Volksraadpleging
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een volksraadpleging of referendum is het voorleggen van een vraag met betrekking tot wetgeving aan de kiesgerechtigden in een land of een bepaald gebied. Dit voorleggen gebeurt door een bepaalde overheid (al of niet in opdracht van de desbetreffende bevolking). Net als bij verkiezingen komen de kiesgerechtigden naar het stembureau of stemmen op afstand en maken hun keuze met betrekking tot de vraag.
Er zijn verschillende soorten volksraadplegingen of referenda. Een raadgevend referendum is een door de bevolking aangevraagd referendum. Een raadplegend referendum is een door de politiek aangevraagd referendum. Dat kan door het bestuur zijn of door de volksvertegenwoordiging. Een correctief referendum is een referendum waarbij een besluit van de volksvertegenwoordiging tegen gehouden kan worden. Referenda kunnen bindend of niet bindend zijn. Bij een bindend referendum wordt, meestal bij een hogere dan een vooraf vastgestelde minimale opkomst, de uitslag overgenomen. Bij een niet bindend of adviserend referendum wordt de uitslag beschouwd als een advies aan de volksvertegenwoordiging en kan het overgenomen worden. Dat is meestal ook het geval.
Een keuzereferendum is een referendum waarbij niet voor of tegen een bepaald voorstel gestemd kan worden, maar gekozen kan worden tussen alternatieven. Dat kan zijn aansluiting bij de ene of de andere gemeente, bouwplan A of bouwplan B. Een Burgemeestersreferendum is een keuzereferendum tussen twee burgemeesterskandidaten. Een volksinitiatief is de mogelijkheid voor burgers zelf iets op de politieke agenda te zetten. Vaak wordt geëist dat een minimaal aantal mensen dit initiatief ondersteunen.
Inhoud |
[bewerken] Situatie in Nederland
In Nederland waren volksraadplegingen van 2002 tot 2005 geregeld in de Tijdelijke referendumwet. Alleen niet-bindende correctieve referenda (dus volksraadplegingen) waren toen mogelijk, alleen over wetten die door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Dat is niet gebeurd. Voor het referendum over de Europese Grondwet is een aparte wet aangenomen.
Op lokaal niveau zijn referenda soms mogelijk door plaatselijke verordeningen.
De partij D66 pleit sinds haar oprichting voor het invoeren van referenda, later hebben ook andere partijen zich hierachter geschaard. Sinds 2001 is het mogelijk via een raadplegend referendum de bevolking te laten kiezen tussen twee kandidaten voor het burgemeesterschap van een gemeente. Dit is echter in 2008 weer afgeschaft, wegens lage opkomsten.[1]
Als bij een referendum over een wet of verordening een voldoende meerderheid voor of tegen deze wet of verordening stemde, is het een geldig referendum. Volgens de Tijdelijke referendumwet is een wet of verordening afgewezen als de meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen tegen is, en die meerderheid tenminste 30% van het aantal kiesgerechtigden omvat. In dat geval is de overheid verplicht het wetsvoorstel te heroverwegen.
In juni 2005 is in Nederland voor het eerst in 200 jaar een landelijk raadplegend referendum gehouden over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Zie hiervoor Referendum Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het was het gevolg van een initiatiefwetsvoorstel van Farah Karimi (GL), Niesco Dubbelboer (PvdA) en Boris van der Ham (D66).
[bewerken] Situatie in België
In België is momenteel alleen een volksraadpleging op gemeentelijk of provinciaal niveau mogelijk.
[bewerken] Situatie in Vlaanderen
In tegenstelling tot de politieke verkiezingen is deelname aan een volksraadpleging in Vlaanderen niet verplicht. Oorspronkelijk was een opkomst van 40% vereist voor een geldige volksraadpleging. In het nieuwe gemeentedecreet en provinciedecreet is de minimale opkomst verlaagt. Afhankelijk van het aantal inwoners moet het aantal uitgebrachte stemmen minstens 10 à 20% zijn van het totaal aantal inwoners om de uitgebrachte stemmen te mogen tellen. Alle inwoners ouder dan 16 jaar zijn stemgerechtigd. De uitslag van een volksraadpleging is in Vlaanderen niet bindend.
Het gemeentelijk referendum wordt in Vlaanderen geregeld door art 205 e.v. van het gemeentedecreet [2].
Het provinciaal referendum wordt geregeld door art. 198 e.v. van het provinciedecreet [3].
Volksraadplegingen
- Op 14 december 1997 werd in Gent als gevolg van burgerinitiatief een volksraadpleging georganiseerd over de geplande bouw van de een ondergrondse parkeergarage in het stadscentrum. 41,12% van de 168.000 kiezers bracht een stem uit en daarvan stemde 95% tegen de parkeergarage.
- Op 28 juni 1998 werd in Sint-Niklaas een volksraadpleging gehouden over de bouw van een ondergrondse parking op de Grote Markt. 40,28% van de 51.858 kiesgerechtigden kwam opdagen en hiervan stemde 92% tegen de parking.
- In Mechelen verzamelde het actiecomité Diftar in januari 2005 8.668 handtekeningen voor het afdwingen van een volksraadpleging over het gebruik van zak of bak voor de afvalophaling. Op 22 januari 2005 stelde burgemeester Somers de actiegroep voor om samen in een werkgroep te zoeken naar de beste oplossing. De actiegroep besloot dat door dit voorstel er niet langer een bestuurlijke veto was tegen de gelijktijdige ophaling van bak en zak. Er werd geen volkraadpleging georganiseerd.
- Op 24 april 2005 werd in Assenede gepeild naar de mening van de inwoners over de inplanting van een te bouwen sporthal. 1.490 kiezers of 11,04% van de 13.495 kiezers brachten hun stem uit. De stemmen werden niet geteld omdat minder dan 20% van de kiezers deelnam aan de volksraadpleging. Burgemeester De Coninck beschouwde de lage opkomst als een duidelijk signaal in de richting van de verkozenen dat enkel zij verantwoordelijk zijn om een geschikte plaats te kiezen voor de bouw van de sporthal.
- Op 14 december 2008 werd in Lier een volksraadpleging georganiseerd over de heraanleg van de Grote Markt. 36,9% van de kiezers bracht een stem uit en 55% stemde niet in met het voorgestelde plan.
- Op 18 oktober 2009 werd in Antwerpen een volksraadpleging georganiseerd als gevolg van een burgerinitiatief van de actiegroep Ademloos over het advies van de stad over de bouwaanvraag van de Oosterweelverbinding. De actiegroep Ademloos en het burgercollectief stRaten-generaal drongen er op aan dat ook een vraag zou gesteld worden over een alternatieve tunneloplossing. Dit zou volgens hen de bevolking ook de kans bieden om zich positief uit de drukken tijdens de volksraadpleging. De gemeenteraad van Antwerpen besliste op 3 september 2009 enkel een vraag te stellen over het tracé dat werd voorgesteld door de Vlaamse overheid. 35% van de kiezers bracht een stem uit en 59,24% van de kiezers oordeelde dat de stad een negatief advies diende te leveren voor de bouwvergunningsaanvraag voor het voorliggend tracé van de Oosterweelverbinding.
[bewerken] Koningskwestie
Een beroemd/berucht Belgisch plebisciet was dat omtrent de Koningskwestie, in 1950 waarbij de mening van de Vlaamse meerderheid door de Waalse vakbonden zwaar aangevochten werd, en aanleiding gegeven heeft tot zware rellen, met doden als gevolg, zodat koning Leopold III ondanks een instemming van de meerderheid van de bevolking, gedwongen was om troonsafstand te doen om de monarchie te redden. Hij werd opgevolgd door de kroonprins, zijn oudste zoon Boudewijn.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Nederlandse pro-referendum vereniging
- Belgische pro-referendum vereniging
- http://europeanreferendum.org
Bronnen
|