Voorzitter van de Europese Commissie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De voorzitter van de Europese Commissie is een van de invloedrijkste functies in de Europese Unie, ingevoerd in 1957. Als voorzitter van de uitvoerende macht van de Unie is hij verantwoordelijk voor het verdelen van de portefeuilles van de overige leden van de Commissie en kan deze ook herverdelen als daar een noodzaak toe bestaat. Hij bepaalt de politieke agenda van de Commissie en welke wetsvoorstellen zij produceert (de Commissie is de enige instelling van de Europese Unie die Europese wetten kan voorstellen).

De voorzitter van de Europese Commissie wordt, op voordracht van de Europese Raad, door het Europees Parlement gekozen[1] voor een termijn van vijf jaar. Na zijn verkiezing is hij verantwoording schuldig aan het Europees Parlement, dat een oordeel over zijn beleid kan vormen.

De huidige voorzitter van de Europese Commissie is José Manuel Barroso. Hij is in oktober 2004 benoemd als de elfde voorzitter, en is in 2009 herbenoemd voor nog 5 jaar. Hij is lid van de Europese Volkspartij en de voormalig minister-president van Portugal.

Geschiedenis [bewerken]

Walter Hallstein, de eerste voorzitter van de Europese Commissie

Bij de instelling van de Europese Commissie in 1957 werd ook de post van voorzitter van diezelfde commissie ingesteld. In eerste instantie was de voorzitter bedoeld als eerste onder zijn gelijken, maar hij kreeg over tijd een grotere invloed op de Europese Gemeenschap. Met Jacques Delors als voorzitter werd de functie meer en meer presidentieel ingevuld.

Sinds 1952 was er al sprake van samenwerking binnen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en bestond er ook een bijbehorende Hoge Autoriteit. In 1957 werd de Europese Commissie ingesteld middels het Verdrag van Rome, en ze verving de Hoge Autoriteit van de EGKS en de Commissie van Euratom in 1967.

De eerste voorzitter was de Duitser Walter Hallstein, die een begin maakte met het consolideren van Europese wet- en regelgeving, en zijn werk had weerslag in de nationale wetgeving.

Hallstein begeleidde de invoering van een gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat de Europese Gemeenschap haar eigen financiële middelen zou geven en tegelijk een deel van de macht van de Europese Raad naar het Europees Parlement en de Europese Commissie zou doen verschuiven. Daarnaast zou dit beleid een einde betekenen voor het vetorecht van de Europese Raad over landbouwbeleid. Hallstein ondervond hier vrijwel direct heftige tegenwerking van Frankrijk, uiteindelijk zelfs resulterend in het terugroepen van de Franse commissaris na de beschuldiging dat Hallstein zich als een staatshoofd gedroeg. Hoewel de meningsverschillen uiteindelijk werden bijgelegd in een compromis, zou Hallstein niet herbenoemd worden.

Hallsteins werk had er echter wel voor gezorgd dat de Europese Commissie een rol van betekenis zou gaan spelen in de Europese politiek. In de jaren '70 werd deze positie versterkt door de voorzitters Jean Rey (die de financiële middelen veiligstelde) en Roy Jenkins (die als eerste namens de Commissie deelnam aan een G7-top).

Tijdens de jaren 70 namen de Europese idealen echter ook af, en bleek de voorzitter van de Commissie een van de weinige overgebleven voorvechters te zijn van de Europese gedachte.

Taken van de voorzitter [bewerken]

De voorzitter van de Commissie:[2]

  • stelt de richtlijnen vast met inachtneming waarvan de Commissie haar taak vervult;
  • beslist over de interne organisatie van de Commissie en waarborgt zodoende de samenhang, de doeltreffendheid en het collegiale karakter van haar optreden;
  • benoemt andere vicevoorzitters dan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, uit de leden van de Commissie.

Zie ook [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Artikel 14
  2. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Artikel 17