Voorde (doorwaadbare plaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorde (naast houten loopbrug) in het Lankheet ten zuiden van Haaksbergen
Voorde in het Deurzerdiep nabij Rolde
Voorde bij Weimar

Een voorde (Middelnederlands: vort of vorda), drecht (in Friesland en soms in West-Friesland ook dracht genoemd), trecht of tricht is een

  • doorwaadbare plaats, meestal in een beek of rivier.
  • een brugconstructie waar het water in periodes met hoge afvoeren gedeeltelijk overheen stroomt, wordt ook met de term voorde aangeduid
  • een plaats waar men tussen de zandduinen door het strand kan bereiken zoals Zandvoort
  • een begaanbare strook door het veen zoals Eexterzandvoort
  • een in het land inspringend, inlopend gedeelte van een zee; baai, bocht, inham, inwijk
  • mogelijk heeft het ook de betekenis van een recht op doorgang.

Net als een brug heeft een voorde vaak een eigen naam.

Koevoorde[bewerken]

Om vee de gelegenheid te bieden een beek of sloot te passeren om een weide aan de andere oever te bereiken werd soms een koevoorde aangelegd. Met flinke veldkeien, die op hun plaats werden gehouden door in de ondergrond gedreven houten staken werd de bodem van de stroom bedekt om te voorkomen dat de dieren uitgleden of wegzakten in de modder. Een voorbeeld is de tien meter brede voorde in een beek bij Smeerling in een zijdal van de Ruiten-Aa.[1]

Toponiem[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie -voorde en -drecht voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Verscheidene plaatsnamen in het Nederlandse taalgebied herinneren aan een oude voorde en hebben -voorde of een variant daarvan in hun naam (-voord, -foort). Zie in het Nederlands onder andere Amersfoort, Coevorden en Vilvoorde. De naam komt ook in andere talen en landen voor.

Voorde is tevens een cognaat van fjord, een woord dat het Nederlands ontleende aan de Scandinavische talen. In die talen vindt men ook veel plaatsnamen met -fjord of fjorden, zoals in de Oslofjorden.

Men duidde een voorde ook aan met drecht, trecht of tricht, afgeleid van Latijn traiectum dat doorgetrokken betekent en via een andere weg en met een andere betekenis ook in het Nederlands kwam als het woord traject. Steden met een dergelijk achtervoegsel in hun naam hebben die meestal te danken aan de nabijheid van een doorwaadbare plaats. Voorbeelden zijn Maastricht en Utrecht.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rensink E. (red.), 2008, Archeologie in Beekdalen, blz 152, Uitgeverij Matrijs, Utrecht