Voorkeurstem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Een voorkeurstem is een stem bij een verkiezing die niet op de nummer één van de kandidatenlijst van een politieke partij is uitgebracht maar op een andere kandidaat van dezelfde lijst. Gegeven het aantal zetels dat een partij heeft behaald, kunnen voorkeurstemmen beïnvloeden aan welke kandidaten deze zetels worden toegewezen.

Voorkeurstemmen komen veel voor. Met zijn voorkeurstem kan de kiezer de door de partij opgestelde volgorde van de kandidaten de facto wijzigen. Zo krijgen bepaalde allochtone kandidaten op een kieslijst traditioneel veel stemmen uit de eigen gemeenschap waardoor die in sommige gevallen, ondanks een initieel onverkiesbaar geachte plaats, toch verkozen geraken.

België[bewerken]

In België geldt de regel dat het totaalaantal uitgebrachte stemmen op een lijst (lijststemmen én voorkeurstemmen) het aantal behaalde zetels bepaalt. Zo wordt berekend hoeveel stemmen er nodig zijn per zetel om verkozen te worden. De lijststemmen gaan dus met evenveel eenheden naar de hoogstgeplaatste op de lijst; zijn er nog lijststemmen over, dan gaan die naar de tweede op de lijst, enz. Als iemand verder op de lijst echter méér voorkeurstemmen behaalde, dan wipt die over de hoger geplaatste. Zo raakte bij de regionale verkiezingen van 2009 op de Limburgse lijst van CD&V de vierde op de lijst (Vera Jans) niet verkozen (hoewel de lijst vier zetels behaalde), omdat de lijstduwer (Erika Thijs) met een groot aantal voorkeurstemmen beter scoorde. De ironie wil echter dat Erika Thys haar mandaat niet opneemt, en dus de eerste plaatsvervanger naar het Vlaams Parlement gaat, en niet Vera Jans.

Iets gelijkaardigs deed zich voor bij de Belgische lokale verkiezingen van 2006 waar een aantal bekende landelijke politici met voorkeurstemmen verkozen werden. Het ging onder meer om:

Nederland[bewerken]

In Nederland wordt een kandidaat met voorkeurstemmen gekozen als hij ten minste een aantal van 25% van de kiesdeler aan stemmen gehaald heeft, en de laagstgeplaatste kandidaat die een zetel zou zijn toegewezen minder voorkeurstemmen heeft. Tot 1998 gold een norm van 50% van de kiesdeler.

Kandidaten die dankzij voorkeurstemmen in de Tweede Kamer zijn gekozen:

Ook in de Eerste Kamer kan iemand met voorkeurstemmen gekozen worden: dit gebeurde onder andere in 1999 toen twee PvdA'ers uit Gelderland (Rudy Rabbinge en Ton Doesburg) met voorkeurstemmen uitgebracht in Gelderland werden gekozen en twee vrouwelijke kandidaten van de PvdA hierdoor hun zetel misliepen. Ook gebeurde dit in 2003 toen zes VVD'ers uit Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland en Limburg met voorkeurstemmen werden gekozen en zes andere VVD'ers - waarvan een aantal zittende leden - hun zetel misliepen.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2006 kreeg een lager geplaatste kandidaat meer stemmen dan de lijsttrekker, iets wat nog nooit eerder was voorgevallen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Het ging om Rita Verdonk, de nummer twee op de lijst van de VVD. Zij kreeg 620.555 stemmen en dat waren er 67.355 meer dan de nummer één, Mark Rutte had gekregen.

De voorkeursdrempel om zelfstandig in de Tweede Kamer te komen, lag in november 2006 op 16.397 stemmen. In totaal haalden 27 van de 150 kandidaten deze drempel. Als louter op basis van voorkeurstemmen de zetels zouden worden verdeeld, zou dichter Huub Oosterhuis voor de SP de Kamer in zijn gekomen. Datzelfde geldt voor Kees van Kooten voor de Partij voor de Dieren. Ook Rendert Algra zou voor het CDA in de Tweede Kamer komen, evenals Mei Li Vos en Khadija Arib voor de PvdA en Ton Elias voor de VVD.

Bronnen, noten en/of referenties
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com (directe link). Overname is toegestaan met bronvermelding.