Vlaamse Beweging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Vlaamse strijdvlag zoals gevoerd door de Vlaamse Beweging.

De Vlaamse Beweging is een verzamelterm voor het geheel van verenigingen en personen die zich richten op de emancipatie van het Vlaamse volk in de context of tegen de achtergrond van België. Maatschappelijk vertaalt dit streven zich meestal in een devolutie van de staatsstructuur.

Geschiedenis[bewerken]

Historische context[bewerken]

De Belgische staat werd vanaf de onafhankelijkheid in 1830 eentalig Frans, aangezien de heersende klasse zowel in Vlaanderen als Wallonië deze taal sprak. Zo kwam er een trage, maar gestage verfransing van het openbare leven in Vlaanderen op gang.[1] In Brussel werd de rechtspleging zelfs onmiddellijk verfranst en dit gold waarschijnlijk ook voor het bestuur. Ook het lager onderwijs verfranste er, iets wat in de rest van Vlaanderen nooit zou gebeuren.[2] Er werd als het ware een sociale taalgrens geschapen. In tegenstelling tot de rest van Vlaanderen, bleek de verfransing van Brussel veel sterker en onomkeerbaar.

Het ontstaan van de Vlaamse Beweging[bewerken]

De eerste reactie op deze verfransing kwam vanuit artistieke milieus, meer bepaald schrijvers en dichters zoals Conscience, Rodenbach en Gezelle. Daarna deinde de beweging uit tot al de andere artistieke disciplines. Het werd een algemeen cultuurflamingantisme. Als kunstenaars en intellectuelen behoorden zij doorgaans zelf tot de bourgeoisie.

Vanaf 1870 kreeg de Vlaamse Beweging een bredere, volkse basis. Zij werd meer en meer een politieke beweging met eisen als de volledige vernederlandsing van het onderwijs en het openbaar leven in Vlaanderen. De Vlaamse studentenbeweging was de drijvende kracht achter deze evolutie. Er trad een hoofdzakelijk katholieke intelligentsia naar voren met personen als August Vermeylen, Hugo Verriest, Cyriel Verschaeve, Frans Van Cauwelaert en Julius Vuylsteke.

11 juli 1917: Vlaamse soldaten vieren de Guldensporenslag.

Wereldoorlog I[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog valt de Vlaamse Beweging te verdelen in drie groepen: de activisten, die collaboreerden met de Duitse bezetter om hun doel te bereiken, de passivisten, die samenwerking met de bezetter afwezen, en de Frontbeweging, een beweging aan het front die zich tegen het Franstalige taalbeleid van het Belgisch leger verzette. Die laatsten toonden hun ongenoegen vooral door grafstenen met de letters AVV-VVK (Allen voor Vlaanderen-Vlaanderen voor Kristus) bij graven van honderden gesneuvelde Vlaamse soldaten te plaatsen.

Collaboratie[bewerken]

Tijdens het interbellum bereikte de Vlaamse Beweging, partijpolitiek georganiseerd in de Frontpartij, haar hoogtepunt. Getuige daarvan de Bormsverkiezing op 9 december 1928 en de eerste belangrijke overwinning met de taalwetten in 1932. Gaandeweg veranderde de Vlaamse Beweging van een democratische en progressieve beweging in een rechts-autoritaire beweging met als emanatie het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso). Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen opnieuw delen van de Vlaamse Beweging over tot collaboratie. De repressie na de oorlog leidde tot zeer harde bestraffingen: meer dan 400.000 dossiers, 240 doodstraffen, zoals in het geval van Leo Vindevogel en August Borms.[3] De Vlaamse Beweging was organisatorisch vernietigd en moreel in diskrediet gebracht.

Leuven Vlaams[bewerken]

Het opblazen van de IJzertoren in 1946 gaf de Vlaamsgezinde opinie een eerste impuls. Een tweede was de Koningskwestie, waarbij de tegenstelling tussen Vlamingen en Walen opnieuw sterk naar voren kwam. De Vlaamse Beweging werd opnieuw een brede volksbeweging tussen '57 en '65. Het verzet tegen de verfransing van Brussel, die door middel van de talentellingen geöfficialiseerd werd, leidde tot twee indrukwekkende marsen op Brussel met tienduizenden deelnemers en de taalgrens werd in 1962 definitief vastgelegd. In 1968 volgde de strijd voor Leuven Vlaams.

Deelname aan de macht[bewerken]

In 1977 werd de Volksunie, opgericht in 1954, bij de onderhandelingen rond een tweede staatshervorming betrokken. De onderhandelingen mondden uit in het omstreden Egmontpact, genoemd naar het Egmontpaleis, waar de heimelijke vergaderingen ’s nachts plaatsvonden. Het akkoord stuitte op massaal protest. Met name de rechtse en radicaal anti-Belgische vleugel van de Vlaamse Beweging vond dat er te veel toegevingen aan de Franstaligen waren.[4] Ondanks het protest werd het Egmontpact door de partijraad van de Volksunie met een tweederdemeerderheid goedgekeurd, maar het protest hield aan en de premier, Leo Tindemans, diende hierop onverwachts zijn ontslag in. De regering-Tindemans II was gevallen en het pact werd nooit tot uitvoering gebracht. Het kwam uiteindelijk tot een breuk binnen de Volksunie, die leidde tot het ontstaan van het Vlaams Blok in 1978. Bij de derde staatshervorming in 1988 kwam de definitieve doorbraak van het federalisme in België. Met het Sint-Michielsakkoord in 1993 werd België formeel een federale staat.

Heden[bewerken]

Het Vlaams-nationalisme is tegenwoordig de overheersende stroming in de Vlaamse Beweging. Een zeer recente trend in de Vlaamse Beweging is de aandacht voor de nieuwe Vlamingen van onder meer het IJzerbedevaartcomité, het OVV en de VOS.

De motivatie van een groot deel van de Vlaamse Beweging draait nog steeds in hoge mate rond de volgens deze strekking nog bestaande discriminaties van Vlamingen door en in de Belgische instellingen, hetgeen vaak het "Belgisch democratisch deficit" genoemd wordt.

Gelieerde politieke partijen[bewerken]

Grote, in alle parlementen vertegenwoordigde partijen:

Partij Afkorting Wenselijke staatsstructuur Gedachtegoed
Libertair, Direct, Democratisch LDD Confederalisme Libertair
Nieuw-Vlaamse Alliantie N-VA eerste stap confederalisme, uiteindelijk onafhankelijkheid Liberaal-conservatief
Vlaams Belang VB Onafhankelijkheid Rechts-conservatief

Daarnaast hebben zowel CD&V, Open Vld, Groen als de sp.a een Vlaamsgezinde vleugel.

Bij Open Vld concentreert zich dit onder andere rond haar lokale mandatarissen in Vlaams-Brabant en Nova Civitas. Bij sp.a rond figuren als Bert Anciaux en voorheen ook Leo Peeters, Frank Vandenbroucke en Norbert De Batselier. Deze laatste was medeauteur van Het Sienjaal, samen met Maurits Coppieters. Bij Groen gaat het vooral om mensen die overgekomen zijn uit de vroegere SLP, zoals de ondertussen uit de politiek gestapte Geert Lambert.

Kleinere partijen:

Gelieerde maatschappelijke en sociale organisaties[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Van Goethem, H. (1990), "De taaltoestanden in het Vlaams-Belgische gerecht, 1795-1935", pp. 8-9.
  2. Zie 1.
  3. Lannoo, G. (2005), "Vlaanderen waarheen?: Een terugblik op 100 jaar Vlaamse Beweging", in: Nieuwsbrief - tweemaandelijks ledenblad van de Orde van den Prince, jg. 24, nr. 3, pp. 5-6.
  4. Leys, T. (2006), "Over Hugo, over Vlaanderen en over Schiltz", in: De PregoPraat, jg. 33, nr. 3, pp. 4-7.