Vijfde Franse Republiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
République Française
 Vierde Franse Republiek 1958–heden
Flag of France.svg Armoiries république française.svg
Kaart
Outre-mer en sans Terre Adelie.png
Algemene gegevens
Hoofdstad Parijs
Talen Frans
Munteenheid Franse frank, Euro
Geschiedenis van Frankrijk

Prehistorie
Kelten (vanaf 7e eeuw v.Chr.)


Romeinse tijd
Romeinen (51 v. Chr.-486)
Franken (vanaf 287)


Middeleeuwen
Frankische Rijk: (481-887/8)

Merovingen (481-751)
Karolingen (751-987)

West-Francië (843-987)
Royal Standard of the King of France.svg Koninkrijk Frankrijk: (987-1791)

France Ancient.svg Capetingen (987-1328)
France moderne.svg Valois (1328-1589)

Vroegmoderne Tijd

Ancien Régime
Grand Royal Coat of Arms of France.svg Bourbon (1589-1792)
Franse Revolutie (1789)

Flag of France (1790-1794).svg Koninkrijk Frankrijk (1791-1792) Flag of France.svg Eerste Republiek (1792-1804)
Flag of France.svg Eerste Keizerrijk (1804-1815)
Naval Ensign of the Kingdom of France.svg Restauratie (1815-1830)


Moderne Tijd
Flag of France.svg Julimonarchie (1830-1848)
Flag of France.svg Tweede Republiek (1848-1852)
Flag of France.svg Tweede Keizerrijk (1852-1870)
Flag of France.svg Derde Republiek (1870-1940/'46)
Flag of France.svg Vichy-regime (1940-1944)
Flag of France.svg Vierde Republiek (1946-1958)
Flag of France.svg Vijfde Republiek (1958-heden)


Portaal  Portaalicoon  Frankrijk
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Vijfde Franse Republiek is de benaming van de huidige staatsvorm van Frankrijk, die bestaat sinds 1958. In deze republikeinse staatsvorm gaat de meeste macht naar de president. De huidige president is François Hollande.

Het ontstaan van de Vijfde Republiek[bewerken]

De Vierde Franse Republiek, die toch al door grote instabiliteit gekenmerkt werd, werd ondermijnd door het traumatische verloop van de dekolonisatie van Vietnam en Algerije. Vooral het Algerijnse probleem dreigde het politieke leven van Frankrijk te vergiftigen.

In Algerije was er in 1954 gewapend verzet gerezen tegen het Franse bewind. De omvangrijke Europese minderheid in Algerije (ook wel "pieds noirs" genoemd naar de zwarte laarzen die de kolonisten plachten te dragen), 1 miljoen christenen en joden tegenover 8 miljoen Arabieren, was bevreesd om in een onafhankelijk Algerije weggedrukt te worden door de islamitische meerderheid. Tegenover de terreur van het Arabische FLN (Front de Libération Nationale) organiseerden fanatici onder de "pieds noirs" zich in de OAS (Organisation d'Armée Secrète), die tegenterreur uitoefende. Het conflict ontaardde in een oorlog en dreigde zich uit te breiden naar Frankrijk zelf.

Bepaalde legerkringen overwogen toen in Frankrijk een staatsgreep om de stabiliteit de hervinden. Zij vormden daartoe op 13 mei 1958 een revolutionair "comité de salut public", dat ook contact opnam met generaal De Gaulle. Om een burgeroorlog te voorkomen gaf president Coty aan de Gaulle opdracht om een kabinet te formeren. Deze kreeg behalve van de rechtse partijen ook steun van een deel van de radicalen en de SFIO, de Franse socialistische partij van dat moment, die daarmee erger hoopten te voorkomen (1 juni 1958).

De Vijfde Republiek onder De Gaulle[bewerken]

Nu hij aan de macht was gekomen, zette De Gaulle zijn plannen voor staatkundige hervormingen door. Op 28 september 1958 stemde meer dan 80% van de kiezers in een referendum voor de nieuwe grondwet, die de president veel macht gaf. Het doel was een einde te maken aan de chronische instabiliteit van de Derde en Vierde Republiek, waarin leiders van de verschillende parlementsfracties straffeloos op lichtzinnige gronden regeringen konden doen vallen. De nieuwe gaullistische partij "Union pour la Nouvelle République" werd bij de komende verkiezingen de grootste fractie in het parlement. De Gaulle zelf werd op 8 januari 1959 als president geïnstalleerd, met als premier Michel Debré, die in 1962 werd opgevolgd door de latere president Georges Pompidou.

De onafhankelijkheid van Algerije[bewerken]

Tijdens de crisis van 1958 had de Gaulle tegen de "pieds noirs" gezegd. "Ik heb u begrepen!", waarmee hij suggereerde dat er onder zijn presidentschap geen sprake zou zijn van een onafhankelijk Algerije. Het was echter een listig woordspelletje van de nieuwe president, want ondanks zijn sympathie voor de kolonisten begreep de Gaulle ook dat de dekolonisatie een onvermijdelijk proces was, dat men het best maar zo spoedig mogelijk achter de rug kon hebben. Hij zette daarom de besprekingen met de leiders van het nationalistische verzet in Algerije voort, die in 1962 resulteerden in de Akkoorden van Evian, welke de onafhankelijkheid van Algerije bezegelden.

Dit werd hem in kringen van de OAS ernstig kwalijk genomen, hetgeen tot uitdrukking kwam in enkele (onsuccesvolle) aanslagen op het leven van de president en op vele succesvolle aanslagen op het leven van onschuldige burgers, met name in Parijs maar ook daarbuiten.

Buitenlandse politiek van De Gaulle[bewerken]

De Gaulle met de West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer tijdens een bezoek aan Bonn
De ingang van het Élysée, presidentieel paleis van Frankrijk

Tijdens zijn presidentschap was Charles de Gaulle lange tijd zeer geliefd in eigen land maar kwam internationaal vaak in opspraak. Eén van de uitgangspunten in zijn buitenlandse politiek was van Frankrijk weer een grote mogendheid te maken, wat het tot de Tweede Wereldoorlog altijd was geweest. Om dit te bewerkstelligen ijverde hij voor meer onafhankelijkheid van het land ten opzichte van de Verenigde Staten en een toenadering tot de Sovjet-Unie.

Een van de belangrijkste middelen waartoe hij zich wendde voor meer onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, was het ontwikkelen van kernwapens, zodat het land als kernmacht niet langer van Amerikaanse bescherming afhankelijk zou zijn. Dit resulteerde in 1966 in het terugtrekken van het Franse leger uit de NAVO. Het land bleef echter wel politiek lid om invloed uit te kunnen blijven oefenen op de beslissingen.

De Gaulle begreep dat Frankrijk de status van grootmacht niet langer alleen kon bewerkstelligen maar de hulp van Europa nodig zou hebben, en zodoende ijverde hij voor meer Europese samenwerking. Hierbij verwierp hij de mogelijkheid van de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de E.E.G. In zijn eigen woorden waren de Engelsen het paard van Troje waarmee ongewenst de Amerikanen binnengehaald zouden worden.

Dit streven naar internationale erkenning als grote mogendheid zou een karakteristiek van de Vijfde Republiek worden tot president Nicolas Sarkozy aan de macht zou komen, die voor het eerst een meer verzoenende toon richting Amerika aan zou slaan.

Verder heeft hij een aantal omstreden uitspraken gedaan, zoals "Vive le Québec libre" ("leve een onafhankelijk Quebec") tijdens een staatsbezoek aan Canada.

Mei 1968[bewerken]

In mei 1968 bereikte de eerste naoorlogse generatie de volwassenheid. Er was hen minder gelegen aan idealen als de wederopbouw van het vaderland. Zij gingen de straat op om te protesteren tegen allerlei maatschappelijke problemen, en dan met name de misstanden op de universiteiten. De vakbonden sloten zich bij hen aan en binnen de kortste keren lag heel Frankrijk plat. Even leek het erop dat er een revolutie uit zou breken. De Gaulle wist de gemoederen echter te kalmeren (o.a. door te dreigen met een militair ingrijpen) en schreef een referendum uit dat hij verloor. Daarop besloot de inmiddels 78-jarige de Gaulle in april 1969 om af te treden.

De Vijfde Republiek na Charles de Gaulle[bewerken]

Charles de Gaulle werd opgevolgd door zijn premier, protegé en partijgenoot Georges Pompidou, die na zijn dood en een presidentschap zonder noemenswaardige gebeurtenissen in 1974 werd opgevolgd door Valéry Giscard d'Estaing.

De Gaulle had gehoopt met zijn grondwet zijn rechtse gaullistische partij RPR (Rassemblement pour la République) voor lange tijd een monopolie op de macht te geven. Het linkerkamp was namelijk gesplitst in twee ongeveer even sterke partijen die slecht met elkaar konden samenwerken, de Socialistische Partij (aanvankelijk SFIO en later de Parti Socialiste) en de Communistische Partij (de PCF). Elk op zich maakten die twee partijen geen enkele kans om in de tweede en beslissende ronde van de presidentsverkiezingen de overwinning te behalen. Maar als de twee partijen zouden proberen een lijstverbinding aan te gaan, dan zouden de socialisten veel kiezers in het centrum van zich vervreemden en dus alsnog niet winnen. Aangezien in het bestel van de Vijfde Republiek de president belangrijker dan de premier en het parlement is, zouden de linkse partijen dus nooit de macht kunnen veroveren. Die strategie heeft lang gewerkt, al helemaal omdat tot 2002 de president voor zeven jaar verkozen werd. In 1981 slaagde François Mitterrand er evenwel in een Volksfront met de communisten te sluiten en daarmee de presidentsverkiezingen te winnen.

François Mitterrand[bewerken]

François Mitterrand

François Mitterrand zou tot 1995 aan de macht blijven. Zijn partij verloor weliswaar de parlementsverkiezingen van 1986, zodat de vijfde republiek kennis maakte met de cohabitation (samenwoning), waarin een president van één kant van het politieke spectrum (in dit geval links) een regering van de andere kant van het spectrum moet dulden, met in dit geval de rechtse gaullist Jacques Chirac als premier.

Bij zijn aantreden voerde Mitterrand een aantal ambitieuze plannen door, waaronder de afschaffing van de doodstraf, het nationaliseren van grote banken en andere bedrijven (automerken, olie-industrie) en het uitbreiden van de sociale zekerheid. Verder liet hij in Parijs een aantal Grands Travaux ("Grote Werken") uitvoeren.

In 1988 stonden president en premier tegenover elkaar in de presidentsverkiezingen. Chirac was als premier niet uit de verf gekomen, en was niet tegen "oompje Mitterrand" opgewassen. Na zijn overwinning ontbond Mitterrand het parlement weer, waarna links in de meerderheid kwam en Mitterrand weer een socialist, Michel Rocard, tot premier kon benoemen.

Mitterrand slaagde erin de tactiek van de Gaulle op zijn beurt tegen rechts uit te spelen. Het was nu het rechtse blok dat gespleten was in twee onverzoenbare stromingen, door de opkomst van het Front National van Jean-Marie Le Pen, dat door de andere partijen als onaanraakbaar werd beschouwd.

De vijfde republiek na Mitterrand[bewerken]

De presidentsverkiezingen van 1995 werden evenwel gewonnen door de gaullist Jacques Chirac. Zijn eerste minister Alain Juppé begon aan een hervormingsagenda die in 1997 leidde tot grote arbeidsonrust. Chirac beging een tactische blunder door het parlement vervroegd te ontbinden, waarna de socialisten in de parlementsverkiezingen de meerderheid behaalden. Nu was het Chiracs beurt om in cohabitation te regeren met een socialist, Lionel Jospin, als premier. Cohabitation zou het grootste gedeelte van Chiracs regeerperiode karakteriseren. Uit onvrede hiermee kwam Chirac met een grondwetswijziging die de ambtstermijn van het staatshoofd terugbracht van zeven naar vijf jaar. Sindsdien lopen de president en het parlement synchroon en komt een cohabitation niet meer voor.

De verkiezingen van 2002[bewerken]

De presidentsverkiezingen van 2002 hadden een dramatisch verloop. Omdat veel politici ter linkerzijde niet zo tevreden waren met de socialistische premier Jospin, diende zich in de eerste ronde een groot aantal kandidaten van links aan, denkend dat men in de tweede ronde alsnog de gelegenheid zou hebben zich achter een socialistische eenheidskandidaat te scharen. Bitter was echter hun ontgoocheling toen Jospin, de beste kandidaat van links, niet eens de tweede plaats wist te veroveren, omdat hij met 17% van de stemmen nog iets lager scoorde dan Le Pen van het Front National (Chirac behaalde in de eerste ronde 20%). De tweede ronde ging dus tussen Chirac en Le Pen. Vrijwel heel links stemde nu - allesbehalve van harte - op Chirac om een overwinning van Le Pen te verijdelen. Chirac won de tweede ronde met grote meerderheid: bijna 84% van de stemmen.

Nicolas Sarkozy[bewerken]

De presidentsverkiezingen van 2007 verliepen zonder grote verrassingen, behalve het feit dat voor het eerst in de geschiedenis van het land een vrouw, de linkse Ségolène Royal, door wist te dringen tot de tweede ronde. In die tweede ronde nam zij het op tegen de rechtse Nicolas Sarkozy. Hij won met een meerderheid van 53,06%. In de eerste ronde kreeg Jean-Marie Le Pen 10,44% van de stemmen, de gematigde François Bayrou 18,57%. Met Sarkozy kwam voor het eerst de naoorlogse generatie aan de macht.

Grands Travaux[bewerken]

Sommige presidenten van de Vijfde Republiek hechtten er waarde aan de stad Parijs een aantal monumentale gebouwen na te laten. Zo heeft Georges Pompidou de stad het Centre Georges Pompidou cadeau gedaan, waarvan nooit bekend is geworden hoeveel het heeft gekost, en Jacques Chirac het Musée du quai Branly. Maar vooral François Mitterrand heeft een groot aantal "grote werken" (Grands Travaux) uit laten voeren, waaronder de piramide van het Louvre, de Grande Arche de la Défense en de Bibliothèque François Mitterrand.

Externe links[bewerken]