Vluchteling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vluchtelingenkamp voor Rwandezen gelegen in wat nu het oosten van de Democratische Republiek Congo is
Een Armeense vrouw en haar zoon. Twee vluchtelingen tijdens de Armeense Genocide.
Palestijnse vluchtelingen in 1948
Joodse vluchtelingen uit Irak in 1951.

Een vluchteling is iemand die zijn woongebied is ontvlucht uit vrees voor geweld of zijn leven. De meeste vluchtelingen komen uit gebieden met oorlog of dreiging daartoe, of uit staten waar grove schendingen van de mensenrechten plaatsvinden. De lidstaten van de Verenigde Naties organiseren sinds 2000 jaarlijks op 20 juni de Wereldvluchtelingendag.

Verdrag[bewerken]

Op 28 juli 1951 werd te Genève een vluchteling gedefinieerd in het eerste artikel van het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen als "een persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of vanwege zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren. Indien een persoon meer dan één nationaliteit bezit, betekent de term "het land waarvan hij de nationaliteit bezit" elk van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit. Een persoon wordt niet geacht verstoken te zijn van de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, indien hij, zonder geldige redenen ingegeven door gegronde vrees, de bescherming van één van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit, niet inroept."

De meeste vluchtelingen halen de grens niet eens. Wereldwijd zijn er ruim 12 miljoen vluchtelingen en 25 miljoen ontheemden. Ontheemden zijn vluchtelingen binnen de eigen landsgrenzen.

Onder bovenstaand Verdrag moeten landen vluchtelingen asiel verlenen. Vluchtelingen kunnen onder dit verdrag niet gedwongen worden terug te keren naar hun land van herkomst. De conventie wordt echter op grote schaal geschonden; zestien landen staan ieder jaar een bepaald aantal mensen uit vluchtelingenkampen toe om binnen hun landsgrenzen te verblijven: Australië, Benin, Brazilië, Burkina Faso, Canada, Chili, Denemarken, Finland, IJsland, Ierland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De meeste vluchtelingen anno 2013 zijn afkomstig uit Irak, Somalië en de Afghanistan.

In Nederland worden de aanvragen voor een verblijfsvergunning van asielzoekers en vluchtelingen behandeld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie. Dit is een bestuursrechtelijke procedure, waarin bezwaar en beroep mogelijk is (rechtsgang via de rechtbank en in hoger beroep de Raad van State. Tegen beslissingen van de Raad van State kan ook worden opgekomen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg indien deze in strijd worden geacht met een bepaling uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Asielzoekers worden tijdens hun aanvraag van een verblijfsvergunning veelal bijgestaan door gespecialiseerde asiel- of vreemdelingenadvocaten. In Nederland zijn zij georganiseerd in de Vereniging Asieladvocaten en Juristen Nederland (VAJN) [1].

Ook worden asielzoekers juridisch en maatschappelijk bijgestaan door beroepskrachten en vrijwilligers uit diverse hulporganisaties, waaronder VluchtelingenWerk Nederland. Een landelijke belangenbehartiger en spreekbuis van vluchtelingenzelforganisaties in Nederland is de VON (Vluchtelingen Organisaties Nederland).

Asielzoeker / vluchteling?[bewerken]

In het dagelijks taalgebruik bestaat verwarring tussen de begrippen asielzoeker en vluchteling. Strikt genomen kan iedereen die een asielaanvraag heeft ingediend asielzoeker worden genoemd, en zijn alleen diegenen als vluchteling aan te merken die erin zijn geslaagd aannemelijk te maken dat zij voldoen aan de daarvoor geldende criteria uit art. 1A van het Verdrag (vervolging op grond van politieke overtuiging, ras of behorend tot een sociale groep).

Een asielaanvraag kan worden afgewezen indien de aanvrager niet blijkt te voldoen aan die criteria (dan heet de aanvraag manifest ongegrond), maar ook wanneer hij gearriveerd is via een ander veilig land, waar zijn aanvraag dan had moeten zijn ingediend en behandeld (veilig derde land- of land van eerste ontvangst-beginsel).

Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Na de Duitse inval in 1914 trokken miljoenen Belgen op de vlucht. Honderdduizenden trokken via Oostende en Zeebrugge naar Engeland. Evenveel trokken verder naar Frankrijk. Meer dan een miljoen vluchtelingen trokken naar Nederland. Onder hen bevonden zich ook 35.000 militairen, die werden geïnterneerd. Duizenden “gemotiveerden” van hen zouden ontsnappen, om via Groot-Brittannië en Frankrijk opnieuw deel te nemen aan de oorlog.

De Duitsers probeerden de vluchtelingenstroom van België naar Nederland te stoppen door langs de Nederlands-Belgische grens prikkeldraadmuren onder elektrische spanning te bouwen. Veel onwetende vluchtelingen vonden hier de dood. De muur was twee meter hoog en bijna tweehonderd km lang. De spanning op het prikkeldraad was 50.000 volt.[2]

Het grootste deel van de burgervluchtelingen keerde voor het einde van het jaar weer terug naar huis, maar meer dan 100.000 Belgen bleven in Nederland. Wie niet zelf in zijn levensonderhoud kon voorzien (ongeveer 20.000 mensen) werd ondergebracht in vluchtoorden te Gouda, Uden, Nunspeet en Ede, die onder toezicht stonden van de Nederlandse overheid en waar men tot het einde van de oorlog onder zeer goede omstandigheden werd gehuisvest.

De vluchtelingen in Groot-Brittannië stichtten hele Belgische kolonies met alles erop en eraan. Typerend zijn de katholieke kerken en gemeenschappen in een overwegend protestants land. Vele duizenden Belgische kinderen zouden hun eerste of plechtige communie doen in Groot-Brittannië. Het Belgisch leven liep er gewoon verder.

De gevluchte Belgen die niet naar het front moesten, zetten zich aan het werk in hun gastland. In Frankrijk werd de inzet en ijver van de Belgen gewaardeerd door de fabrikanten en de boeren. Bij de rijkere burgerij stonden Belgische dienstmeisjes goed aangeschreven.

In heel het Britse Rijk en in vele neutrale landen werden inzamelacties gehouden om de arme Belgen te helpen. Vrouwenorganisaties in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada zamelden geld en kleding in voor de Belgen.

Literatuur (selectie)[bewerken]

  • António Guterres Millions uprooted - Saving refugees and the displaced in Foreign Affairs, september/oktober 2008

Zie ook[bewerken]

Noot