Voorgift (schaken)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
8 rd nd bd Chess d40.png kd bd nd rd
7 pd pd pd pd pd pd pd pd
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl pl pl pl pl pl pl
1 rl nl bl ql kl bl nl rl
a b c d e f g h
Wit aan zet. Zwart heeft als voorgift de dame gegeven.

Een voorgift in het schaakspel is een manier om een sterke schaker een handicap te geven zodat een zwakkere speler meer kansen heeft om te winnen.

Historie[bewerken]

In de tijd dat schakers om geld speelden en de verliezer moest betalen, was de voorgift bedoeld om een zwakke speler er toch toe te bewegen een partij tegen een sterke schaker te spelen. Als er geen geld mee gemoeid was kon een schaker uit beleefdheid een voorgift aanbieden; maar zowel het aanbieden als het weigeren van de voorgift kon als een belediging worden opgevat. De voorgift kon ook verplicht worden gesteld, zoals eind 19e eeuw bij de Amsterdamse schaakvereniging V.A.S.[1] Tegenwoordig is de voorgift in onbruik geraakt.

Methoden[bewerken]

Omdat vroeger nog niet de regel gold dat de witspeler begint, werd er geloot wie de eerste zet mocht doen, zwart of wit, maar soms ook gunde een schaker zijn tegenstander de voorgift van de eerste zet, of zelfs het recht om twee of meerdere beginzetten te doen. Ook kon een speler een voorgift geven door voor het begin van de partij een stuk van zijn eigen kleur te verwijderen. Bestond de voorgift uit een pion, dan was dat de f-pion; was de voorgift een toren, paard of loper, dan die op de damevleugel. Bestond de voorgift uit een toren, dan mocht de speler nog wel rokeren alsof die toren er nog stond.[2] Een andere manier om een schaker een handicap te geven was de pion coiffé, een van tevoren aangewezen pion waarmee de speler verplicht was mat te geven.[3] Meestal gold als eis dat deze pion niet mocht promoveren. De term coiffé sloeg op het feit dat een dergelijke pion gemarkeerd werd, zodat het leek alsof deze een muts (coiffe) ophad. Sinds de uitvinding van de schaakklok kan de voorgift ook bestaan uit het toekennen van meer bedenktijd aan de zwakkere schaker.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. L. G. Eggink, G. C. A. Oskam, A. Speyer (mei 1942). Jhr. Dr. D. van Foreest. Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond 50 (5): p. 62 .
  2. (nl) Tartakower, Xavier, Het schaakspel, De Torentrans, 1936, p. 77
  3. Tartakower, Xavier, Het schaakspel, p. 56