Vogelmelk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vogelmelk
De bloem lijkt op een ster
De bloem lijkt op een ster
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Asparagaceae (Aspergefamilie)
Onderfamilie: Scilloideae [ APG III ]
geslacht
Ornithogalum
L. (1753)
Overzicht van de gehele plant
Overzicht van de gehele plant
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Vogelmelk (Ornithogalum) is een geslacht van bolgewassen uit de aspergefamilie (Asparagaceae). Eerder werd het geslacht bij de hyacintenfamilie (Hyacinthaceae) ingedeeld. De botanische naam Ornithógalum is afkomstig van een oude Griekse plantennaam, die vogelmelk betekent ('ornithos' = vogel, 'gala' = melk).

De meeste soorten komen van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, al zijn er ook een aantal soorten die van nature voorkomen in Zuid-Afrika. In de Lage landen komen vier soorten voor:

  • Bosvogelmelk (Ornithogalum pyrenaicum), ook wel Pruisische asperge of Pyrenese vogelmelk genoemd. De bloemstengel wordt 1 m hoog, de bloemtrossen worden 30-50 cm groot. Na de bloei blijven de bloemen geopend.
  • Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum)
  • Knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans)
  • Piramidevogelmelk (Ornithogalum piramidale) (adventief bij ons voorkomend) is 40-80 cm hoog en afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. De witte bloemen verschijnen in juni-juli in rijke trossen, die in het begin van de bloei piramidevormig zijn. De bloemblaadjes draaien na de bloei ineen.

Alle vogelmelk-soorten zijn wettelijk beschermd.

Inhoud

[bewerken] Beschrijving

De trosvormig gegroepeerde bloemen staan op stelen die ontspringen in de oksels van lancetvormige, schutbladen. De bloemen hebben zes kroonbladen met op het midden van de achterzijde een duidelijk herkenbare groene streep.

De vrucht is een zeshoekige doosvrucht. De vrucht bevat zwarte zaden.

De vogelmelk-soorten hebben een 3 cm brede bol, van waaruit kleinere nevenbollen kunnen ontstaan. De lijnvormige bladeren spruiten hier grondstandig uit voort. Ze zijn wat vlezig.

[bewerken] Toepassingen

De bollen van de plant zijn eetbaar, vergelijkbaar met schorseneer. De stengel met bloemknop van de bosvogelmelk wordt op dezelfde manier als asperges gegeten (in Parijs zeer gewild) en heet daar "asperges de bois", niet te verwarren met de echte bosasperge (Asparagus acutifolius).

[bewerken] Namen in andere talen

  • De Duitse naam 'Milchstern' (melkster) verwijst naar de witte bloemkleur en stervormige punten van de bloem.
  • De Engelse naam 'Star of Bethlehem' (ster van Bethlehem) gaat ook uit van de stervorm van de bloem en verwijst naar de Ster van Bethlehem in het bijbelverhaal over de geboorte van Jezus.
  • De Nederlandse namen zijn, naast 'vogelmelk', ook wel 'akkermanneke' en 'ster van Bethlehem'.

[bewerken] Andere soorten

Naast bovengenoemde soorten kent dit geslacht:

  • Ornithogalum arabicum is een 30-80 cm hoge soort die begin zomer bloeit met komvormige witte bloemen. De plant overleeft in ons klimaat alleen zeer zachte winters.
  • Ornithogalum aureum of Ornithogalum minatum is een natuurlijke gele variatie.
  • Ornithogalum balansae is inheems in Anatolië, het bloeit in maart-april met een groot aantal stervormige witte bloemen.
  • Ornithogalum caudatum is inheems in Zuid-Afrika, die hier lang populair was als kamerplant of kasplant. Bij ons is deze plant met haar 30-60 cm lange bladeren en 9-10 cm brede knol niet winterhard. De 90 cm lange bloeistengel zit vol witte bloemen, en is uitstekend bruikbaar als snijbloem.
  • Ornithogalum dubium komt van origine uit Zuid-Afrika, en wordt tegenwoordig als kamerplant geteeld. De plant heeft een tot drie bloemstelen met fel oranjegekleurde bloemen.
  • Ornithogalum narbonense komt van nature voor in het Midden-Oosten. De bloemen zijn stervormig.
  • Ornithogalum thyrsoides wordt wel zuidenwindlelie genoemd. Deze tot 70 cm hoge soort bloeit afhankelijk van de planttijd begin voorjaar of begin zomer met dichte aren van komvormige, 3 cm grote witte bloemen. Ook deze soort is bij ons slechts half winterhard. Omdat ze bij ons niet winterhard zijn, moeten ze bij ons in kassen gekweekt worden. In Zuid-Afrika worden ze veel als snijbloem gekweekt.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen