Vooruitgangsgeloof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vooruitgangsgeloof is de opvatting, gedachte of wens dat aan de menselijke samenleving, de wereld, of de werkelijkheid als zodanig een proces ten grondslag ligt dat zich door de tijd heen ontwikkelt naar hogere stadia van volmaaktheid.

Omschrijving[bewerken]

Als door het subject het (juiste) vrije handelen van de mens als noodzakelijke voorwaarde voor de realisatie van de vooruitgang wordt beschouwd, dan spreekt men ook wel van een maakbaarheidsgedachte. Andere vormen van vooruitgangsgeloof zijn gegrond in een deterministische wereldbeschouwing, waarbij de ontwikkeling als een zichzelf noodzakelijkerwijs voltrekkend proces wordt gedacht.

De meeste vormen van vooruitgangsgeloof ontstonden tijdens de Verlichting, waarin afstand werd genomen van religieuze opvattingen als zou de wereld een eindig en onbeheersbaar geheel vormen en waarin het geloof in het verlossende vermogen van de rede op de voorgrond trad. Voorbeelden van vooruitgangsgeloof zijn te vinden in het Hegeliaanse idealisme en het socialisme. Sommigen zien ook verwantschap met het darwinisme.

In verschillende wetenschappelijke disciplines is er tegenwoordig sterke kritiek op het vooruitgangsgeloof. Het idee wordt gezien als etnocentrisch waarbij de moderne samenleving beter zou zijn dan andere of oudere vormen. Ook de teleologische vermeende doelgerichtheid wordt bekritiseerd. Buiten deze disciplines is het echter nog een prominent aanwezige opvatting.

Contraire opvattingen[bewerken]

Tegengestelde denkwijzen over verandering ontkennen de mogelijkheid van vooruitgang.

Nihilisme[bewerken]

De mogelijkheid van vooruitgang wordt ontkend door nihilisten, die beweren dat het niet mogelijk is logische, morele of esthetische waarden toe te schrijven aan hoedanigheden en gebeurtenissen. "Waar" en "vals", "goed" en "slecht" (of het religieuze equivalent "kwaad"), of "schoon" en "lelijk" zijn volgens aanhangers van deze theorie holle abstracties en zuiver subjectief. Absolute vooruitgang is volgens hen daarom onbepaalbaar.
Vaak gaat een dergelijke opvatting gepaard met relativisme en subjectivisme. Een actuele stroming die deze opvatting huldigt is het postmodernisme. Prominente wijsgeren die deze opvattingen expliciet vertegenwoordigden waren de postmodernisten Friedrich Nietzsche en Gilles Deleuze. Volgens Nietzsche waren de termen "goed" en "kwaad" het gevolg van een eeuwenoude priesterlijke samenzwering die de dienende klasse daarmee machteloosheid leerden. Bij sommige vroegere filosofen, zoals Baruch Spinoza, is de ontkenning van de realiteit van morele kwalificaties ook al aanwezig.

Decadentisme[bewerken]

Verschillende Romantische stromingen worden gekenmerkt door negativiteit over de historische doelmatigheid of over de menselijke natuur. Een helder voorbeeld hiervan is het decadentisme aan het einde van de negentiende eeuw, toen men het geloof in een betere toekomst verloor en de tijdgeest doordrongen was van Weltschmerz en wanhoop: men geloofde dat in de werkelijkheid geen sprake was van progressie, maar juist van decadentie.

Metaforisch[bewerken]

Een religieuze uitingsvorm van "achteruitgangsgeloof" is terug te vinden in de vele apocalyptische verhalen die door de tijd heen in de menselijke cultuur zijn ontstaan. Dit genre omvat onder meer de voorstelling van het einde van de wereld in het bijbelboek Openbaringen, de geruchten die de ronde deden in de jaren vóór de eerste en de tweede milleniumwisseling van de gregoriaanse kalender, de hedendaagse mythe die uit de lange telling van de Mayakalender het einde van de wereld in 2012 afleidt en de Doomsday-films die in de afgelopen decennia in het cult-circuit populariteit hebben verworven.

Sommige vormen van de apocalypsidee drukken niet een volledige vernietiging van de realiteit uit: de ondergang van de bestaande orde is de prelude van een beter tijdperk. Apocalyptisch gedachtegoed kan derhalve ook vooruitgangsgeloof bevatten.

Zie ook[bewerken]