Volksrepubliek Mongolië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mongolian People's Republic.svg
Бүгд Найрамдах Монгол Ард Улс
Bügd Nairamdakh Mongol Ard Uls
 Republiek China 1924–1992 Mongolië 
Flag of the People's Republic of Mongolia (1940-1992).svg Coat of Arms of the People's Republic of Mongolia (1960-1991).png
(Details) (Details)
Kaart
LocationMongolia.svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Ulaanbaatar
Oppervlakte 1.564.116 km²
Bevolking 2,3 miljoen (1992)
Talen Mongools
Munteenheid Tugrik
Regering
Regeringsvorm Volksrepubliek met eenpartijstelsel

De Volksrepubliek Mongolië (Mongools: Бугд Найрамдах Монгол Ард Улс; Boegd Najramdah Mongol Ard Uls of БНМАУ; BNMAU) was een volksrepubliek in Centraal-Azië, die bestond van 1924 tot 1992, waarna het overging in het kapitalistische land Mongolië. Het land was gedurende haar hele geschiedenis een bondgenoot van de Sovjet-Unie.

Geschiedenis[bewerken]

1921-1924[bewerken]

Op 4 februari 1921 viel Mongolië in handen van de Baltische aristocraat, baron Roman von Ungern-Sternberg. Generaal Von Ungern, die meende een reïncarnatie te zijn van een lamaïstisch heerser, trad op als dictator en verdreef koetoektoe Jabzandamba. Op 1 maart 1921 stichtten jonge revolutionaire Mongolen in het Russische Kjachta, nabij de Mongoolse grens de Mongoolse Volkspartij. De oprichters, Zamcarano, Tsjoibalsan, Dandzan en Soeche Bator, streefden naar een pan-Mongoolse staat (wat in de praktijk de hereniging betekende met de Mongoolse gebieden die zich in de Sovjet-Rusland en in China bevonden), socialisme en nationalisme. Met behulp van het Russische Rode Leger wisten zij in juli van hetzelfde jaar een einde te maken aan de bezetting van Mongolië door de Witte Legers van Ungern-Sternberg. De koetoektoe Jabzandamba werd in zijn waardigheid hersteld, hoewel zijn macht drastisch werd ingeperkt. Held van de nieuwe staat was de stenograaf Soeche Bator, één van de oprichters van de Mongoolse Volkspartij en tevens één van haar bestuurders. De Mongoolse Volkspartij werd de belangrijkste factor in de samenleving. In 1923 overleed de nationale held, Soeche Bator op dertigjarige leeftijd. De revolutionairen van de Mongoolse Volkspartij doopten de hoofdstad Urga (Oerga) om in Ulaanbaatar (Oelan Bator), wat 'Rode held' betekent.

1924-1952[bewerken]

Op 20 mei 1924 overleed de koetoektoe Jabzandamba en werd de 'Volksrepubliek Mongolië' uitgeroepen. De naam van de Mongoolse Volkspartij werd veranderd in Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MPRP; Mongoolse afkorting: MAKN), die een duidelijk links en socialistisch programma aannam, hoewel nog niet marxistisch. De voorzitter van de Grote Staats Hural (parlement) werd het staatshoofd van het land. In de loop van de jaren dertig werden Sovjetkritische en niet-communistische elementen in de MPRP vernietigd.

In 1935 verklaarde Gendoen, een oud-premier en lid van de MPRP, dat het sovjet-economische systeem (planeconomie) niet geschikt was voor Mongolië. Dit leidde tot een zuivering in partij en staat. Dit betekende tevens de opkomst van maarschalk Tsjoibalsan, een keiharde stalinist. Tsjoibalsan en diens aanhangers vernietigden een groot deel van de kloosters van het lamaïsme, ofwel het Tibetaans boeddhisme, en maakte het gelovigen moeilijk om hun geloof te praktiseren. Daarnaast verdwenen veel monniken en nonnen in gevangenkampen. Ook intellectuelen werden gevangengezet en hard aangepakt. Vanaf halverwege de jaren dertig werd de landbouw gecollectiviseerd en werd het de nomaden dusdanig moeilijk gemaakt, dat zij niet meer konden rondtrekken door het land. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Mongolië aan de kant van de Sovjet-Unie. In 1939 vond er een grensconflict tussen de Japanners (die de Mongoolse grens waren genaderd tijdens hun veldtocht tegen China) en het Mongoolse Leger, deze laatste bijgestaan door Russische onder maarschalk Georgi Zjoekov. Dit korte gevecht, bekend onder de naam Slag bij Halhin Gol, leidde tot een zege voor het Mongoolse Leger (dat ten opzichte van het inwonertal vrij groot was). Op 9 augustus 1945 erkende China de onafhankelijkheid van Buiten-Mongolië, waardoor de spanningen met dat land afnamen.

Periode vanaf 1952[bewerken]

Tsjoibalsan, vanaf 1939 minister-president van het land, overleed in 1952. Zijn opvolger Tsedenbal voerde een gematigder beleid waarna er langzaam maar zeker een einde kwam aan het stalinisme. Sühbaataryn, de weduwe van Soeche Bator, was van 1952 tot 1954 voorzitster van het presidium van de Grote Staats Hural (staatshoofd). In 1958 werd Tsedenbal secretaris-generaal van de MPRP. Tijdens het conflict tussen China en de Sovjet-Unie koos Mongolië voor de laatste, wat weer leidde tot spanningen tussen China en Mongolië. Weinig keus had Mongolië ook niet: het was volledig (economisch) afhankelijk van de Sovjet-Unie.

Vanaf de jaren zestig werd de Mongoolse cultuur weer opgewaardeerd en werd de rijke historie van het land opnieuw bestudeerd door geleerden, nadat het historisch onderzoek sinds het einde van de jaren twintig stil was gelegd. Op 11 juni 1974 verwisselde Tsedenbal het eerste ministerschap voor het voorzitterschap van het presidium van de Grote Staats Hural. Hoewel Tsedenbal in 1982 werd herkozen als secretaris-generaal van de partij, werd hij in 1984 afgezet door een groep gematigde communisten onder leiding van Jambyn Batmönh. Tsedenbal werd ook afgezet als staatshoofd. Batmönth werd zowel voorzitter van de Grote Staats Hural als secretaris-generaal van de MPRP. Na Michael Gorbatsjov's opkomst in het Kremlin en diens perestrojka, trachtte de staatsleiding in Mongolië om meer democratisering in het staatssysteem door te voeren. In 1989 werd Mongolië officieel een meerpartijenstaat. In maart 1990 werd Gombojavyn Ochirbat partijleider van de MPRP en voorzitter van het presidium van de Grote Staats Hoeral. Deze laatste functie werd echter vervangen door die van president. Het 'volksrepubliek' in de landsnaam van Mongolië werd vervangen door 'republiek'. Bij de verkiezingen bleef de MPRP de grootste partij. Van 1996 tot 2000 heette deze MNDP (Mongoolse Nationaal Democratische Partij).