Vlucht naar Egypte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding uit 1423 door de Meester van Bedford. Op de achtergrond wordt een van de wonderen uit de apocriefe verhalen afgebeeld: een heidens standbeeld dat van de sokkel stort wanneer Jezus langskomt
Rustpauze tijdens de terugkeer uit Egypte, schilderij door Fra Bartolomeo uit ca. 1500

De vlucht naar Egypte is een Bijbelse gebeurtenis die beschreven wordt in het Evangelie volgens Matteüs (2:13-23). Hierbij vluchtten Jozef en Maria met het pasgeboren kindje Jezus naar Egypte nadat ze door een engel zijn gewaarschuwd over de aanstaande kindermoord van Bethlehem.

In Egypte is een groot aantal kerken en schrijnen van de Koptisch-orthodoxe Kerk op plekken waar de Heilige Familie volgens de overlevering verbleef. De belangrijkste van deze kerken is Aboe Serga, een 4e-eeuwse kerk in Caïro. In de rooms-katholieke traditie is de vlucht naar Egypte een van de zeven smarten van Maria.

Evangelie volgens Matteüs[bewerken]

De enige Bijbelse versie van de vlucht naar Egypte is te vinden in het Evangelie volgens Matteüs. Dit evangelie verhaalt dat de drie wijzen uit het oosten naar koning Herodes I gingen om te vragen waar ze de pasgeboren "koning van de Joden" konden vinden. Herodes vreesde dat het kind hem van zijn troon zou stoten en gaf zijn soldaten bevel om naar Bethlehem te gaan en alle jongetjes tot twee jaar oud te doden (de kindermoord van Bethlehem, Matteüs 2:16-18). Een engel verscheen echter in een droom aan Jozef en droeg hem op om samen met Jezus en Maria naar Egypte te vluchten (Matteüs 2:13).

Volgens het evangelie keerden ze na een tijd, toen Herodes was gestorven, terug naar Judea. Toen ze ontdekten dat de gewelddadige Herodes Archelaüs de nieuwe koning van Judea was, vluchtten ze naar Nazareth in Galilea, dat onder de heerschappij van Herodes Antipas was. De terugkeer uit Egypte was volgens Matteüs 2:15 de vervulling van een voorspelling door de profeet Hosea (Hosea 11:1): "Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen".

Het Evangelie volgens Matteüs was bedoeld voor een Joods publiek en houdt zich onder meer bezig met het leggen van verbanden tussen Jezus en Mozes. Het verhaal over de vlucht naar Egypte legt dit verband omdat Jezus in het verhaal zich net als Mozes een tijd lang in Egypte ophoudt.[1] Volgens sommige skeptici is de passage bedoeld als verklaring waarom Jezus in het religieus belangrijke Bethlehem geboren werd maar in het relatief onbelangrijke Nazareth opgroeide.

Apocriefen van het Nieuwe Testament[bewerken]

De apocriefen van het Nieuwe Testament bevatten een aantal verhalen over de vlucht naar Egypte die vooral handelen over wonderen die plaatsvinden tijdens de reis, zoals een palmboom die naar het kindje Jezus buigt zodat de dadels geplukt kunnen worden; woestijndieren die eer betuigen aan Jezus; een waterbron in de woestijn die spontaan begint te spuiten; een heidens standbeeld dat van de sokkel stort wanneer Jezus langskomt; en een treffen met de twee dieven die later naast Jezus werden gekruisigd.[2] In deze verhalen reist Salomé mee met de Heilige Familie om voor het kindje Jezus te zorgen. De apocriefe verhalen zijn vooral van belang voor de Koptisch-orthodoxe Kerk in Egypte.

De vlucht naar Egypte in de kunst[bewerken]

De vlucht naar Egypte is in veel kunstwerken afgebeeld, vaak met Maria zittend op de rug van een ezel die wordt geleid door Jozef. Onder meer Rembrandt (De vlucht naar Egypte), Caravaggio, Jacob Jordaens, Albrecht Dürer en El Greco beeldden het verhaal af op schilderijen.

Vóór ongeveer 1525 werd het verhaal niet apart afgebeeld, maar maakte deel uit van een reeks voorstellingen van de geboorte van Jezus, het leven van Jezus of het leven van Maria. De Vlaamse Primitieven begonnen vanaf de 15e eeuw de Heilige Familie af te beelden tijdens een rustpauze op weg naar Egypte, vaak vergezeld door engelen of, in oudere afbeeldingen, door een jongen die mogelijk Jakobus de Rechtvaardige voorstelde.[3] Tot het Concilie van Trente (1545-1563) werden op de achtergrond vaak verschillende apocriefe wonderen afgebeeld.

In latere schilderijen, vanaf de 16e eeuw, werden op de achtergrond vaak landschappen afgebeeld, wat kunstschilders de mogelijkheid gaf om te experimenteren met landschapschilderkunst. Vaak werd de Heilige Familie klein afgebeeld en nam het landschap bijna het gehele schilderij in. De 18e-eeuwse Italiaanse kunstenaar Giambattista Tiepolo produceerde een serie van 24 gravures met verschillende scènes van de vlucht naar Egypte. Het onderwerp was vooral populair bij Duitse kunstschilders van de 19e-eeuwse romantiek.

Een onderwerp dat populair was bij veel schilders van de renaissance was een ontmoeting tussen de kinderen Jezus en Johannes de Doper in Egypte. Johannes de Doper zou volgens de overlevering zijn gered van de kindermoord van Bethlehem door de aartsengel Uriël en naar de Heilige Familie in Egypte zijn gebracht. Onder meer Leonardo da Vinci (de Maagd op de rotsen) en Rafaël schilderden deze ontmoeting van de "Heilige Kinderen".

Naast schilderkunst werd de vlucht naar Egypte ook uitgebeeld in middeleeuwse Bijbelse toneelstukken, waaronder het speelboek van Fleury (ca. 1200) en de Ordo Rachelis-cyclus.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen
Referenties
  1. Harris, Stephen L. Understanding the Bible. Palo Alto: Mayfield. 1985. "Matthew" p. 272-285
  2. First Infancy Gospel of Jesus. chapter VIII
  3. G Schiller, Iconography of Christian Art, Vol. I,1971 (Engelse vertaling uit het Duits), Lund Humphries, Londen, p. 124 , ISBN 853312702