Volksgericht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding in een Duits tijdschrift uit 1893 van een middeleeuws volksgericht

Een volksgericht of eigen berechting door de volksgemeenschap verwijst naar een schijnvertoning die wordt voorgesteld als juridische procedure of rechtspraak maar waarvan de uitkomst al vooraf bepaald is. De procedure vertoont uiterlijke gelijkenissen met een echte rechtspraak maar is slechts bedoeld voor het oog van de buitenwereld en de bevrediging van het rechtvaardigheidsgevoel van de gemeenschap zelf. Vaak is er zelfs helemaal geen sprake van enige vorm van verdediging of zelfs aanwezigheid voor de beschuldigde.

Een volksgericht is dus geen eerlijk proces omdat de rechten van de beschuldigde op allerlei vlakken geschonden worden. Dergelijke rechten omvatten het recht om getuigen op te roepen, het recht van kruisverhoor, het recht om niet tegen zichzelf te moeten getuigen, het recht om niet te worden berecht op basis van geheim bewijsmateriaal, het recht op controle van de eigen verdediging, het recht om bewijs uit te sluiten dat ten onrechte is verkregen of irrelevant of niet-ontvankelijk is (zoals geruchten), ne bis in idem, het recht om rechters of juryleden uit te sluiten op grond van partijdigheid of van een belangenconflict, en het recht van beroep. Zelfs het recht om überhaupt aanwezig te zijn of de plicht de beschuldigde op de hoogte te stellen worden vaak geschonden (zie ook veemgerecht). Het 'vonnis' wordt vaak direct uitgevoerd, waarbij soms de beschuldigde pas weet dat er een volksgericht tegen hem gevoerd is wanneer hij of zij wordt opgehaald om zijn of haar straf te ondergaan.

Vormen van eigenrichting kwamen in het noordoosten van Nederland tot ver in de 20e eeuw voor. Jongemannen namen soms maatregelen als een man niet wilde trouwen met het meisje dat zwanger van hem was. Een berucht volksgericht speelde zich in 1922 af in het afgelegen dorp Stuifzand bij Hoogeveen. De aanleiding was een vermeende buitenechtelijke verhouding. Staphorst in Overijssel was tot in de jaren vijftig bekend om de volksgerichten die er werden gehouden. Mensen die de plaatselijke normen en waarden hadden overtreden werden op een mestkar door het dorp gereden.

De meeste volksgerichten hadden betrekking op overtredingen van de sociale normen. Men kon hier denken aan een in sociale ogen dubieus huwelijk (standverschil, te nauwe familieleden, leeftijdsverschil, hertrouwen, met een 'vreemdeling'), een meisje zwanger maken en weigeren te trouwen, incest, homoseksualiteit, ruziezoekerij, vreemdgaan, 'onmannelijk' gedrag van een man. Omdat de verdachte niet de kans kreeg zich te verdedigen kon een simpel gerucht reeds tot een volksgericht met de daaropvolgende straf leiden. De straffen waren hier vaak onterend (bijvoorbeeld een charivari of pek en veren). Men werd te kijk gezet, soms besmeurd, vaak beschimpt, en soms door de woonplaats geparadeerd. Hoewel de straffen als vernedering bedoeld waren, was het goed mogelijk dat bij een opgejutte menigte een en ander kon ontaarden in (zware) mishandeling die soms dodelijk afliep.