Vliegende auto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een vliegende auto is een auto die net als een gewone auto over de openbare weg mag rijden, maar daarnaast ook kan opstijgen, vliegen en landen als een vliegtuig.

Geschiedenis[bewerken]

Visie[bewerken]

Niet lang nadat de Gebroeders Wright hun eerste succesvolle vlucht maakten, begonnen luchtvaartpioniers te geloven in een hybride vliegende auto. Dit zou een voertuig moeten worden voor de gewone man. Men zou rijdend vanuit ieder huis kunnen vertrekken naar een geschikte plaats om op te kunnen stijgen om van daaruit de rit al vliegend voort te zetten. In enkele huidige projecten, zoals in de LaBiche FSC-1, is een automatische conversie naar vliegtuig ingebouwd.

Eerste experimenten[bewerken]

Glenn Curtiss, de belangrijkste concurrent van de Gebroeders Wright, was de eerste die met een ontwerp voor een vliegende auto kwam. Zijn vliegende auto had drie vleugels en een aluminium carrosserie en maakte gebruik van dezelfde vleugels als zijn Model L Triplane die een spanwijdte had van 12 meter en een lengte van 6 meter. Zijn vliegende auto zou nooit vliegen, maar werd tentoongesteld in New York in 1917. Het eerste patent voor een vliegende auto ging naar F. Longobardi in 1918 en Curtiss ontving een patent voor zijn vliegende auto in 1919.

De eerste vliegende auto die ook daadwerkelijk zou vliegen, werd gebouwd door Waldo Waterman. Op 21 februari 1937 ging zijn Arrowbile voor het eerst de lucht in. De Arrowbile was een verdere ontwikkeling van Watermans staartloze vliegtuig, de Whatsit. Hij had een spanwijdte van ruim 11 meter en een lengte van ruim 6 meter. Zowel op de grond als in de lucht werd hij aangedreven door een Studebaker motor. Hij kon vliegen met een snelheid van 177 km per uur en rijden met een snelheid van bijna 90 km per uur. Er werden in totaal vijf Arrowbiles gemaakt.

Naoorlogse ontwikkeling[bewerken]

In de jaren 1950 was de westerse wereld aan het herstellen van de Tweede Wereldoorlog en scheen alles mogelijk te zijn. De vliegende auto was een visie voor het transport in de 21e eeuw en een veelgebruikt kenmerk van sciencefictionverhalen.

Verschillende ontwerpen (zoals de Convair vliegende auto en Molt Taylor's Aircar) hebben gevlogen, maar geen enkele heeft commercieel succes behaald en degenen die hebben gevlogen zijn onbekend bij het grote publiek. Een opmerkelijk ontwerp, Henry Smolinski's Mizar, gemaakt door een Cessna Skymaster te combineren met een Ford Pinto, viel uiteen tijdens een testvlucht en doodde daarbij Smolinski en de piloot.

In de jaren 1950 voerde de Ford Motor Company een serieuze studie uit naar de haalbaarheid van een vliegende auto als commercieel product. Ze kwamen tot de conclusie dat het technisch uitvoerbaar was, economisch haalbaar was en significante realistische markten had. De verkende markten omvatten de ambulancediensten, politie- en reddingsdiensten, militair gebruik, en aanvankelijk, een luxe vorm van transport. Enkele van deze markten worden nu bediend door lichte helikopters, waaruit de trefzekerheid van Fords campagne blijkt. Maar de vliegende auto die Ford had onderzocht, zou zeker vijftig keer minder duur zijn.

Toen Ford de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) benaderde voor de voorschriften, was het probleem dat de toen bekende vormen van luchtverkeersleiding ongeschikt waren voor de hoeveelheid verkeer die Ford voorspelde. In die tijd maakte de luchtverkeersleiding gebruik van kaartjes waar de vluchtnummers, hoogtes en opschriften op werden geschreven en die in een kaartenbak werden geplaatst. Naar alle waarschijnlijkheid zou een geautomatiseerde luchtverkeersleiding, of een of andere vorm van hoogtetoewijzing, de problemen kunnen oplossen. Andere problemen zouden echter ook op een of andere manier opgelost moeten worden, zoals dronken bestuurders of bestuurders zonder rijbewijs.

Lijst van opmerkelijke vliegende auto's en rijdende vliegtuigen[bewerken]

The Taylor Aerocar III in het Museum of Flight in Seattle

Nederlandse bodem[bewerken]

In 2012 is een Nederlandse vliegende auto opgedoken onder de naam PAL_V. Het toestel werd een test ronde gemaakt boven Brabant op 400 meter hoogte en het toestel werd na de vlucht weer veilig op de grond gezet om er vervolgens er weer mee te gaan rijden. De totale kosten bedragen ongeveer zes miljoen euro. De PAL_V is een tweepersoons driewieler met een propeller en opklapbare rotorbladen. De bedoeling is dat de PAL_V in 2014 op de markt verschijnt. Je hebt een rijbewijs nodig om er mee te rijden en een vliegbrevet om er mee te vliegen. Vliegen is veilig aangezien de PAL_V ook in de lucht blijft als de motor uitvalt dit omdat de wieken blijven doordraaien.


Moderne ontwikkeling[bewerken]

Vandaag de dag is er een actieve beweging in de zoektocht naar een uitvoerbare vliegende auto. Ieder jaar worden er diverse conventies gehouden om de huidige projecten de bediscussiëren en in ogenschouw te nemen. Twee opmerkelijke evenementen die er in de wereld gehouden worden zijn de EEA Airventure in Oshkosh, Wisconsin, VS en de Society of Automotive Engineers (SAE) in verschillende steden.

Vliegende auto's kunnen onderverdeeld worden in twee verschillende types:

  • Geïntegreerd - Je houdt alle onderdelen bij je als je rijdt
  • In modules - Je laat de delen die je alleen gebruikt om mee te vliegen achter op het vliegveld

De eerste vliegende auto's waren allemaal van het tweede type, voornamelijk vanwege de eenvoudigheid van de constructie. Vandaag de dag werken ontwerpers aan geïntegreerde exemplaren om complete flexibiliteit voor de gebruiker mogelijk te maken.

Gerelateerde ontwikkeling[bewerken]

De Moller Skycar is een prototype van een VTOL (vertical take-off and landing, oftewel verticaal opstijgen en landen) vliegtuig, dat door sommigen ook een vliegende auto wordt genoemd. En hoewel hij er van buiten als een auto uitziet, is hij niet ontworpen om er op de weg mee te rijden. Hij heeft voor op de grond geen toepasbaar aandrijvingssysteem en is veel te breed om er legaal mee op de snelweg te rijden. Maar Skycar maakt wel gebruik van technologie waarmee het gat tussen auto's en vliegtuigen overbrugd kan worden.

Fictie[bewerken]

In de romans van Philip K. Dick, zoals Do Androids Dream of Electric Sheep?, komen vliegende auto's met VTOL-capaciteiten voor in de vorm van "flapples" en "spinners". Vliegende auto's en andere vleugelloze voertuigen komen veel voor in sciencefiction-films en -series waarin een technologisch vergevorderde toekomst wordt uitgebeeld, zoals in Star Wars, The Fifth Element, Star Trek en The Matrix. Gewoonlijk vliegen deze voertuigen zonder zichtbare middelen om in de lucht te blijven (mogelijk met behulp van anti-zwaartekracht of een andere exotische technologie). In de film Flubber maakt een professor gebruik van het door hem uitgevonden flubber om zijn eigen auto te laten vliegen. Een van de meest iconische vliegende auto's is de De Lorean uit de film Back to the Future Part II, waar hij aangepast wordt om te vliegen terwijl hij een tijdreis maakt in de toekomst. Een andere bekende vliegende filmauto is Chitty Chitty Bang Bang, uit de gelijknamige Britse muziekfilm uit 1968, die geïntegreerde vleugels heeft.

Meer recent hebben vliegende auto's hun overgang gemaakt van de sciencefiction naar de fantasy in de Harry Potter boeken, waarin een Ford Anglia wordt omgetoverd tot een vliegende auto.

Referenties[bewerken]