Vlamingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlamingen
De vlag van Vlaanderen
De vlag van Vlaanderen
Verspreiding Vlag van België België:
  6 230 000 (2006[1] )
in Vlaanderen

en 500 000 in Wallonië[2]
Vlag van Canada Canada:
   12 430 - 168 910 (2001[3])
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten:
   58 545 - 389 171 (2006[4])
Vlag van Frankrijk Frankrijk:
   187 750 (2001[3])
Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika:
   55 200 (2001[3])
Vlag van Australië Australië:
   15 130 (2001[3])
Vlag van Brazilië Brazilië:
   6 000 (2001[3])

Taal Nederlands (59% van de Vlamingen spreekt Frans als tweede taal, 53% spreekt Engels als derde taal).[5]
Geloof Rooms-katholiek, andere.
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Vlamingen zijn inwoners van Vlaanderen, oftewel de leden van de Vlaamse Gemeenschap, of ook alle inwoners van het Vlaams Gewest en die inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die zich als Vlaming beschouwen. De meeste Vlamingen zijn dus inwoners van België. Vlamingen spreken Nederlands en hebben in principe de Belgische nationaliteit.

Er zijn ook Frans-Vlamingen in Frans-Vlaanderen en Zeeuws-Vlamingen in Zeeuws-Vlaanderen.

Emancipatiestrijd[bewerken]

Vlamingen hebben een lange strijd gevoerd voor het behoud van het Nederlands als omgangstaal. Veel middeleeuwse edellieden, ook de graven van Vlaanderen, spraken enkel Frans en de 15e-eeuwse hertog Karel de Stoute verplichtte in de Bourgondische Nederlanden het gebruik van het Frans als bestuurstaal. Van dan af werd de voertaal in de leidende -adellijke- kringen steeds meer het Frans, een Europees fenomeen en een trend die nog versterkt werd door de Belgische industrialisatie en de opkomst van de burgerij.

Tijdens de bezetting van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk (1795 tot 1815) werd gebruik van het Frans een noodzakelijk middel voor Nederlandstaligen om op te klimmen op de sociale ladder. Na 1830 tot midden 20ste eeuw verfranste de opkomende burgerij, door de taalpolitiek van het jonge België. Dit fenomeen van verfransing was waar te nemen in hogere Vlaamse kringen, met een geleidelijke doorsijpeling van het Frans naar de bevolkingslagen daaronder. In Brussel gebeurde dit bij de hele bevolking (hogere, midden, en lagere sociale klassen). (Zie Verfransing van Brussel.)

Sinds de laatste talentelling van 1947 is er geen duidelijk beeld meer van het aantal Franstalige Vlamingen dat in Vlaanderen woont. Men schat dat er tegenwoordig 150 à 300.000 Franstaligen in het Vlaams Gewest wonen (3 à 5,9% van de bevolking van het Vlaams Gewest)[6]. Maar hierin moet men een onderscheid maken tussen Franstalige Brusselaars en Walen die in Vlaanderen zijn komen wonen (meestal in de rand rond Brussel) en Vlamingen die verfranst zijn (over heel Vlaanderen, vooral in Vlaamse steden).

De grootste concentratie aan Franstaligen vindt men in de Vlaamse Rand. Het betreft hoofdzakelijk Franstaligen die er zich de laatste decennia vestigden, komende vanuit Brussel, Wallonië, of elders in Vlaanderen. De oudere Franstalige groepen in de grote steden zoals Antwerpen en Gent zijn de laatste decennia sterk gekrompen doordat de spreektaal steeds meer Nederlands werd en door uitwijking. Anderzijds vestigen zich vooral in stedelijke gebieden een groeiende groep Franstaligen afkomstig uit Zwart-Afrika.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie voor meer informatie de geschiedenis van het Graafschap Vlaanderen en de Belgen

Vlamingen kenmerken zich door hun deelname aan één volksgemeenschap met zijn eigen taalvariant, zijn eigen culturele instellingen, eigen media en eigen politieke partijen. Ze zijn nochtans in historisch opzicht geen duidelijk te onderscheiden volk in etnische zin maar zijn afstammelingen van vele verschillende volkeren zoals Germanen en Kelten die in de loop der eeuwen naar West-Europa migreerden. Ook in recente tijden komen migranten naar Vlaanderen die bijdragen aan de culturele en etnische diversiteit van de Vlamingen. Als grootste gemene deler van de tegenwoordige Vlamingen kan men wellicht zeggen dat ze als dagelijkse taal Nederlands spreken.

De definitie van Vlaming is ook niet steeds dezelfde geweest. Tijdens de Guldensporenslag in 1302 werden enkel de inwoners van het Graafschap Vlaanderen Vlamingen genoemd. In het hertogdom Brabant was men toen alleen Brabander. De Goede Steden in het Nederlandstalige deel van het Prinsbisdom Luik, ongeveer de huidige Belgische provincie Limburg, werden toen ook Dietse Steden genoemd.

In de zestiende eeuw en later gingen ook de inwoners van de Zuidelijke Nederlanden zich steeds vaker Nederlander voelen, terwijl tegelijk de invloed van het Frans als taal van de culturele en politieke elite toenam. De Zuidelijke Nederlanden is de naam voor de vorstendommen die na de Tachtigjarige Oorlog uiteindelijk onder het gezag van de Spaanse Habsburgers bleven en waar het katholicisme gehandhaafd bleef als enige godsdienst. Deze gebieden waren toen het Slagveld van Europa en werden achtereenvolgens de Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden, waar ook de Verenigde Provinciën maar vooral Frankrijk zich konden doen gelden.

Onder de Franse bezetting tijdens de Franse Revolutie, de periode van 1795 tot 1814, toen de Zuidelijke Nederlanden waren ingelijfd bij Frankrijk, spraken en schreven ambtenaren en politici Frans. De periode van hereniging van België met Nederland (1815-1830) kon dit niet helemaal ongedaan maken, onder meer omdat koning Willem I, die overigens een Franstalige hofhouding aanhield, zich in het Zuiden had gecompromitteerd met zijn taalpolitiek ten voordele van het Nederlands.

Na het ontstaan van België werd een Vlaming gekenschetst als een dialectspreker uit de provincies Oost- of West-Vlaanderen, Brabant, Antwerpen of Limburg, waar relatief weinig industrie en verhoudingsgewijs veel armoede was. Omdat de taalgrens -de grens tussen het Franstalige en het Nederlandstalige gebied- pas in 1963 wettelijk werd vastgelegd, en omdat de Franse taal daarvóór in heel het land een dominante rol speelde, is het begrip Vlaming lang een beladen term geweest, die vaak ook nog een sociale diskwalificatie inhield.

Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 stelde het Belgisch Parlement de wetgeving enkel in het Frans op. Geleidelijk ontstond de Vlaamse Beweging, die een gelijkwaardige positie voor het Nederlands in het openbaar leven eiste. In 1898 kwam de eerste wetgeving die het gebruik van het Nederlands als officiële taal regelde. In 1930 doceerde men aan de Universiteit van Gent, als eerste universiteit in Vlaanderen, in het Nederlands.

Pogingen van Activisten tijdens de Eerste Wereldoorlog om met hulp van de Duitse bezetter radicale Vlaamse hervormingen door te voeren, werden na de wapenstilstand kordaat teruggedraaid door de Belgische overheid. Zware repressie eveneens na de collaboratie van een belangrijk deel van het Vlaams-nationalisme vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Belgische grondwet werd in 1967 voor het eerst in het Nederlands vertaald. Onder druk van protesterende Vlaamse studenten en van de Vlaamse publieke opinie werd in 1968 de tweetalige Katholieke Universiteit Leuven gesplitst. De Franstalige universiteit verhuisde naar Louvain-la-Neuve, een nieuwgebouwde stad net over de taalgrens in Waals-Brabant.

In de jaren zestig van de vorige eeuw keerden de kansen voor het Nederlands in België. De vereiste om Frans te spreken voor een Vlaming die hoger op de maatschappelijke ladder wilde komen verdween. De leidende rol van Franstalige hogere kringen is grotendeels verdwenen door de teloorgang van de machtsbasis van Franstalig België: de zware industrie. Daartegenover stond een snelle groei van de economische welvaart in Vlaanderen door de gunstige ligging aan de Noordzee.[bron?] Taalproblemen bestaan vooral nog in de Vlaamse gemeenten in de Rand rond Brussel, waar er wettelijk geregelde taalfaciliteiten voor Franstaligen zijn. Vlaamse politici willen deze faciliteiten geleidelijk afbouwen, hun Franstalige tegenspelers willen precies het tegenovergestelde.

De Belgische federale staatsstructuur kent naast de 3 gewesten (het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) ook nog 3 gemeenschappen: de Vlaamse Gemeenschap naast de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschap is ook in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest politiek aanwezig in de gewestregering en het Brussels parlement via de Vlaamse Gemeenschapscommissie en met een Schepen voor Nederlandstalige Aangelegenheden in elk van de 19 Brusselse gemeentebesturen om daar de belangen van de Brusselse Vlamingen te behartigen.

In het begin van de 21ste eeuw wordt het streven naar verdere Vlaamse ontvoogding door Vlaams-nationalisten vooral gemotiveerd door wat zij het Belgisch democratisch deficit noemen, en met name de volgens hen nog steeds bestaande grootschalige discriminatie van Vlamingen. Tussen 2005 en 2007 werd het bestaan daarvan ook voor het eerst door een vooraanstaand Franstalige politicus erkend, toen Rudy Demotte, als toenmalig Minister van Volksgezondheid in 2003-2007 erkende dat Vlamingen gediscrimineerd werden in vele officieel tweetalige Brusselse ziekenhuizen. Dit door de gebrekkige kennis van het Nederlands bij het overwegend Franstalig verplegend personeel.

Trivia[bewerken]

Het Spaanse woord voor Vlaming is Flamenco. De overeenkomst met de naam van de dans de flamenco is frappant te noemen. Dit wordt door sommige historici aangegrepen om de oorsprong van de dans zelf in Vlaanderen te plaatsen. Een andere verklaring wordt gevonden in de Spaanse heerschappij over Vlaanderen. Door de rebellie hiertegen zou flamencos een algemeen woord zijn geworden voor "mensen die geen respect hebben voor het centrale gezag"; dit zou dan later gebruikt zijn om de zigeuners aan te duiden: in de 18e-eeuwse literatuur worden ze namelijk flamencos genoemd. Pas later werd de term gebruikt om de dans de flamenco te identificeren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) Structuur van de bevolking - België / Brussels Hoofdstedelijk Gewest / Vlaams Gewest / Waals Gewest / De 25 bevolkingsrijkste gemeenten (2000-2006)
  2. [1]
  3. a b c d e (nl) Vlamingen in de Wereld; Canada: 2006 Canadian Census geeft 12.430 mensen die zich opgaven met als etnisch oorsprong Vlaming. Een 168.910 mensen gaven zich op als 'Belg'.
  4. (en) De 2006 US American Community Survey geven 389,171 mensen op die "Belgische" afkomst hebben.
  5. (fr) La dynamique des langues en Belgique
  6. [2]