Vrede van de Pyreneeën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk XIV van Frankrijk en Filip IV van Spanje op Fazanteneiland op 7 november 1659.

Met de Vrede van de Pyreneeën kwam op 7 november 1659 een einde aan de Spaans-Franse conflicten die voortvloeiden uit de Dertigjarige Oorlog. In ruil voor vrede zag de Spaanse koning Filips IV af van zijn rechten op de landen en steden aangesloten bij de Unie van Atrecht : Artesië, de graafschappen Bonen en Henegouwen en delen van Vlaanderen (onder andere Duinkerke); verder delen van Luxemburg en Lotharingen en diverse heerlijkheden in de Languedoc. Bovendien kwamen beide landen een nieuwe grens overeen, waarbij Spanje afstand deed van de Roussillon, een deel van Navarra en het noordelijke deel van de Cerdagne.

Frans-Spaans conflict[bewerken]

De openlijke oorlog tussen Frankrijk en Spanje kende zijn hoogtepunt in de Slag bij Rocroi, waarbij een relatief klein Frans leger onder leiding van de Hertog van Condé in de buurt van Rocroi het grote en onoverwinnelijk geachte Spaanse leger onder leiding van Graaf de Melo vernietigend versloeg. Hierdoor kreeg Frankrijk bij de onderhandelingen voor de Vrede van Westfalen een uitstekende positie en wist Mazarin door scherp onderhandelen zeggenschap te krijgen over de Elzas en het zuiden van Lotharingen.

Hierdoor kwamen de Spaanse Nederlanden geïsoleerd te liggen omdat ze nu niet meer over land bereikbaar waren vanuit het Habsburgse Rijk (Oostenrijk). Filips was echter financieel en logistiek niet in staat om een voldoende krachtig leger op te roepen om weerstand te bieden aan de Franse expansiedrift en moest machteloos toezien hoe Franse troepen delen van Spanje binnenvielen. Vanuit deze positie begon Mazarin onderhandelingen over een vredesverdrag, dat zeer negatief uit zou vallen voor Spanje.

Dynastieke bezegeling[bewerken]

Het verdrag werd bezegeld met het huwelijk tussen Lodewijk XIV en Filips' enige dochter, de infante Maria Theresia van Spanje. Volgens het verdrag kon zij afstand doen van de rechten die zij en haar nakomelingen zouden hebben op de Spaanse troon na betaling van 500.000 gouden écu's aan Lodewijk XIV (de "bruidsschat"). Zoals door Mazarin voorzien was Filips echter niet in staat om dit bedrag op te brengen. Dit zou na de dood van Filips aanleiding worden voor de Devolutieoorlog en na de dood van zijn kinderloos gebleven zoon uit een haastig gesloten tweede huwelijk, Karel II van Spanje, tot de Spaanse Successieoorlog.

Beperking Spaanse invloed[bewerken]

De vrede betekende het eind van de Spaanse rol van grootmacht op het Europese vasteland. Frankrijk nam het nu geïsoleerd liggende deel van Lotharingen in, waardoor de Franche-Comté en de Spaanse Nederlanden geïsoleerd raakten. Voor Lodewijk was het vredesverdrag een bevestiging van de rol van Frankrijk als machtigste Europese staat.

Een nieuwe grens[bewerken]

Tratado Pirineos 1659.jpg

In het verdrag werd vastgelegd dat de waterscheiding van de Pyreneeën voortaan de grens tussen beide landen zou vormen. Dit betekende dat het deel van het gebergte waar de rivieren naar het noorden stromen voortaan bij Frankrijk zou horen. Op sommige plaatsen verschoof de grens daarmee veertig kilometer naar het zuiden, waardoor de Rousillon en de Basse-Navarre in Frankrijk kwamen te liggen, nu respectievelijk in de regio's Languedoc-Roussillon en Aquitanië. Frankrijk moest afstand doen van de Val d'Aran. Val d'Aran is wel een uitzondering op de regel van de waterscheiding, want La Garona stroomt richting Frankrijk!

In het noorden werden diverse Luxemburgse steden, in de streek rond Thionville, Montmédy en Damvillers, alsmede het graafschap Artesië, die tot dan toe tot de Spaanse Nederlanden behoorden Frans grondgebied.

Enige eigenaardigheden[bewerken]

Het verdrag werd getekend op het Île de la Conference, ook wel Fazanteneiland genoemd. Dit is een eilandje in de rivier Bidasoa die de grensplaatsen Hendaye en Irun in Frans en Spaans Baskenland scheidt. Tot op de dag van vandaag geldt dit eiland als zowel Frans als Spaans grondgebied; beide landen voeren om toerbeurt een half jaar lang het bewind over het eiland.

De Spaanse enclave Llívia ontstond door een onzorgvuldige passage in het verdrag. De Cerdagne (Cerdanya), de landstreek in het dal van de rivier Sègre, was moeilijk in te delen. Zijrivieren stromen van noord naar zuid of juist van zuid naar noord in de Sègre, terwijl de Sègre zelf eerst naar het noorden stroomt om pas ter hoogte van Llívia naar het zuidwesten af te buigen. Daarom werd het dal in tweeën gedeeld; in het verdrag werd opgenomen dat de dorpen die stroomopwaarts van Puigcerdà in het bekken van de Sègre lagen, voortaan bij Frankrijk zouden horen. Llívia was echter geen dorp maar had stadsrechten en de bevolking koos ervoor om Spaans te blijven. Om deze situatie te formaliseren werd in 1660 een speciaal verdrag gesloten, het Verdrag van Llívia.

Na het vaststellen van de nieuwe grenzen bereikte Frankrijk min of meer zijn huidige oppervlakte en de vorm van een zeshoek.