Vorstendom Nassau-Oranje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nassau-Oranien
Deel van het Heilige Roomse Rijk
 Nassau-Dietz 1702–1815 Nassau-Weilburg 
Koninkrijk Pruisen 
Wapen van Nassau.gif
(Details)
Motto
Zo wijd de wereld strekt!
Algemene gegevens
Hoofdstad Diez
Talen Duits
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Huis Nassau

Nassau-Oranje was een tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits behorend vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk. Het bestond onder deze naam van 1702 tot 1815.

Het vorstendom is ontstaan door een naamswijziging van het vorstendom Nassau-Dietz in 1702. In dat jaar was het huis Oranje-Nassau uitgestorven met Willem III, stadhouder in de Nederlanden en koning van Engeland. Johan Willem Friso van Nassau-Dietz erft een deel van de bezittingen en de titel prins van Oranje. In Duitsland wordt dan de titel Fürst van Nassau-Oranien gevoerd en in Nederland de titel prins van Oranje-Nassau. Het kleine vorstendom wordt echter spoedig groter door het uitsterven van een aantal takken van het huis Nassau.

In 1711 sterft de tak Nassau-Hadamar met Frans Alexander van Nassau-Hadamar uit. Het vorstendom komt aan de overgebleven takken Nassau-Siegen, Nassau-Dillenburg en Nassau-Oranje. Het wordt niet verdeeld, maar wordt voorlopig bestuurd door de vorst van Nassau-Dillenburg. Als dan in 1734 de tak Nassau-Siegen, Frederik Willem II van Nassau-Siegen en in 1739 de tak Nassau-Dillenburg, Christiaan van Nassau-Dillenburg uitsterven zijn alle gebieden van de Ottonische Linie weer verenigd onder Willem IV van Oranje-Nassau.

Nassau-Oranje bezit twee zetels in de raad der vorsten van de Rijksdag: Nassau-Hadamar en Nassau-Dillenburg.

In 1795 verliezen de Oranjes hun Nederlandse bezittingen. Artikel 12 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 regelt een schadeloosstelling. Willem V weigert deze te aanvaarden, maar keurt wel goed dat zijn zoon Willem Frederik (de latere Willem I der Nederlanden) deze aanvaardt. Dit heeft tot gevolg dat er ook een vorstendom Nassau-Oranje-Fulda ontstaat. Na de dood van Willem V op 9 april 1806 worden beide vorstendommen onder één vorst verenigd.

Artikel 24 van de Rijnbondakte van 12 juli 1806 maakt een eind aan het zelfstandige vorstendom Nassau-Oranje. Het graafschap Siegen, het graafschap Dillenburg (uitgezonderd de ambten Wehrheim en Burbach), het graafschap Hadamar en de heerlijkheid Beilstein worden onder de soevereiniteit van het groothertogdom Berg geplaatst. Het graafschap Dietz met onderhorigheden en de ambten Wehrheim en Burbach komen onder de soevereiniteit van de hertog van Nassau-Usingen en de vorst van Nassau-Weilburg: de mediatisering. In 1808 verliest de prins van Oranje ook zijn rechten als gemediatiseerde vorst en wordt er op al zijn goederen beslag gelegd.

Nadat de Franse troepen in 1813 uit Duitsland verdreven zijn, kan de prins van Oranje, vorst van Oranje-Nassau, Willem Frederik, de gebieden die in 1806 aan het groothertogdom Berg waren gekomen weer in bezit nemen. Bovendien worden bij het herstelde vorstendom de volgende gemediatiseerde gebieden gevoegd: de heerlijkheid Westerburg, de heerlijkheid Schadeck en het deel van het graafschap Wied-Runkel dat op de rechteroever van de Lahn ligt. Op 26 november 1813 sluit de prins van Oranje een verdrag met het hertogdom Nassau, waarbij ook het graafschap Dietz aan Nassau-Oranje wordt teruggegeven. Het ambt Wehrheim blijft bij het hertogdom Nassau.

De restauratie is echter van korte duur. Op 31 mei 1815 sluit de prins, Willem Frederik, op het Congres van Wenen een verdrag met Pruisen, waarin hij het vorstendom Nassau-Oranje aan het koninkrijk Pruisen afstaat in ruil voor Luxemburg, dat een groothertogdom wordt. Op dezelfde dag staat Pruisen het grootste deel van de landen af aan het hertogdom Nassau. Alleen een deel van het vorstendom Siegen blijft bij Pruisen.

Bezittingen[bewerken]