Vilmos Huszàr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Vilmos Huszàr
Vilmos Huszàr. Afkomstig uit De Stijl, 5e jaargang, nr. 12 (december 1922): p. 197.
Volledige naam Vilmos Herz
Geboren 5 januari 1884
Overleden 9 augustus 1960
Geboorteland Hongarije
Beroep(en) kunstschilder, typograaf, ontwerper
Stijl(en) symbolisme, expressionisme, moderne kunst, abstracte kunst, Nieuwe Beelding
Kunst & Cultuurportaal

Vilmos Huszàr, pseudoniem van Vilmos Herz (Boedapest, 5 januari 1884 - Hierden, 8 september 1960) was een Hongaars-Nederlands kunstschilder en ontwerper. Hij is vooral bekend geworden als één van de leden van De Stijl, de bekende kunstenaarsgroep waar ook onder meer Theo van Doesburg en Piet Mondriaan lid van waren.

Inhoud

[bewerken] Levensloop

Herz veranderde zijn naam in 1904 in Huszàr. Aanvankelijk volgde hij een opleiding tot wanddecorateur aan de kunstacademie van Boedapest. Later studeerde hij aan de kunstacademie in München en in 1909 verhuisde hij naar Nederland, waar hij zich in Voorburg vestigde als kunstschilder.[1] De schilderijen uit zijn beginperiode zijn beïnvloed door het symbolisme (bijvoorbeeld zijn Zelfportret met echtgenote uit 1910, zie Schilderijen) en werk van Vincent van Gogh. Rond 1915 komt hij onder invloed van het kubisme en futurisme. Zijn werk Schilderij in geel uit 1916 (zie Schilderijen), dat vermoedelijk in de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan,[2] en dat, zoals de titel al aangeeft, geheel is uitgevoerd in de kleur geel, is geïnspireerd op de Italiaanse futuristische kunstenaar Gino Severini. De kunstcriticus Theo van Doesburg, die hij eveneens in 1916 leert kennen, is zo onder de indruk van het schilderij dat hij het aankoopt.[3] Zijn eerste (geometrisch-abstracte) glas-in-loodraam getiteld Meisje (eveneens verdwenen) ontwierp hij in 1916 en zijn eerste abstracte compositie in 1917.

In 1917 richtte hij ook, samen met Theo van Doesburg, Anthony Kok, Piet Mondriaan en J.J.P. Oud het tijdschrift De Stijl op. Zijn eerste bijdrage tot dit tijdschrift is het logo ervan (zie Typografisch ornament onder Typografische ontwerpen)[1] en zijn reeks artikelen getiteld 'Aesthetische beschouwingen', dat in de eerste jaargang ervan verschijnt (zie Publicaties). In november 1918 onderschreef hij, naast Theo van Doesburg, Robert van 't Hoff, Anthony Kok, Piet Mondriaan, Georges Vantongerloo en Jan Wils, ook het Eerste Manifest van De Stijl.[4] Het jaar daarop trok Huszàr zich echter uit De Stijl terug. Waarom is niet duidelijk. Volgens Carsten-Peter Warnecke kregen Huszàr en Van Doesburg ruzie over het kleurenschema van Robert van 't Hoffs interieur voor zijn woonboot De Stijl. Ook zou er sprake geweest zijn van een vijandige verhouding tussen Huszàr en mede-De Stijl-lid Georges Vantongerloo.

Jan Wils en Vilmos Huszàr. Fotoatelier Berssenbrugge in Den Haag. 1920-1921.

Huszàr was de overbuurman van Cornelis Bruynzeel Jr., directeur van timmerfabriek De Arend in Rotterdam, en, net als Huszàr, lid was van de Haagsche Kunstkring.[5] In 1917 ontwierp hij een advertentie voor de firma Bruynzeel (zie Typografische ontwerpen) en in 1918 de reclamestand van deze firma op de Nederlandsche Jaarbeurs in Utrecht,[6] dat Huszàrs eerste interieurontwerp was.

In 1919 ontwierp Huszàr de kleuroplossing van de door architect Pieter Jan Christophel Klaarhamer ontworpen jongensslaapkamer van Bruyzeels villa De Arendshoeve in Voorburg, waarvan zich tegenwoordig een reconstructie in het Gemeentemuseum Den Haag bevindt.[7] In 1921 ontwierp Huszàr ook een zitkamer voor deze villa, maar nu in samenwerking met Piet Zwart,[8] met wie hij in 1921 in dienst trad bij Jan Wils. In die hoedanigheid maakte hij een kleurenstudie voor de trappenhal van Wils' (niet-uitgevoerde) Tehuis voor werkende vrouwen (1921)[9] en was hij verantwoordelijk voor het kleurontwerp van de door Wils ontworpen verbouwing van het fotoatelier van Henri Berssenbrugge in Den Haag (1921; zie afbeelding; verdwenen). Dit laatste ontwerp was stilistisch zeer aan De Stijl verwant, hoewel Huszàr en Wils op dat moment geen lid van De Stijl waren. Huszàr maakte in dit ontwerp echter geen gebruik van zuivere ‘primaire’ kleuren, maar de mengkleuren framboosrood, blauw en oker naast de niet-kleuren wit, zwart en grijs.[10] Tussen 1919 en 1921 werkte hij ook nog samen met Herman van der Kloot Meijburg aan een huis in Voorburg.

Huszars 'Simultaneïstisch-méchanische dans' tijdens de Dada-soirée in Amsterdam. 19 januari 1923.

Eind 1921 moeten Huszàr en Van Doesburg hun ruzie bijgelegd hebben, getuige de publicatie in De Stijl (augustus 1921) van zijn Beeldens Toneel uit 1920-1921, dat later de Overwinning op de Zon van El Lissitzky in 1923 in Hannover uitgevoerd, heeft beïnvloed.[11] In januari 1922 werd de hierboven gereproduceerde foto van fotoatelier Berssenbrugge en een door Huszàr zelf van commentaar voorziene tekening van een eetkamer uit 1921 in De Stijl gepubliceerd.[12] Op 22 januari 1922 hield hij de lezing 'Over de moderne toegepaste kunst' tijdens het 2e congres van moderne kunst in Antwerpen, die in februari van dat jaar in twee delen werd gepubliceerd in het Bouwkundig Weekblad (zie Publicaties). Van 10 januari tot en met 14 februari 1923 nam Huszar, met Theo van Doesburg, Nelly van Moorsel en Kurt Schwitters, aan de Nederlandse Dada-tournee. Zijn bijdrage bestond uit de 'Simultaneïstisch-méchanische dans' door een aluminium 'mechanische dansfiguur', die hij als een wajangpop op een groot wit scherm projecteerde (zie Beeldhouwwerk).

Uitnodiging voor de De Stijl-tentoonstelling in galerie L'Effort Moderne in Parijs. 1923.

Met een paar van de ontwerpen die Huszàr in 1919 maakte nam hij in 1923 deel aan de architectuurtentoonstelling van De Stijl in galerie l'Effort Moderne in Parijs (zie afbeelding links).

Gerrit Rietveld (maquette) en Vilmos Huszàr (kleur). Maquette Ruimte-Kleur-Compositie voor de Juryfreie Kunstschau in Berlijn. 1923. Materiaal en afmetingen onbekend. Verdwenen.

In 1923 nam hij, samen met Gerrit Rietveld, ook deel aan de Grote Berlijnse Kunsttentoonstelling, waarvoor ze een (niet-uitgevoerde) tentoonstellingsruimte ontwierpen (zie afbeelding rechts). Ook dit ontwerp was, in tegenstelling tot de hier afgebeelde foto, oorspronkelijk niet uitgevoerd in zuivere primaire, maar in wat subtielere kleuren. Het was namelijk Theo van Doesburg die de foto's ervan voor publicatie in het tijdschrift Architecture Vivante met zuivere primaire kleuren inkleurde, om dit werk meer bij de uitgangspunten van De Stijl te doen laten aansluiten.[13]

Huszàr onderhield al vanaf 1921 internationale contacten. Hij woonde enige tijd in Parijs. Vanaf 1925 legde hij zich toe op het ontwerp van grafisch werk voor de reclameindustrie. In 1926 ontwierp hij een visuele identiteit voor het sigarettenmerk Miss Blanche. Daarnaast ontwierp hij in deze periode ook veel tentoonstellingsaffiches en enkele boekbanden. Vanaf 1927 ging hij weer meer schilderen en vanaf 1930 ontwierp hij ook meubelen, uitgevoerd door de firma Metz en Co. Huszàr overleed in 1960 op circa 76-jarige leeftijd.

[bewerken] Werk

[bewerken] Publicaties

  • V. Huszar (december 1917) 'Aesthetische beschouwingen', De Stijl, 1e jaargang, nummer 2, pp. 20-23. Zie Digital Dada Library.
  • V. Huszar (januari 1918) 'Aesthetische beschouwingen. II', De Stijl, 1e jaargang, nummer 3, pp. 33-35. Zie Digital Dada Library.
  • V. Huszar (maart 1918) 'Aesthetische beschouwingen. III', De Stijl, 1e jaargang, nummer 5, pp. 54-57. Zie Digital Dada Library.
  • V. Huszar (mei 1918) 'Aesthetische beschouwingen. IV. Bij de bijlage', De Stijl, 1e jaargang, nummer 7, pp. 79-84. Zie Digital Dada Library.
  • 'Iets over Die Farbenfibel van W. Ostwald', De Stijl, 1e jaargang, nummer 10 (augustus 1918): pp. 113-118. Zie Digital Dada Library.
  • 'Aesthetische beschouwingen V', De Stijl, 1e jaargang, nummer 12 (oktober 1918): p. 147-150. Zie Digital Dada Library.
  • 'Inleiding Aesthetische beschouwingen (2de reeks)', De Stijl, 2e jaargang, nummer 1 (november 1918): p. 7-10. Zie Digital Dada Library.
  • 'Aesthetische beschouwing bij bijlagen 3 en 4', De Stijl, 3e jaargang, nr. 3 (januari 1919): p. 27-31. Zie Digital Dada Library.
  • 'Over de organisatie in de ambachtskunst', Bouwkundig Weekblad, 41e jaargang, nr. 30 (24 juli 1920): p. 182-184. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • V. Huszar (januari 1922) 'Ruimte-kleur-compositie voor een eetkamer', De Stijl, 5e jaargang, nummer 1, pp. 7-8.
  • 'Over de moderne toegepaste kunst [1]', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 7 (18 februari 1922): pp. 59-69. Zie TU Delft scan 1, scan 2, scan 3, scan 4, scan 5 en scan 6.
  • 'Over de moderne toegepaste kunst [2]', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 8 (25 februari 1922): pp. 72-77. Zie TU Delft scan 1, scan 2 en scan 3.
  • 'De kunst en de leek [1]', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 17 (29 april 1922): pp. 160-163. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'De kunst en de leek [2]', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 18 (6 mei 1922): pp. 169-171, 173, 176. Zie TU Delft scan 1, scan 2, scan 3 en scan 4.
  • 'Kleur-vlak-compositie', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 27 (8 juli 1922): pp. 268-270. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.
  • 'Mechanische dansfiguur', Merz, nummer 1 (januari 1923): p. 13. Zie Dada Library.
  • 'Twee kerkraam-ontwerpen 1923', Bouwkundig Weekblad, 44e jaargang, nr. 18 (5 mei 1923): p. 197-198. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.

[bewerken] Schilderijen

[bewerken] Grafiek

  • Compositie VI. 1917. Linoleumsnede. 11,4 × 14,2 cm. Amsterdam, Stedelijk Museum. Zie Digital Dada Library.

[bewerken] Beeldhouwwerk

  • Mechanische dansfiguur [verdwenen; gereconstrueerd in de jaren '80]. 1920. Oorspronkelijk aluminium, papier en touw. Hoogte 100 cm. Den Haag, Haags Gemeentemuseum. Zie Digital Dada Library.

[bewerken] Toegepaste kunst

[bewerken] Glas-in-loodramen

[bewerken] Tapijt

[bewerken] Typografische ontwerpen

  • Typografisch ornament.[14] 1917. Zie Digital Dada Library.
  • Advertentie C. Bruynzeel & Zonen Rotterdam. 1917. Zie Digital Dada Library.
  • Ornament 20e eeuwsche stijl. Zie Digital Dada Library.
  • Ex libris voor Lena de Roos. 1922.
  • Affiche van Miss Blache. 1928. Afgebeeld in Bouwkundig Weekblad Architectura, 50e jaargang, nr. 20 (18 mei 1929): p. 159. Zie scan TU Delft.
  • Affiche van de tentoonstelling 25 jaar A et A, BNA, KVB en VANK in het Stedelijk Museum in Amsterdam. 1929. Chromolithografie. 69,9 × 59,7 cm. Gemeentemuseum Den Haag. Zie webwinkel Gemeentemuseum Den Haag.
  • Gedenkboek Bruynzeel's fabrieken Zaandam. 1931.

[bewerken] Erfenis

Van het grootste deel van de werken van Huszàr is helaas onbekend waar ze zijn. Een groot deel van zijn werk is alleen bekend van foto's die bijvoorbeeld in De Stijl werden gepubliceerd. Onder meer zijn bekende Mechanisch dansende pop, die veel werd gebruikt tijdens Dada-samenkomsten is verdwenen.

Van 8 maart tot 19 mei 1985 was er een groot retrospectief in het Gemeentemuseum in Den Haag.

[bewerken] Externe link

Wikimedia Commons
Wikimedia Commons heeft meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen: Vilmos Huszar.
  • J.P. M.[ieras] (22 april 1922) 'Het atelier van Berssenbrugge te 's-Gravenhage', Bouwkundig Weekblad, 43e jaargang, nummer 16 (22 april 1922): pp. 150-152. Zie TU Delft scan 1 en scan 2.


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Bronnen:


Noten:

  1. a b Warncke (1990): p. 209.
  2. Volgens Warncke is dit schilderij vermoedelijk tijdens het bombardement van Rotterdam in mei 1940 verloren gegaan. Meer waarschijnlijk is dat het werk vernietigd werd toen het huis van Van Doesburgs ex-vrouw Helena Milius aan de Klimopstraat als gevolg van het bombardement van het Haagse Bezuidenhout in maart 1945 afbrandde. Milius had namelijk enkele schilderijen van Van Doesburg, waaronder mogelijk ook dit schilderij in beheer.
  3. Warncke (1990): p. 45.
  4. De Stijl, 2e jaargang, nummer 1 (november 1918): p. 2-3. Zie Digital Dada Library.
  5. Herman van Bergeijk (2007). Jan Wils. De Stijl en verder. Rotterdam: Uitgeverij 010, p. 39. ISBN 978-90-6450-567-6
  6. Overy (1997): pp. 94-95.
  7. Warnecke (1990): p. 117.
  8. Warnecke (1990): p. 118.
  9. Herman van Bergeijk (2007). Jan Wils. De Stijl en verder. Rotterdam: Uitgeverij 010, pp. 39-40. ISBN 978-90-6450-567-6
  10. Overy (1997): pp. 94-96.
  11. Kenneth Frampton, 'Neoplasticisme en architectuur: formatie en transformatie', in Mildred Friedman (redactie; 1982). De Stijl: 1917-1931. Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff, p. 102. ISBN 90-290-8052-3
  12. Vilmos Huszàr, ‘Ruimte-kleur-compositie van een eetkamer’, De Stijl, 5e jaargang, nummer 1 (januari 1922): pp. 7-8.
  13. Overy (1997): pp. 11, 95.
  14. Theo van Doesburg schrijft hierover: ‘Het typografische ornament tusschen titel en tekst op den omslag is van de hongaarschen kunstenaar Vilmos Huszàr. Het is ontleend aan een houtsnede welke als zuiver beeldende kunst bedoeld, hier in toepassing is gebracht om een aesthetisch-harmonische eenheid met den druk te vormen’ (De Stijl, 1e jaargang, nummer 1 (oktober 1917): p. 11.).
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen