Viviparidae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Viviparidae
Viviparus contectus met operculum
Viviparus contectus met operculum
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Gastropoda (Buikpotigen)
Onderklasse: Orthogastropoda
Orde: Architaenioglossa
Superfamilie: Ampullarioidea
Familie
Viviparidae
J.E. Gray, 1847
Afbeeldingen Viviparidae op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Viviparidae zijn een familie van zoetwaterkieuwslakken die met ruim 60 soorten over de hele wereld, met uitzondering van Zuid-Amerika, voorkomen. Viviparidae zijn ovovivipaar: het moederdier houdt de eieren bij zich tot de jonge dieren uit het ei komen.

Inhoud

Typegenus[bewerken]

Viviparus Montfort, 1810 is het typegenus van deze familie.

Schelpkenmerken[bewerken]

De schelp is meestal conisch van vorm, hoger dan breed en regelmatig gewonden. De windingen zijn doorgaans bol, soms met kielen die glad maar ook geknobbeld kunnen zijn. Bij veel soorten is de kiel op de periferie geprononceerd. Vaak is de mondopening ovaal tot vrijwel rond. De mondrand is scherp, niet verdikt en niet omgeslagen. De schelp heeft een navel die echter geheel bedekt kan zijn.

In hoogte variëren de meeste soorten tussen ongeveer 1 en 6 cm.

Hoewel de dieren van gescheiden geslacht zijn (zie onder) is nog niet aangetoond dat dit zich uit in geslachtelijke dimorfie van de schelp zoals van andere slakkensoorten (bijvoorbeeld Lithoglyphus naticoides) bekend is.

Moerasslakken hebben een (meestal dun) hoornachtig operculum dat concentrisch is opgebouwd.

Voortplanting[bewerken]

De dieren zijn van gescheiden geslacht. Zoals de Latijnse naam aangeeft, zijn deze dieren levendbarend. Er is echter geen sprake van echt levendbarend maar van zgn eierlevendbarend (ovovivipaar).

Habitat en levenswijze[bewerken]

De meeste soorten leven in zoet zuurstofrijk water, er zijn er ook die zwak brak water verdragen.

Geologische historie[bewerken]

Voorouders van de moerasslakken komen met zekerheid sinds het Juratijdperk voor, de modernere soorten zijn zich sinds het Krijttijdperk beginnen te ontwikkelen.

Voorkomen[bewerken]

Wereldwijd verspreid met uitzondering van Zuid-Amerika.

Voorkomen in Noordwest-Europa[bewerken]

In Noordwest-Europa komen twee levende soorten voor: de Spitse moerasslak (Viviparus contectus) en de Stompe moerasslak (Viviparus viviparus). Daarnaast zijn van deze regio uit het Cenozoïcum (vooral uit het Kwartair) enkele fossiele soorten bekend.

Systematiek en taxonomie[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Gittenberger, E., Janssen, A.W., Kuijper, W.J., Kuiper, J.G.J., Meijer, T., van der Velde, G. & de Vries, J.N., 2004. De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 291 pp. (2nd ed.). ISBN 90-5011-201-3
  • (fr) Fischer, P.H., 1880-1887. Manuel de Conchyliologie et de Paléontologie conchyliologique ou histoire naturelle des Mollusques vivants et fossiles suivi d'un appendice sur les Brachiopodes par D. Oehlert. – XXIV + 1369 pp.
  • (de) Gloër, P., 2002. Die Süßwassergastropoden Nord- und Mitteleuropas - Bestimmungsschlüssel, Lebensweise, Verbreitung. In: F. Dahl (ed.), Die Tierwelt Deutschlands, 73: 327 pp. (2nd rev. ed.); ISBN 3-923376-02-2.
  • (en) Prashad, B., 1928. Recent and fossil Viviparidae. A study in distribution, evolution and palaeogeography. Memoirs of the Indian Museum 8 (4): 153-252.
  • (en) Thiele, J., 1929-1935. Handbuch der Systematischen Weichtierkunde. Jena, (1), 1-376, 1929; (2), 377-778, 1931; 779-1022, 1934; 1023-1134, 1935.
  • (en) Vaught, K.C., 1989. A classification of living mollusca. American Malacologists Inc., Melbourne USA, ISBN 0-915826-22-4, 195 pp.
  • (de) Wenz, W., 1923-1930. Gastropoda extramarina tertiaria. Fossilium Catalogus I. (4 vols.), 3387 pp.
  • (de) Wenz, W., 1961. Gastropoda, 1, Allgemeiner Teil und Prosobranchia. In: Handbuch der Paläozoologie, 6(1) 1-948 (herdruk).