerken]

Deze bevindingen kloppen met brieven en getuigenissen waaruit blijkt dat Mondriaan de laatste tien dagen van zijn leven het werk nog grondig heeft aangepast door veel contrastrijker te werken dan in zijn vroeger werk. In zijn necrologie zei Johnson Sweeney over Mondriaans worsteling met dit schilderij: "Drie dagen voordat hij naar het ziekenhuis werd gebracht was hij begonnen aan een drastische herziening van zijn nieuwste schilderij dat al praktisch klaar was om tentoongesteld te worden en waaraan hij niet minder dan negen maanden constant gewerkt had". Ook Charmion Von Wiegand is getroffen door de "radicale verandering" in Victory Boogie Woogie. Op 17 januari 1944 waren alle stroken plakband vrijwel verwijderd, maar "het zit nu weer helemaal vol kleine tapes en ziet eruit alsof Mondriaan er koortsachtig en heel intensief aan gewerkt heeft. Het heeft een meer dynamische kwaliteit gekregen en er lijken meer kleine vierkantjes van plakband in verschillende kleuren op te zijn aangebracht." Mondriaan had dus tussen 17 en 23 januari op het vrijwel voltooide werk opnieuw revisies aangebracht, "zich losgemaakt van al die rechte lijnen en het hele oppervlak opnieuw opengemaakt". In de vroege ochtend van 1 februari 1944 stierf Mondriaan, zijn laatste werk onvoltooid achterlatend.

Epiloog[bewerken]

Het werk Victory Boogie Woogie is sinds 10 augustus 1998 te zien in het Gemeentemuseum Den Haag in Den Haag.

Dr. Hans Locher, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, stelde in deze periode dat:

de Victory Boogie Woogie een triomferend antwoord is op de Tweede Wereldoorlog. De beroemde Guernica van Picasso is gegroeid tot hét beeld van geweld en oorlogsslachtoffers in de twintigste eeuw. Welnu: de Victory Boogie Woogie van Mondriaan is hét beeld van de overwinning van levensvreugde en vrijheid.

Of het schilderij de Nachtwacht van de twintigste eeuw is, zoals toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg het werk noemde, zal de tijd moeten leren.

In 2008 werd een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar Victory Boogy Woogy afgerond. Uit dit onderzoek bleek onder meer dat het schilderij in zeer goede conditie was en dat Mondriaan de compositie in één keer heeft opgezet. Daarnaast heeft hij vlak voor zijn dood de compositie nog radicaal veranderd door stukjes gekleurd plakband te gebruiken.

Bibliografie[bewerken]

  • Hans Janssen, Joop Joosten, Yve-Alain Bois en Angelica Zander Rudenstine, Tentoonstellingscatalogus Mondriaan, Haags Gemeentemuseum, blz. 294, 1995.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties