Volksfront (Frankrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Front Populaire (Nederlands: Volksfront), was een alliantie van (centrum-)linkse partijen in Frankrijk.

Vorming van het Volksfront[bewerken]

Op 6 februari 1934 vonden er door extreemrechts uitgelokte rellen plaats in Parijs, waarna de centrum-linkse coalitie van de socialistische Section Française de l'Internationale Ouvrière (SFIO) en de links-liberale Parti Radical-Socialiste (PRS) onder Édouard Daladier (PRS) ten val kwam. Volgens de centrum-linkse partijen (SFIO, Parti Communiste Français, PRS etc.) probeerden extreemrechtse en ultranationalistische elementen een staatsgreep te plegen en een fascistisch georiënteerde dictatuur te vestigen. Bij de linkse partijen begon het besef door te dringen dat men samen moest werken om dit te voorkomen. Al in een eerder stadium hadden er gesprekken plaatsgevonden tussen de Parti Communiste Français (PCF) en de Section Française de l'Internationale Ouvrière (SFIO), maar het onderlinge wantrouwen was te groot, bovendien was het de PCF bij monde van de Comintern (Communistische Internationale) niet toegestaan om met de sociaaldemocraten samen te werken. Toentertijd schold de Comintern zelfs de sociaaldemocraten uit voor "sociaal-fascisten". In 1934 bepaalde het Comintern, geschokt als zij was door de opkomst van extreemrechtse, fascistische regimes in Europa, dat de communistische partijen in de wereld "volksfronten" moesten gaan vormen met andere linkse partijen, waaronder sociaaldemocratische partijen.

Maurice Thorez, de secretaris-generaal van de Parti Communiste Français (PCF) bepleitte, eerst in het partijblad l'Humanité (juni 1934[1]), daarna in de Kamer van Afgevaardigden, als eerste de vorming van een volksfront. Thorez dacht aan een volksfront met SFIO en de radicalen (PRS). De radicalen, die na de val van de centrum-linkse coalitie met SFIO, naar rechts waren opgeschoven en een kabinet hadden gevormd met de Alliance Républicaine Démocratique (ARD, Alliantie van Republikeinse Democraten) onder leiding van oud-president Gaston Doumergue (PRS), en men diende de radicalen dus te overtuigen van de voordelen van een volksfront. Uiteindelijk, ondanks veel verzet van de rechtervleugel, was de PRS bereid om samen te werken met de SFIO en de PCF. Uiteindelijk werd in juni 1935 het Volksfront opgericht[2]. Het Volksfront zou gaan meedoen aan de parlementsverkiezingen van 1936.

Er kwam geen programma, maar er kwamen wel een aantal te "realiseren basispunten," zoals een veertigurige werkweek, de instelling van Collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's), stakingsrecht, het "toewerken" naar nationalisatie van grote bedrijven en banken, tegengaan van werkloosheid, hogere werkloosheidsuitkeringen, belastinghervorming enzovoort. Het voornaamste punt was de "verdediging van de republiek en de republikeinse instellingen."[2]

Partijen, groepen en allianties die aangesloten waren bij het Volksfront[bewerken]

Coalitie of partij of groepering afkorting ideologie
Section Française de l'Internationale Ouvrière SFIO socialisme/sociaaldemocratie
Parti Communiste Français PCF marxisme-leninisme
Parti Radical-Socialiste PRS links-liberalisme
Gauche Indépendante
Ligue de la Jeune République
Parti Radical-Socialiste Camille Pelletan
Parti Social-National
Parti d'Unité Prolétarienne
Parti Frontiste
Parti Républicain-Socialiste

GI personalisme, sociaaldemocratie, trotskisme
Union Socialiste Républicaine
Parti Socialiste Français
Parti Socialiste de France-Union Jean Jaurès
Parti Républicain-Socialiste

USR socialisme, reformistisch-socialisme
Ligue des droits de l'homme LDH
Comité de Vigilance des intellectuels antifascistes CVIA antifascisme, pacifisme
Onafhankelijken Variërend

Verkiezingen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Franse parlementsverkiezingen 1936 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voor de parlementsverkiezingen van april/mei 1936 presenteerde het Volksfront geen partijprogramma, iedere partij behield haar eigen programma. De partijprogramma's van de partijen die het Volksfront vormden waren soms strijdig met de afgesproken basispunten. Zo streefde de SFIO naar grootschalige nationalisaties en de afschaffing van de Senaat, terwijl de PRS in haar partijprogramma aangaf dat het economisch liberalisme zou blijven gehandhaafd en dat de bevoegdheden van de Senaat mogelijk zouden worden uitgebreid.[2] Het achterwege laten van een programma was een grote tekortkoming van het Volksfront, omdat dit voor de nodige verwarring zorgde. Bovendien werd door de verschillen in de partijprogramma's van de Volksfrontpartijen het idee gewekt dat er geen echte eenheid was bereikt tussen de linkse partijen.

Bij de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in april 1936 verkreeg het Volksfront maar 5.420.000 stemmen, een tegenvallend resultaat.[3] In de aanloop naar de tweede ronde op 3 mei - in de districten waar in april 1936 geen enkele kandidaat de absolute meerderheid hadden behaald - besloot men meer als een gedisciplineerde eenheid op te treden. Bij de tweede ronde op 3 mei verkreeg het Volksfront 376 zetels in de Kamer van Afgevaardigden. Rechts en centrum behaalden slechts 222 zetels.[3]

Zetelverdeling na de parlementsverkiezingen van 3 mei 1936

Volksfront-kabinetten[bewerken]

Op 4 juni 1936 werd Léon Blum (SFIO) premier van een kabinet bestaande uit 20 socialisten, 13 radicalen en 2 socialistische-republikeinen (leden van de Union Socialiste Républicaine). Er traden geen communisten toe tot de regering. De communisten werden bewust buiten de regering gehouden, onder het voorwendsel dat participatie van communisten in de regering "paniek zou kunnen veroorzaken".[4] Voor de eerste keer in de Franse geschiedenis traden er ook vrouwen (3 in getal) toe tot de regering. Deze vrouwen waren: Suzanne Lacore (SFIO), Irène Joliot-Curie (onafhankelijk) en Cécile Brunschvicg (PRS)[5], terwijl het algemeen stemrecht voor vrouwen pas in 1944 ingevoerd zou worden.

Op het moment dat het kabinet-Blum toetrad werd Frankrijk getroffen door een golf van stakingen. De arbeiders waren (terecht) ontevreden over hun lage lonen en de lange werkdagen. Om de staking te beëindigen kwamen vertegenwoordigers van de regering, de CGT (vakbond) en de werkgevers bijeen en sloten in nacht van 6 op 7 juni 1936 het zogenaamde Verdrag van Matignon. Het Verdrag voorzag in een loonstijging van 7 tot 15%, de invoering van een veertigurige werkweek en doorbetaalde vakanties. Later introduceerde de regering het stakingsrecht.[4]

Extreem-rechts[bewerken]

In Frankrijk bestonden - zoals elders - tal van fascistische, ultranationalistische en antisemitische groeperingen die gekant waren tegen de republiek, het socialisme, en vooral het communisme. Veel van deze groepen lieten zich inspireren door het fascistische Italië van Benito Mussolini, en, later, door het nationaalsocialisme in nazi-Duitsland. De Volksfrontregeringen probeerden op te treden tegen deze groepen. De fascistische groeperingen, zoals La Cagoule, probeerden zelfs met bommen het werk van de regering moeilijk te maken.

Het feit dat premier Blum Joods was, was koren op de molen van de antisemieten die de vergelijking trokken tussen het Jodendom en het marxisme.

In 1937 werden de wapen- en munitiefabrieken genationaliseerd. Het ging hier om één van de weinige nationalisaties. Ofschoon de SFIO en de PCF meer bedrijven wilden nationaliseren, verzette de PRS zich hiertegen. De PRS was namelijk een voorstander van economisch liberalisme. Een ander meningsverschil tussen de coalitiepartijen betrof het kolonialisme. De PCF was fel anti-koloniaal en anti-imperialistisch. De SFIO sprak over zelfbestuur voor sommige koloniën, maar stond net als de PRS afwijzend over onafhankelijk voor de Franse Overzeese Gebiedsdelen.

Geen steun aan de Spaanse republikeinen[bewerken]

Het grootste meningsverschil tussen de partijen betrof ongetwijfeld het al dan niet steunen van de Spaanse republikeinen. In februari 1936 was in de Spaanse Republiek, na de parlementsverkiezingen, een Volksfront (Frente Popular) aan de macht gekomen. In juli 1936 kwamen nationalistische officieren (onder leiding van generaal Francisco Franco) in opstand tegen de republiek. Deze opstand leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog. Premier Blum, SFIO en de PCF waren voor steun aan de Spaanse republiek. De PRS, de centrum en rechtse partijen in het Franse parlement waar voorstander van een strik beleid van anti-interventie.

De relaties tussen de drie belangrijkste Volksfrontpartijen, SFIO, PCF en PRS, verslechterden en de spanningen tussen de partijen namen toe. PCF en SFIO wilden verregaande sociale hervormingen, maar de PRS was hier op tegen. Om een crisis te voorkomen calculeerde premier Blum een "pauze" in. De sociale hervormingen zouden worden uitgesteld. Alle drie de partijen waren (tijdelijk) tevreden: De PRS omdat de hervormingen voorlopig niet doorgingen, SFIO en PCF omdat de hervormingen niet waren afgeblazen maar waren "uitgesteld".

Val van het kabinet-Blum I[bewerken]

Economisch stond Frankrijk er, net als elders in de wereld (crisisjaren!), slecht voor. Premier Blum wilde uitgebreide bevoegdheden om de problemen op te lossen. De Kamer van Afgevaardigden stemde in met de plannen van Blum, maar de Senaat - als doorslaggevende factor - wees de plannen af. Hierop diende Blum op 20 juni 1937 zijn ontslag aan.

Kabinetten-Chautemps III en IV[bewerken]

Op 22 juni 1937 benoemde president Albert Lebrun de radicaal Camille Chautemps tot premier. Het Volksfrontkabinet-Chautemps bestond uit 13 socialisten, 17 radicalen, 4 socialistische-republikeinen en één lid van progressieve rooms-katholieke Jeune République (Philippe Serre). Op 18 januari 1938 werd de samenstelling van het kabinet gewijzigd (kabinet-Chautemps IV). In dit kabinet zaten geen socialisten van SFIO, maar bestond, op een enkele socialistische-republikein en lid van de Jeune République na, uit leden van de PRS.

De belangrijkste gebeurtenis in de periode dat Chautemps premier was geweest van het Volksfrontkabinet was de nationalisatie van de spoorwegen en de stichting van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF). De (noodlijdende) particuliere spoorwegmaatschappijen verdwenen, maar de aandeelhouders van de vroegere maatschappijen kregen er flink veel geld voor terug.[6]

Kabinet-Blum II[bewerken]

In maart 1938 kwam het kabinet-Chautemps IV ten val, toen de socialisten tegen het verstrekken van speciale bevoegdheden aan Chautemps om de financiële en economische problemen van het land te kunnen oplossen.[6][7] President Lebrun verzocht Blum een nieuw kabinet te formeren. Aanvankelijk speelde Blum met het idee om een "Regering van Nationale Eenheid" te vormen, maar de rechtse partijen in het parlement weigerden dit plan te steunen. Hierop vormde Blum het Volksfrontkabinet-Blum II. Dit kabinet bestond uit 14 socialisten, 16 radicalen, 3 socialistische-republikeinen en één lid van de Jeune République. Dit kabinet kwam al op 10 april 1938 ten val. Hierop vroeg president Lebrun de radicaal Édouard Daladier (een lid van de rechtervleugel van de PRS) om een kabinet te vormen. In het kabinet-Daladier zaten geen socialisten. Desondanks waren SFIO en PCF bereid het kabinet te steunen, om te voorkomen dat er een rechtse regering aan de macht zou komen.

Het Volksfront werd ontbonden na de ondertekening van het Verdrag van München (29 september 1938). De PRS was voor het verdrag, evenals een deel van SFIO. De PCF was echter fel tegen.

Verwijzingen[bewerken]

  1. A Concise History of France, door: Roger Price (1993), blz. 238
  2. a b c A Concise History of France, door: Roger Price (1993), blz. 239
  3. a b A Concise History of France, door: Roger Price (1993), blz. 241
  4. a b A Concise History of France, door: Roger Price (1993), blz. 242
  5. Overigens kregen vrouwen pas in 1946 stemrecht
  6. a b A Concise History of France, door: Roger Price (1993), blz. 244
  7. Chautemps kwam op dezelfde wijze ten val als Blum een jaar eerder

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]