Vorstendom Leiningen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Vorstendom Leiningen was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk, genoemd naar het plaatsje Leiningen en de burcht Hardenburg in Rijnland-Palts.

Inleiding[bewerken]

Het vorstendom Leiningen (ook wel Leiningen-Dagsburg-Hardenburg genoemd) ontstond in 1560 bij de deling van de landen van graaf Emich IX (overleden in 1541) tussen zijn zoons Johan Philips I in Hardenburg en Emich X in Falkenburg. Het middelpunt van de bezittingen was de burcht Hardenburg. Het vorstendom bestond tot 1797. Van 1803 tot 1806 regeerde de dynastie over het nieuw gevormde vorstendom Leiningen.

Vorstendom Leiningen

Historie[bewerken]

Het vorstendom tot 1797[bewerken]

Het vorstendom bestond in 1560 maar voor een klein deel uit het middeleeuwse Leiningen, omdat een groot deel van het stambezit na het uitsterven van de oudste linie Leiningen-Leiningen in 1467 aan de graven van Westerburg was gevallen. Bij de bezittingen behoorde ook het graafschap Dagsburg in de Vogezen. Leiningen-Hardenburg was een evangelisch land.

In 1681 komt het graafschap Dagsburg onder Franse soevereiniteit, maar het blijft wel in bezit van de graaf. De residentie wordt in 1725 van de Hardenburg naar Dürkheim verplaatst. Op 26 februari 1725 wordt de primogenituur ingevoerd. Als in 1774 de graven van Leiningen-Dagsburg-Falkenburg uitsterven, wordt dat graafschap door de keizer op 19 augustus 1774 als rijksleen teruggenomen zodat het niet lukt de beide graafschappen (die sinds 1560 gescheiden zijn) te herenigen. Falkenburg zal in 1785 aan Palts-Zweibrücken komen. Op 3 juli 1779 wordt graaf Karel Frederik tot rijksvorst verheven, maar hij krijgt geen zetel in de vorstenraad van de rijksdag. Op 17 januari 1787 worden Guntersblum en Heidesheim, die deel uitmaakten van het graafschap Leiningen-Dagsburg-Falkenburg aan Leiningen-Hartenburg overgedragen. Beide gebieden worden echter niet met het graafschap verenigd, maar gebruikt om twee nieuwe graafschappen te vormen voor een buitenechtelijke tak van de dynastie.

In 1797 wordt het graafschap ingelijfd bij Frankrijk. Na de nederlagen van Napoleon kent het Congres van Wenen in 1815 het gebied van het voormalige graafschap toe aan het koninkrijk Beieren.

Gebied van het vorstendom[bewerken]

Hardenburg, Hausen, Dürkheim, Kallstadt, Ungstein, Pfeffingen, Herxheim, Leystadt, Weißenheim, Bobenheim, Battenberg, Kleinkarlbach, Erpolzheim, en andere.

Het vorstendom van 1803 tot 1806[bewerken]

Paragraaf 20 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 regelt de schadeloosstelling voor het hele huis Leiningen. Zij verliezen het vorstendom Leiningen, het graafschap Dagsburg en de heerlijkheid Weikersheim en doen afstand van aanpraken op Saarwerden, Lahr en Mahlberg; zij ontvangen in ruil :

  • van het voormalige keurvorstendom Mainz: de ambten Miltenberg, Buchen, Seeligenthal, Amorbach en Bischofsheim.
  • van het voormalige prinsbisdom Würzburg: de ambten Grünsfeld, Lauda, Hartheim en Rückberg
  • van het keurvorstendom van de Palts: de ambten Boxberg en Mosbach
  • de abdijen Gerlachsheim en Amorbach

Paragraaf 32 kent de vorst van het nieuwe vorstendom Leiningen een zetel in de raad der vorsten van de Rijksdag toe.

Nog in 1803 vinden er grenscorrecties plaats, waarbij Grünsfeld (ambt van voormalige prinsbisdom Würzburg) en Gerlachsheim (voormalig prioraat) aan het nieuwe vorstendom Salm-Reifferscheid-Krautheim worden afgestaan. In 1804 wordt het dorp Pappenhausen met Schönfeld afgestaan aan Salm-Reifferscheid-Krautheim in ruil tegen het dorp Distelhausen uit het ambt Grünsfeld.

Lang heeft het nieuwe vorstendom niet bestaan, want in artikel 24 van de Rijnbondakte van 12 juli 1806 wordt het vorstendom Leiningen onder soevereiniteit van het groothertogdom Baden geplaatst: de mediatisering. In de volgende jaren zijn er nog enige grensverdragen die delen van het vorstendom onder de soevereiniteit van andere landen brengt. In 1808 staat het groothertogdom Baden het ambt Amorbach aan het groothertogdom Hessen-Darmstadt af en in 1810 komen de ambten Amorbach en Miltenberg aan het groothertogdom Frankfurt. Op het Congres van Wenen in 1815 wordt het gebied inzet van onderhandelingen. Het grootste deel van de ambten Amorbach en Miltenberg komt aan het koninkrijk Beieren, slecht een klein deel blijft bij Hessen-Darmstadt.

Regenten[bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1540/60-1562 Johan Philips I 25-12-1539 8-9-1562
1562-1607 Emich XII 4-11-1562 24-11-1607 zoon
1607-1643 Johan Philips II 16-4-1588 15-5-1643 zoon
1643-1698 Frederik Emich 9-2-1621 26-7-1698 zoon
1698-1722 Johan Frederik 18-3-1661 9-2-1722 zoon
1722-1756 Frederik Magnus 27-3-1703 28-10-1756 zoon
1756-1806 Karel Frederik 14-8-1724 9-1-1807 zoon

Zie ook[bewerken]