Viltstift

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een viltstift met groene inkt

De viltstift is een tekenmateriaal. Viltstiften zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren, en de tekenpunt waar de inkt uit komt kan smal, breed, dik of dun zijn, al naargelang de toepassing.

Viltstiften met een navulbare glazen container worden nog steeds geproduceerd

De viltstift werd vermoedelijk in het begin van de twintigste eeuw uitgevonden. In 1910 vroeg de Amerikaan Lee W. Newman patent aan op een marking pen bestaande uit een cilindervormige inktcontainer met daarop een houder geschroefd voor een afgeschuinde punt bestaande uit een vilten stift. Het doel was het markeren van industriële goederen. In de jaren daarna werden voor industrieel gebruik meer van zulke markeerpennen ontwikkeld, meestal in een beperkt assortiment.

In 1952 ontwikkelde de Amerikaan Sidney Rosenthal de Magic Marker en bracht die in een grotere kleurenreeks uit. Dit product bestond uit een kort piramidevormig glazen flesje met een metalen dekseltje dat meteen diende als stifthouder. Het flesje was navulbaar. De inkt bestond uit een mengsel van de oplosmiddelen tolueen en xyleen vermengd met een kleurstof. De vloeistof had een grote hechtkracht en droogde snel en vrijwel watervast op. Wegens die laatste eigenschap werden zulke tekenmiddelen permanent markers genoemd. Een nadeel was de giftigheid die zich mede uitte in een onaangename geur. Hierom en wegens de neiging van de oplosmiddelen om te "bloeden" doordat ze nog door de dikste papierlagen opgezogen werden, waren zulke viltstiften minder geschikt om op papier te tekenen.

De 'moderne' viltstift zoals we die nu kennen, is in 1962 uitgevonden door Yukio Horie van de Tokyo Stationery Company, in Japan.[1] Na eerste proefnemingen met een bamboe houder voorzien van een vilten punt, verfijnde men het concept verder tot een product met een groter gebruiksgemak. In plaats van een metalen of glazen container waar de inkt vrij in kon bewegen, werd een doordrenkte wattering gebruikt als reservoir. Hierdoor kon de houder bestaan uit een simpele hardplastic buis ter grootte van een potlood, terwijl er toch weinig kans was op lekkage. De vilten punt werd vervangen door een fiber tip bestaande uit hardere parallelle kunststofvezels. Die maakten een smallere en hardere punt mogelijk die in iedere gewenste vorm kon worden geslepen en minder vervormde onder druk. De punt stak van achteren in de wattering en werd zo continu van inkt voorzien wat het gevaar op uitdroging verminderde. Hierdoor kon volstaan worden met een eenvoudige opschuifbare plastic dop om verdamping en inktverlies te verhinderen; latere modellen gebruikten vaak een vastklikkende dop. Het tolueen of xyleen werd vervangen door alcoholen als 1-propanol, 1-butanol of diacetonalcohol, of cresolen. De alcoholen zijn veel minder giftig en dit maakte viltstiften geschikt voor gebruik door kinderen. Een nadeel is dat de inkt niet watervast is, maar dat is buiten het industrieel gebruik vaak weinig relevant of kan zelfs als een voordeel worden gezien omdat vlekken in kleding dan ten dele uitwasbaar zijn.

Viltstiften met inkt op alcoholbasis voor het tekenen op papier

Het product werd een groot succes en midden jaren zestig begonnen veel fabrikanten van tekenmaterialen reeksen van soortgelijke viltstiften uit te brengen, meestal verpakt in doorzichtige plastic etuis of blikken dozen, als bij potloden. Tegenwoordig worden per jaar miljarden van zulke viltstiften geproduceerd. Meestal verschillen die maar weinig in de gebruikte inkten. Wel maakt de toepassing van plastic voor de houders daarin een fantasierijke variatie in kleur en vorm mogelijk, waarbij het de conventie is de houder of de dop ervan de tint te geven van de inkt die hij bevat. Meer verschil is er in de vorm en dikte van de stift die tegenwoordig vaak niet meer van een vilt of vezel gemaakt is maar van een poreuze kunststof wat de inktafgifte en vormvastheid verbetert. In het Nederlands bleef de naam "viltstift" gangbaar, vergelijkbaar met het Duitse Filzstift en het Engelse felt tip. De oudere viltstiften met xyleen/tolueeninkt bleven bestaan, vooral voor bedrijfsmatig gebruik. Ze hebben tegenwoordig meestal een navulbare cilindervormige aluminium container. De watervastheid is verbeterd door toevoeging van een mengsel van een glyceride, een pyrrolidon en een opgeloste kunsthars.

De dunne viltstiften met inkt op alcoholbasis hebben vaak zeer grote kleurassortimenten. De kleuren daarvan worden typisch gevormd door een beperkt aantal, meestal een half dozijn, organische kleurstoffen te mengen. Gelen en roden worden verschaft door azoverbindingen, magenta door chinacridon, cyaanblauw en groen door ftalocyanine. Lichtere tinten worden simpelweg aangemaakt door de hoeveelheid kleurstof te verminderen, zodat de vloeistof fletser wordt. Het transparante mengsel krijgt zijn kleur namelijk door het licht te filteren wat zonder toevoeging van een dekkend wit pigment, hetgeen de vloeistof tot een verf zou maken in plaats van een inkt, geen witte tint kan opleveren. Net als bij een aquarel bestaat het wit in een afbeelding dus uit het wit van het papier. Het oplosmiddel dringt in de papiervezels door en verdampt, zodat de achterblijvende kleurstof de vezels kleurt. Er vormt zich dus geen verffilm. Het "transparante" effect wordt niet veroorzaakt door een doorzichtige glacerende laag op het papier die het licht breekt, maar door een minder sterke directe kleuring van de papiervezels zelf. Een uitzondering vormen die stiften die juist wel een verf bevatten. Die is dan een mengsel van een bindmiddel, bij voorbeeld polyurethaan, een olie of een kunsthars, een oplosmiddel zoals thinner of tolueen, en een dekkend pigment. De container is in dat geval hol en bevat vaak een stalen kogel die met een schuddende beweging de verf steeds opnieuw op de juiste egale mengverhouding kan brengen als het pigment aan één zijde bezonken is geraakt.

Ondanks de geringe variatie in kleurstoffen is hierin toch een zeker onderscheid tussen de verschillende merken. Goedkopere stiften hebben vaak minder verzadigde kleuren doordat er teveel oplosmiddel gebruikt is en daarbij zijn hun kleurstoffen ten dele minder lichtecht. Dat laatste speelt vooral bij gele, rode, roze en paarse tinten.

Een viltstift wordt meestal gebruikt om vlakken in te kleuren. Ook bij graffiti worden viltstiften gebruikt. Vaak zijn viltstiften hervulbaar. Afhankelijk van de gebruikte inktsoort en het materiaal waarop de viltstift gebruikt wordt, is het mogelijk dat een viltstift (al dan niet droog) uitwisbaar is. Niet-uitwisbare viltstiften worden ook wel permanente viltstiften genoemd.

Een markeerstift is een korte dikke viltstift met fluorescerende kleurstoffen.

Voor het labellen van een cd of dvd zijn er een speciale viltstiften met inkt op waterbasis die de gegevensdragende laag van de cd niet aantasten.

Voor het markeren op huid, bijvoorbeeld door een chirurg, zijn er speciale viltstiften op de markt met een neutrale geur.

Noten[bewerken]

  1. Monahan, P, Powell, D., 1987, Advanced Marker Techniques, Mcdonald & Co Publishers Ltd