Vierde Kruistocht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||||||||||||||||||
| Kruistochten |
| Eerste • Tweede • Derde • Vierde • Vijfde • Zesde |
De Vierde Kruistocht vond plaats tussen 1202 en 1204, en was oorspronkelijk bedoeld om het Koninkrijk Jeruzalem terug te veroveren op de moslims, via een invasie door Egypte. In plaats daarvan veroverden de kruisvaarders de stad Constantinopel, in het christen-orthodox Oost-Europa of liever gezegd het Byzantijnse rijk.
Inhoud |
[bewerk] Achtergrond
Na het mislukken van de Derde kruistocht (1189-1192), was er maar weinig interesse vanuit Europa voor een nieuwe kruistocht tegen de moslim wereld. Jeruzalem werd nu geregeerd door de Ajjoebiden, die ook de gebieden van Syrië en Egypte bezaten, maar alleen enkele kuststeden waren nog in handen van het kruisvaarders koninkrijk van Jeruzalem, waarvan Akko nu de hoofdstad was. De derde kruistocht bracht wel een nieuwe kruisvaardersstaat op, die van het koninkrijk Cyprus.
Paus Inocentius III werd verkozen in 1198 en predikte een nieuwe kruistocht. Zijn oproep werd genegeerd door de meeste edelen in Europa; de Duitsers hadden strubbelingen met de politieke macht in de kerk, en Engeland en Frankrijk waren nog steeds in oorlog met elkaar. Na een preek van Fulco van Neuilly, werd uiteindelijk wel een organisatie opgericht voor een kruistocht door Theobald van Champagne in 1199, tijdens een toernooi te Ecry. Theobald werd ook tot leider van de vierde kruistocht benoemd, maar hij overleed in 1200 en werd vervangen door Bonifatius I van Monferrato. Er werden vervolgens vertrouwelingen gestuurd om in de havensteden Genua, Venetië en wat andere plaatsen te onderhandelen over een overzet- of transportverdrag om zo te worden verscheept naar Egypte, Genua was niet geïnteresseerd, maar Venetië ging in maart 1201 overstag en zegde toe om circa 33,500 kruisvaarders te verschepen. Deze overeenkomst vereiste een jaar van voorbereiding enerzijds voor het aanbouwen van meerdere schepen, en anderzijds voor het trainen van scheepslui om de kruisvaarders over te zetten. Ondertussen werd verder gegaan met rekrutering en werd er een leger van 4,500 ruiters, 9,000 schildknapen en 20,000 infanteristen verwacht.
Het grote gedeelte van het kruisvaardersleger dat uit Venetië vertrok in 1201 kwamen uit de diversen gebieden vanuit Frankrijk zoals Blois, Champagne, Amiens, Saint Pole en Bourgondië.
[bewerk] Samengevat
Hij werd door de Venetiaanse doge, Enrico Dandolo, volledig voor economische en politieke doeleinden benut. Een van de belangrijkste gevolgen van de vestiging van de westerse staatjes in het Oosten was geweest dat de Italiaanse zeemogendheden Venetië, Genua en Pisa er op economisch vlak wel bij voeren door de oprichting van handelskantoren die een bloeiende specerijenhandel onderhielden.
De Vierde Kruistocht, op initiatief van paus Innocentius III, stond onder leiding van Bonifatius van Montferrat, Simon IV van Montfort, de Villehardouins en Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen en Henegouwen. Zij veroverden voor Venetië de stad Zara in Dalmatië en gingen in op de voorstellen van een Byzantijnse pretendent om zich te mengen in de troonopvolging te Constantinopel. De kruisvaarders veroverden de stad op 12 april 1204 en verkozen Boudewijn IX tot eerste keizer van het Latijnse Keizerrijk, dat tot 1261 zou standhouden.
Venetië verkreeg ontzaglijke handelsvoordelen en tevens de hegemonie over de Middellandse Zee. Aan de herovering van Jeruzalem dacht men helemaal niet meer. Hoewel in 1261 het Byzantijnse gezag in Constantinopel hersteld werd, was wat er resteerde van het rijk uiteengevallen in een aantal elkaar beconcurrerende vorstendommen. De eenheid zou nooit meer geheel hersteld worden en de onenigheid betekende het begin van het einde voor Byzantium. Ook voor de kruisvaardersstaten was de verzwakking van Byzantium een teken aan de wand. Hoezeer zij ook de Grieken haatten en wantrouwden, hun voortbestaan was zonder een sterk Byzantium niet mogelijk. De Vierde Kruistocht sneed daarmee diep in eigen vlees.
[bewerk] Vertrek vanuit Venetië
Als de kruisvaarders arriveren in het voorjaar van 1202 in Venetië, blijkt het aantal kruisvaarders van 33,000 niet gehaald te zijn en moet men genoegen nemen met de helft van het genoemde aantal. Wel vertrekken er nog meerdere kruisvaarders uit andere havens, zoals Genua en Marseille. Ook aan de afgesproken afbetaling van 160,000 zilvermarken kan niet worden voldaan, er word enkel een betaling gedaan van 85,000 zilvermarken. De dodge Enrico Dandolo kon hier geen genoegen mee nemen, maar enkele dagen later bij een kerkelijke cermenie kwam hij met een voorstel, de kruisvaarders konden hun overige schuld aflossen als ze de havenstad Zara terug konden veroveren op de kroaten en het weer in handen gaven van de Republiek Venetië.
[bewerk] Aanval op Zara
De republiek Venetië nam een groot risico om de kruisvaarders te verschepen, want immers was de helft van de bevolking bezig om de kruisvaarders over te zetten, en dat ging ten kosten aan de economische bloei. De aanval op Zara duurde van 10 november tot 23 november. De havenstad werd benaderd door 50 voedings tranport boten, 100 paarden galleien en 60 oorlogs schepen, elk gevuld met circa 600 kruisvaarders. De stad Zara werd in dertien dagen tijd aan puin geschoten door 15 katapulten, waarna de kruisvaarders zonder grote problemen de stad konden in nemen.
[bewerk] Bedreiging richting de Byzantijnen
Ondertussen bezocht Bonifatius van Monferato zijn neef Filips van Zwaben, die in het gezelschap verkeerde van Alexios IV Angelos, deze was gevlucht uit het Byzantijnse rijk wegens een coupe op de troon van zijn vader Isaäk II Angelos. Hij bood 10,000 man voor de kruistocht, een overzetting naar Egypte, plus 500 man om het Koninkrijk Jeruzalem te versterken. In ruil daarvoor moest Bonifatius ervoor zorgen dat hij Alexios III Angelos van de troon kreeg en van de Grieks orthodoxe kerk een Rooms katholieke kerk maakte in het Byzantijnse rijk. Bonifatius ging in overleg met de andere kruisvaard leiders en kwamen tot de conclusie dat het Byzantijnse rijk tijdens alle voorgaande kruistochten al een vijandige houding hadden ten opzichte van de westerlingen. Vanuit Zara trok de hele vloot naar Corfu en hielden zich daar enige tijd op. Ook de Venetieers hadden tegenslagen gekend onder het bewind van de Byzantijnen en bleven de kruisvaarders ondersteunen. Vanuit Corfu vertrok de gehele vloot naar Constantinopel, daar werden 300 belegerings torens en katapulten in stelling gebracht om de stad onder vuur te nemen.
[bewerk] Inname van Constantinopel
Om de stad te bereiken moesten de kruisvaarders de Bosporus over varen, dit werd gedaan door 200 schepen en Galleien. Keizer Alexius III had zijn leger langs de noordelijke oever geplaatst om de invallers af te weren. Uiteindelijk konden enkele paarden transporten de oever bereiken en stoten de ridders ter paard het land op, waardoor de de byzantijnse infantarieen naar de zuidelijke oever moesten vluchten. De kruisvaarders konden volgen tot aan de toren van Galata, de byzantijnen leken te overwinnen maar nadat ze hergroepeerde konden de kruisvaarders hun naarbinnen volgen en was de toren enkele uren later ingenomen, zodat ook de venetieers met hun vloot de stad in konden varen.
Op 11 juli, stationeerde de kruisvaarders zich nabij paleis Blachernae op het noord-westelijk kwartier van de stad en namen daar hun posities in. Het beleg op de stad werd ingezet op 17 juli, waarbij vier divisie's de landzijdelijke muurs aanvielen, terwijl de venetieërs de zeezijdelijke muren onder vuur namen, deze sectie van de muur bevatte 25 torens. Bij e stads muren wisten de byzantijnen stand te houden, maar aan de oeverzijden brak er een groot spervuur uit waardoor de venetieërs moesten vluchten, 120 hectare grond van de stad werd in de as gelegd. Alexius III nam dan uiteindelijk het besluit om 17 divisie's aan te voeren naar de sint Romanus poort, wat de kruisvaarders in de minderheid zou brengen (8,000 man tegenover 3,500 kruisvaarders), maar Alexius wist zijn moed niet door te zetten en het leger trok zich zonder enig gevecht weer terug naar de stad, het resulteerde dat de bevolking zich tegen hun keizer Alexius III keerde waardoor hij moest vluchten. De enorme brand zorgde voor 20.000 daklozen, prins Alexius IV werd op de troon gezet samen met zijn blinde vader Isaac.
[bewerk] Referenties
- 'Crusades' - Encyclopædia Britannica 2006
Charles Brand Byzantium Confronts the West, 1180-1204
- Godfrey, John 1204: The Unholy Crusade Oxford: Oxford University Press, 1980.
- Hindley, Geoffrey The Crusades: A History of Armed Pilgrimage and Holy War. New York, NY: Carroll and Graf Publishers, 2003 New edition: The Crusades: Islam and Christianity in the Struggle for World Supremacy New York, NY: Carroll and Graf Publishers, 2004.
- Lilie, Ralph-Johannes Byzantium and the Crusader States, 1096-1204 Translated by J. C. Morris and Jean E. Ridings Oxford: Clarendon Press, 1993; originally published in 1988
- Madden, Thomas F. (2003). Enrico Dandolo and the Rise of Venice. Baltimore: Johns Hopkins University Press. ISBN 0-8018-7317-7.
- Ralph-Johannes Lilie: Byzanz und die Kreuzzüge. Stuttgart 2004, ISBN 3-17-017033-3.
- Georg Ostorgorsky: Byzantinische Geschichte 324 bis 1453. München 2001, ISBN 3-406-39759-X.
- Kenneth M. Setton (Hrsg.): A History of the Crusades. Band 2. Madison 1969

