Voegwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een voegwoord (ook conjunctie) is een woord dat twee deelzinnen (ook wel 'clauses' genoemd) met elkaar verbindt, meestal de hoofdzin met de bijzin. In dit geval is sprake van een onderschikkend voegwoord. Maar een voegwoord kan ook een hoofdzin met een andere hoofdzin of - bij erg lange zinnen - een bijzin met een andere bijzin verbinden; in dat geval is sprake van een nevenschikkend voegwoord. Een zin kan ook beginnen met een voegwoord (zie de vorige zin). Een voegwoord kan ook tussen twee woorden staan, in een opsomming bijvoorbeeld. Het zijn erg belangrijke woorden in de Nederlandse taal, ook al zijn het vaak korte en onbeduidende woordjes zoals en. Ze kunnen niet gemist worden om het gezegde te verduidelijken.

Ter illustratie: de volgende drie zinnen hebben geheel uiteenlopende betekenissen, alleen doordat het voegwoord verschilt:

  • Hij noch ik hielden van Hans.
  • Hij en ik hielden van Hans.
  • Hij of ik hield van Hans.

Inhoud

Nederlandse voegwoorden [bewerken]

De Nederlandse voegwoorden zijn:

  • en
  • of
  • alsof
  • maar, doch
  • noch
  • dus, derhalve
  • daarom
  • (door)dat
  • terwijl
  • omdat, aangezien, want, daar
  • zodat, opdat
  • sinds, sedert
  • nadat
  • vooraleer, voor, aleer, eer
  • voordat
  • totdat
  • toen
  • zodra
  • als, zoals
  • als ... dan
  • zonder dat
  • behalve
  • al, alhoewel, hoewel, ofschoon, schoon
  • mits
  • tenware
  • tenzij


Zinnen beginnend met "en", "maar", "want", "dus" en "doch" zijn nevenschikkend.

Zinnen met "of" kunnen zowel neven- als onderschikkend zijn:

  1. Ik weet niet of hij komt. (onderschikkend: drukt twijfel uit, "of" leidt een indirecte vraag in)
  2. Hij zit nog in de file of hij kon niet uit zijn bed komen. (nevenschikkend: drukt keuze uit)

Indeling van voegwoorden naar grammaticale functie [bewerken]

Sommige voegwoorden zijn nevenschikkend, wat wil zeggen dat ze gelijkwaardige zinnen - twee hoofdzinnen of twee bijzinnen - met elkaar verbinden. Voorbeelden zijn en, maar, of, want, dus.

Andere voegwoorden zijn onderschikkend en verbinden twee delen waarvan het ene in grammaticaal opzicht ondergeschikt is aan het andere, met andere woorden een hoofdzin aan een bijzin.. Voorbeelden zijn terwijl of omdat. Het ondergeschikte deel heet een bijzin. Dat wil zeggen, dat dat deel niet los als grammaticaal correcte zin kan bestaan. De volgende twee voorbeeldzinnen betekenen praktisch hetzelfde:

  • Ik ga met de fiets, want het is mooi weer.
  • Ik ga met de fiets, omdat het mooi weer is.

Het nevenschikkende voegwoord want wordt gevolgd door een hoofdzin ("Het is mooi weer" is een grammaticaal correcte zin). Het onderschikkende voegwoord omdat wordt gevolgd door een bijzin ("het mooi weer is" is geen correcte zin).

Indeling van voegwoorden naar inhoudelijke functie [bewerken]

Voegwoorden worden ook wel ingedeeld in groepen aan de hand van hun functie. Bijvoorbeeld:

  • Tijdigheid (terwijl, nadat en voordat)
  • Redengevend (omdat, want).
  • Beperkende (behalve)
  • Vergelijkende (zoals, alsof)
  • Doelaangevende (opdat)
  • Disjunctieve (of)
  • Toegevende (hoewel, ofschoon)
  • Voorwaardelijke (als, indien, mits, tenzij)

Gebruik van de komma [bewerken]

Voor een voegwoord wordt altijd een komma gezet als het voegwoord twee zinsdelen verbindt. Dit geldt meestal niet voor de voegwoorden dat en en. Als of nevenschikkend wordt gebruikt, vervalt de komma in verreweg de meeste gevallen ook.

Zie ook [bewerken]

Samengestelde zin