Voornaamwoordelijk bijwoord
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal en een voorzetselbijwoord. Het wordt gevormd op basis van een voorzetsel gevolgd door een voornaamwoord, waarbij de volgorde wordt omgedraaid. Het op deze manier vormen van voornaamwoordelijke bijwoorden gebeurt vooral veel in Westgermaanse talen. Bijvoorbeeld:
- over dat → daarover
- over wat → waarover
- om dat → daarom (Engels therefore)
- in dat → daarin (Engels therein, Duits darin)
Het voornaamwoordelijke bijwoord kan in het Nederlands ook nog worden gesplitst door een ander zinsdeel, bijvoorbeeld:
- Dit is niet datgene waarover het gaat → Dit is niet datgene waar het over gaat.