Vooruitgang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het idee van vooruitgang op materieel gebied bestond niet in de oudheid en ook gedurende de Renaissance (14e - 16e eeuw) was dit idee niet aanwezig. Men kende wel statische utopia's zoals dat van Plato (427-347) of Thomas More (1478-1535). Veeleer ging men uit van een gouden tijdperk aan het begin van de geschiedenis waarna de mens door een of andere ramp terugviel in barbarij. Dit kan men beschouwen als de 'zondeval' zoals beschreven in Genesis waarna de verdrijving uit het paradijs volgde. In het hindoeïsme en boeddhisme beschouwt men de geschiedenis als cirkel, een oneindige cyclus van schepping en vernietiging, het wiel van Brahma: als men lang genoeg wacht dan komt dezelfde geschiedenis weer voorbij.

Rond 1650 begon daar in Europa verandering in te komen. Het idee van de niet te stoppen kracht van de vooruitgang begon op te komen bij de doorsneegeletterden. We vinden het terug in het werk van pioniers als Jean Bodin (Methodus, 1566 en Colloquium, 1588) en Francis Bacon (Novum Organum, 1620 en The new atlantis, 1626) allebei vroege vertegenwoordigers van de wetenschappelijke methode.

Het idee brak uiteindelijk door gedurende de Europese verlichting (1650-1789) met denkers als René Descartes, Blaise Pascal en Jean-Jacques Rousseau. Een eeuw later zouden Amerikaanse filosoof-politici zoals Thomas Jefferson, James Madison en Benjamin Franklin de verlichtingsidee verder politiek uitwerken. Technologische vooruitgang werd in het bijzonder gepromoot door geleerden als Anne Robert Jacques Turgot die de 'onvermijdelijke' opmars van technologische vooruitgang gedurende de Middeleeuwen opmerkte. Zijdelingse opmerkingen over de versnelling van technologische ontwikkelingen komen ook in de geschriften van Adam Smith (1723-1790) voor. In An Enquiry Concerning Political Justice voorspelde de transcendentalistische filosoof William Godwin dat de voortschrijdende kennis en informatieverspreiding wel moet leiden tot transcendentie van geest over materie met een verkleinde invloed van de staat over het individu daarbij inbegrepen. Totale overwinning over menselijke zwakten en levensverlenging voorbij alle natuurlijke limieten behoren ook tot verbeteringen die de toekomst brengen zal. Verder voorspelde hij het afnemend belang van natuurlijke voortplanting iets wat we tegenwoordig waarnemen in ontwikkelde naties.

De laatste twee eeuwen merkten verschillende filosofen op dat de vooruitgang steeds sneller gaat. Heden doet onder zogenaamde transhumanisten de theorie opgeld dat er in de nabije toekomst een technologische singulariteit in het verschiet ligt: het moment dat de vooruitgang naar oneindig schiet.

Literatuur[bewerken]

  • René Descartes, Discours de la methode, 1637
  • William Godwin, An Enquiry Concerning Political Justice, 1793
  • Anne Robert Jacques Turgot, Réflexions sur la formation et la distribution des richesses, 1766
  • Blaise Pascal, Pensees, 1660