Vondeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen   Iemand vindt dat de onderstaande inhoud, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met Vondelingenluik, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).
Babyluik van het Katharinenhospital in Unna

Een vondeling is een baby of jong kind dat door zijn of haar ouders (of alleenstaande moeder) wordt achtergelaten, meestal omdat ze er niet voor kunnen of willen zorgen.

Geschiedenis[bewerken]

In de oudheid werden er in veel culturen pasgeborenen te vondeling gelegd, waarbij het vrijwel zeker was dat ze zouden overlijden. Alhoewel zulke kinderen konden overleven als ze door anderen onder hun hoede werden genomen, werd dit vaak gezien als een vorm van babymoord - zoals bijvoorbeeld in het apologeticum van Tertullianus: "het is een erg wrede manier om [een kind] te doden ... door het bloot te stellen aan kou, honger en honden."

Ook in de vroege middeleeuwen werden er nog baby's op deze wijze achtergelaten. Wetten uit die tijd, zoals bijvoorbeeld de Lex Visigothorum, schreven vaak voor dat iemand die zich over zo'n kind had ontfermd, het als slaaf mocht behandelen.[1]

Tot het einde van de 18e eeuw of het ancien régime, gebeurde het nogal eens dat een moeder of een ouderpaar dat om een of andere reden geen kinderen kon onderhouden, het kind bij een kerk of woonhuis neerlegde, in de hoop dat het op tijd gevonden zou worden, en in een betere omgeving zou opgroeien. Soms werd een vondeling vergezeld van een zogenaamd vondelingenbriefje waarop dan de namen en eventueel het geloof werden vermeld. Kloosters en hospitalen waren soms voorzien van een vondelingenluikje waarin men een kind kon neerleggen zodat het snel gevonden werd zonder dat de ouders zich bekend hoefden te maken.

In de middeleeuwen en het ancien régime werden ouders van kinderen die te vondeling gelegd werden, twaalf dagen op een schavot publiekelijk gesteld om daarna uit de stad te worden verbannen. De vondeling zelf werd op de arm van een dienaar van de armenkamer begeleid door stadtrompetters, rondgedragen en getoond.

In België bepaalde het decreet van 1811 dat in elk arrondissement een vondelingentehuis moest opgericht worden, voorzien van een vondelingenrol of -schuif waarin het kind kon worden gelegd (ook tour genoemd). Dat is zeker niet overal uitgevoerd. Uiteindelijk zullen in de 19e eeuw enkel in Brussel, Bergen (België), Gent (van 1820 tot 1863), Leuven en Antwerpen (van 1820 tot 1880) gedurende enkele decennia schuiven worden ingericht. De bedoeling van de wetgever was om hiermee de vondelingensterfte te beperken en kindermoorden te voorkomen. Wellicht zorgde dit er wel voor dat er minder kinderen werden neergelegd langs openbare wegen of elders, met een verhoogde kans dat het kind niet tijdig gevonden werd. Maar de controverse bleef bestaan of men hiermee niet juist de handel in kinderen in de hand werkte.

Van verschillende zijden wordt wel gepleit voor het opnieuw instellen van dergelijke veilige plaatsen voor het te vondeling leggen van pasgeboren kinderen.

In het Nederlands recht[bewerken]

Strafrecht[bewerken]

In Nederland wordt een gelijkaardig onderscheid gemaakt tussen enerzijds het in een hulpeloze toestand brengen of laten van iemand die men volgens de wet moet onderhouden, verplegen of verzorgen; en anderzijds het te vondeling leggen van kinderen jonger dan zeven jaar (ongeacht op welke plaats). Beide misdrijven worden behandeld in het Wetboek van Strafrecht onder titel XV Verlating van hulpbehoevenden (art. 255 t/m 260).

Het strafrecht legt geen minimumstraf op. Wel een maximumstraf voor het te vondeling leggen van ten hoogste vier jaren en zes maanden gevangenis of een geldboete van de vierde categorie. Deze straf wordt aangepast afhankelijk van de omstandigheden:

  • indien zwaar lichamelijk letsel het gevolg is wordt de maximale straf zeven jaren en zes maanden of een geldboete van vijfde categorie;
  • indien de dood het gevolg is, negen jaren of een geldboete van vijfde categorie;
  • de genoemde straffen kunnen met één derde worden verhoogd indien het de vader of moeder zelf is die het kind te vondeling legde;
  • indien de moeder het kind kort na de geboorte te vondeling legde uit vrees dat haar bevalling ontdekt zou worden, wordt de maximale gevangenisstraf met de helft verminderd, en de maximale geldboete teruggebracht tot de vierde categorie.

De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft het kind in en stelt een voorlopige voornaam en geslachtsnaam vast. De naam wordt vaak afgeleid van de plaats waar het kind gevonden is of van de vinder. Zo werd de naam Otto van Meppelen gekozen voor het kind dat door mevrouw Otterspoor aan de Meppelweg werd gevonden.

Een gelegenheid om een baby te vondeling te leggen is niet toegestaan.[2]

In het Belgisch recht[bewerken]

Strafrecht[bewerken]

De Belgische wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijk bescherming van minderjarigen heeft het onderscheid opgeheven dat in het strafrecht bestond tussen het "te vondeling leggen van kinderen" en het "verlaten van kinderen" (in het Frans respectievelijk "exposition d'enfants" en "délaissement d'enfants"). Het "te vondeling leggen" betrof meestal pasgeboren kinderen die ergens neergelegd werden op een plek waar zij gevonden konden worden. Het "verlaten van kinderen" betrof vooral kinderen met (in principe) bekende ouders, die dan vervolgens werden achtergelaten zonder verdere verzorging. Dit onderscheid wordt nu minder relevant gevonden en men spreekt in het strafrecht enkel nog over het verlaten van kinderen.

Bij het verlaten van kinderen wordt nu een onderscheid gemaakt tussen het verlaten van een minderjarige op om het even welke plaats, dus zonder nog rekening te houden met het feit of de plaats al of niet bekend was (art. 423); en het achterlaten van een kind in een behoeftige toestand door zijn ouders (art. 424). In het eerste geval is de straf een gevangenisstraf van één maand tot drie jaar en/of een geldboete van 26 euro tot 300 euro. In het tweede geval een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of een geldboete van 50 euro tot 500 euro.

Burgerlijk recht[bewerken]

Artikel 58 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iemand die een pasgeboren kind vindt, dit af moet geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De kleren en andere voorwerpen die bij het kind gevonden werden, moeten ook worden afgegeven. De ambtenaar maakt een proces-verbaal op, waarin ook de omstandigheden, het tijdstip en de plek waar het kind gevonden werd, worden vermeld. Het proces-verbaal vermeldt ook aan welke burgerlijke overheid het kind wordt toevertrouwd, en vervangt voorlopig de geboorteakte.

Het kind krijgt gewoonlijk twee of meer voornamen, waarvan er een dient als familienaam. De ambtenaar kan er echter ook voor kiezen een familienaam te geven die herinnert aan de omstandigheden waarin het kind gevonden werd, of aan bepaalde kenmerken. Zo werd eind 2006 een (waarschijnlijk Nederlandse) vondeling Jasper Van Essen genoemd, naar de vinder (politie-inspecteur Jaspers) en de vindplaats (het station van Essen).

Er bestaan in België geen statistieken over het aantal te vondeling gelegde kinderen.

Bekende vondelingen[bewerken]

Historische vondelingen


Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties